Leiders proberen na reeks moorden gemoederen te sussen; Dood en verwoesting in Natal

De Zuidafrikaanse provincie Natal is het toneel van een lange reeks gewelddadigheden geweest tussen aanhangers van het ANC en die van Inkatha-leider Buthelezi. De politieke leiders proberen nu weer greep te krijgen op de toestand.

MBOYI/NATAL, 23 MAART. In de Mboyi-vallei hangt weer een pastorale stilte. De helikopters met Zuidafrikaanse politici zijn vertrokken, de plechtige minuten stilte voorbij, de faxen vol politieke afschuw vervaagd. Op de verse graven van de drie kinderen Mkhize liggen bloemen in plastic zakken en grazen de geiten. Een lammetje slaapt op een van de graven - symboliek doet soms pijn aan de ogen.

Beauty Mkhize (33), de vrouw van de lokale Inkatha-leider, schudt het hoofd na de vraag of ze enig idee heeft waarom haar kinderen zijn vermoord. Ze weet niets van de oorlog tussen aanhangers van het Afrikaans Nationaal Congres en Inkatha, hier in de provincie Natal. Ze weet alleen dat Thulani (19), Nduna (14) en Thulebani (9) onder de bergen rode aarde liggen met drie andere dode kinderen, tweehonderd meter van haar hut. Ze eet nauwelijks meer, zegt ze, ze is “zonder gevoel”.

De kinderen waren drie weken geleden 's morgens vroeg op weg naar school, toen hun auto in een hinderlaag liep. Drie schutters met automatische geweren sprongen uit de struiken en maakten zes van de acht kinderen af. Drie ANC'ers werden later gearresteerd, onder wie een jongen van zeventien. Er volgden binnen een week twee wraakacties op bussen met onschuldige passagiers. Het aantal doden liep op tot twintig, wat zelfs hoog is voor een week in de Natal Midlands, het door "politiek geweld' geteisterde gebied rond Pietermaritzburg.

Aanslagen over en weer horen bij het dagelijks leven in Natal. Vader Mkhize ontsnapte al zeven keer aan een executie. In de smeulende burgeroorlog hebben sinds het midden van de jaren tachtig al enkele duizenden mensen het leven verloren - meer onschuldige mannen, vrouwen en kinderen dan politieke activisten. Maar de kille aanslag op schoolkinderen lijkt iets veranderd te hebben. Voormalige haviken spreken plotseling duiventaal. Regionale leiders van ANC en Inkatha, die een jarenlange haatrelatie koesteren, spreken voor het eerst over de noodzaak om vrede te sluiten.

Bijster geloofwaardig is het nog niet uit hun mond en het is te vroeg om het een "keerpunt' te noemen, maar er klinkt een voorzichtig besef door dat de strijd om politieke suprematie in het gebied een absoluut dieptepunt heeft bereikt. In deze atmosfeer lijkt het houden van verkiezingen volgend jaar een onbegonnen zaak. “Het kan absoluut niet”, zegt Inkatha-organisator Themba Nduli. “Stel dat een bus met Inkatha-kiezers op weg naar de stembus in een hinderlaag loopt. Wat gebeurt er dan? Zo lang er nog zoveel geweld is in Zuid-Afrika, zijn verkiezingen onmogelijk”.

ANC-leider Nelson Mandela stelde tijdens een korte tournee door het gebied het voorbeeld: hij preekte vrede en tolerantie. De leiders van Inkatha en ANC, David Ntombela en Harry Gwala, maakten met minister Hernus Kriel (wet en orde) een tocht per helikopter, en wisten voor de camera's ternauwernood ruzie te voorkomen. Inkatha-leider Mangosuthu Buthelezi liet na het incident al zijn voorwaarden voor een gesprek met Mandela vallen. Na maanden voorbereiding tussen delegaties van de twee partijen lijkt de "vredestop' nabij.

De metamorfose is het meest opmerkelijk bij Harry Gwala, de regionale ANC-voorzitter. Tot voor kort sprak deze populaire stalinist nog oorlogtaal: “We zullen Inkatha uit onze gebieden verdrijven”. Na het bezoek van Mandela, die hem volgens ingewijden stevig heeft toegesproken, stelt Gwala zich verzoenend op. “De dood van de kinderen is om politieke redenen uit zijn context gelicht. Er zijn al zoveel kinderen vermoord in het gebied waar meneer Ntombela (de Inkatha-leider, red.) woont. Bij mij kwam de verandering toen we over het gebied vlogen en ik de ongelooflijke verwoestingen zag. Ik had nooit gedacht dat het zo erg was. De mensen weten niet meer hoe ze aan een stuk brood moeten komen”.

De sporen van de oorlog zijn overal in de Mboyi-vallei. Veel huizen zijn uitgebrand en verlaten. Sinds het conflict in het midden van de jaren tachtig op verschillende plaatsen in Natal uitbrak, zijn tienduizenden hun huizen ontvlucht. Zij woonden toevallig in het verkeerde gebied. Zwaar bewapende groepen van beide partijen vochten om terrein en creëerden ANC-gebieden en Inkatha-gebieden.

De machtsstrijd tussen de twee zwarte organisaties liep hier hoger op dan waar ook in Zuid-Afrika. De zwarte gebieden in Natal vallen onder KwaZulu. Dit officieuze, want nooit onafhankelijk geworden "thuisland' van de Zulu's wordt geregeerd door Buthelezi, die tegelijk leider is van Inkatha. De campagne van het UDF - de bovengrondse tak van het verbannen ANC - richtte zich eind jaren tachtig op het “onregeerbaar maken” van de apartheidsstructuren, waaronder de door KwaZulu en Inkatha beheerde gebieden in Natal. Deze strategie leidde tot een botsing met Inkatha en met de traditionele stamverbanden, waarin de Inkatha-getrouwe chief het voor het zeggen heeft. Na de legalisering van het ANC in 1990 gingen aanhangers voort gewapenderhand te bewijzen wie de sterkste was. Het gevecht veranderde van karakter: van grote gewapende botsingen naar guerrilla-tactieken, zoals het executeren van voormannen.

In dit toneel raakte Pieter Straub (46), kapitein van het korps rijkspolitie in Overijssel, eind oktober vorig jaar verzeild. Hij is een van de vier EG-waarnemers in Natal, die in samenwerking met VN-collega's proberen de vrede in het gebied te bewaren. Hij woont vergaderingen van vredescomité's bij, bezoekt begrafenissen, en begeleidt demonstraties. “Soms denk ik: het heeft geen enkele zin, zoals bij die moord op de kinderen, soms denk ik dat we iets hebben kunnen voorkomen”. Tijdens een begrafenis in Umlazi bij Durban vielen schoten. “Een bijzondere gewaarwording” voor Straub, die dat behalve op de schietbaan in 23 jaar als politieman in Nederland maar één keer had meegemaakt.

Straub proeft onder de leiders van ANC en Inkatha een wil tot vrede. “Maar het gaat langzamer dan wij Westerlingen zouden willen. Zodra het eenmaal donker is, gaan elementen aan de gang die door weinigen worden geleid. Het is hier nog een sterk tribale samenleving met een cultuur van oog-om-oog, tand-om-tand”. Als politieman heeft Straub van nabij kunnen meemaken hoe de Zuidafrikaanse en KwaZulu-politie opereren. Zij worden ervan beschuldigd aan de kant van Inkatha te staan. “Je ontkomt niet aan de mogelijke betrokkenheid van de inlichtingendiensten. Het is erg ondoorzichtig, maar ik wil het niet uitsluiten. De ene dag hebben we een vergadering met de politie en de civic (een aan het ANC gelieerd lokaal bestuur). De volgende keer zitten er plotseling Inkatha-leden bij, terwijl zij absoluut niet konden weten dat die vergadering zou worden gehouden”. Straub meent dat een groot aantal internationale waarnemers nodig zal zijn om in Zuid-Afrika verkiezingen te kunnen houden.

ANC-leider Gwala gaat deze week met zijn Inkatha-collega's vergaderen over een gezamenlijk "vredesoffensief'. In zijn kantoor, dat wordt opgesierd door een groot portret van Fidel Castro, legt hij zijn plan uit: gezamenlijke politieke bijeenkomsten van ANC en Inkatha waar het geweld wordt veroordeeld, geen giftige verklaringen over en weer meer en een programma voor wederopbouw van gemeenschappen en de terugkeer van vluchtelingen. Is het mogelijk om aan één tafel plaats te nemen met de vijand? “Het is moeilijk, maar het moet gebeuren. Het zal niet onder een kopje thee gaan, het wordt een lang proces. Maar geen oorlog is permanent, er komt altijd een moment om het gevecht te beëindigen. We moeten het smerige verleden niet meenemen in het nieuwe Zuid-Afrika”.