Leiden helpt Russische wetgeving; Voor energiesamenwerking met Westen zijn moderne wetten nodig

ROTTERDAM, 23 MAART. Het Internationaal instituut voor Energierecht van de Rijksuniversiteit in Leiden gaat de republieken van de voormalige Sovjet-Unie helpen bij het ontwikkelen van moderne wetgeving op energiegebied.

Dr. Peter Cameron, directeur van het instituut en hoogleraar in Leiden, heeft daartoe een opdracht gekregen van de Europese Commissie. Met de opstelling van wetgeving die uitgaat van een vrije-markteconomie moet het moeizame proces van onderhandelingen over het Energie Handvest (plan-Lubbers) meer vaart krijgen. Cameron wil op korte termijn "workshops' organiseren in Moskou, Alma Ata, Jerevan en Kiev. Daarbij werkt hij samen met het Spaanse Institudo Oriental, dat beschikt over vestigingen in het GOS.

Behalve politici en juridische experts van de verschillende ministeries in Moskou en andere GOS-hoofdsteden worden ook vertegenwoordigers van de Russische olie-industrie bij het beraad betrokken. Cameron laat zich door de onzekere politieke situatie in Moskou niet afschrikken. “We zullen zeker nog wel een of twee hindernissen ontmoeten”, zegt hij. “Je weet bijvoorbeeld niet hoe lang de huidige ministers in Moskou aan het bewind blijven. Maar de topambtenaren en de experts van de olie-industrie worden niet zo snel vervangen en het is belangrijk die groep nauw te betrekken bij de totstandkoming van nieuwe wetgeving.”

Premier Lubbers beoogt met zijn plan een wederzijdse samenwerking tussen Westerse landen, het GOS en Midden-Europa. In ruil voor investeringen en technische hulp van ondernemingen uit de EG en andere OESO-landen zouden langlopende contracten voor de export van olie, aardgas en kolen uit Rusland en andere Oosteuropese landen naar het Westen en Japan worden afgesloten. Andere kernpunten in het plan zijn een betere beveiliging van de kerncentrales en inschakeling van Westerse technologie bij energiebesparing en een grote schoonmaak van het milieu in Oost-Europa. Ook voormalige satellietlanden van Moskou als Polen, Hongarije, Tsjechië en Slowakije, die afhankelijk zijn van energie uit Rusland, kunnen van het plan-Lubbers profiteren.

Sinds december 1991 toen het Energie Handvest in een plechtige bijeenkomst in de Haagse Ridderzaal door 47 landen waaronder de GOS-republieken werd ondertekend, wordt onder leiding van de Nederlandse ex-diplomaat mr. Charles Rutten tussen die landen onderhandeld over een basis-overeenkomst. Deze moet het Handvest, dat voortvloeide uit het plan-Lubbers, handen en voeten geven. Het gaat daarbij om een juridisch bindend internationaal verdrag waarin de rechten en verplichtingen van partijen worden vastgelegd. De onderhandelingen worden ernstig bemoeilijkt door het gebrek aan politieke stabiliteit in het GOS en van moderne wetgeving die uitvoering van grondbeginselen van het Energie Handvest mogelijk zou maken. Bij de wetgeving draait het om principes van een vrije markt, zoals prijsvorming op basis van vraag en aanbod, vrije import en export van kapitaal, werknemers en goederen en onbelemmerde export en doorvoer van energieprodukten.

“Ik denk dat de problemen bij die onderhandelingen nog wel een poos zullen voortduren en ik vraag me ook af of ze helemaal zullen verdwijnen”, zegt prof. Cameron. “De situatie in Rusland en andere GOS-republieken is fluïde en zal zal nog lang zo voortduren, vrees ik. Ook als president Jeltsin blijft.” Maar Cameron verwacht toch dat zowel zijn werk aan een nieuwe wetgeving voor het GOS als dat van ambassadeur Rutten zal bijdragen aan de totstandkoming van regelgeving die in de basis-overeenkomst van het Energie Handvest kan worden ingepast.

Al eerder heeft Cameron in Moskou adviezen uitgebracht, die er toe hebben geleid dat Rusland nu beschikt over een ontwerp-Energiewet waarin naar een synthese met de beginselen van het Handvest is gestreefd. Tegelijk hebben ministeries echter een ontwerp-wet gemaakt voor het verlenen van concessies door de overheid aan buitenlandse investeerders, voor alle infrastructurele projecten, ook die in de energiesector. Deze wetgeving wijkt weer in sterke mate af van de Energiewet. “Je moet verwachten dat er dus twee wettelijke systemen gaan ontstaan die elkaar in de energiesector overlappen. Dat maakt het extreem moeilijk. Belangrijk is nu hoe die twee systemen in het Energie Handvest worden ingepast.”