Jeltsins scenario is mogelijk pas na zaterdag uitgestippeld

MOSKOU, 23 MAART. “Dat was een slimme toespraak van Brezjnev. Hij zei niet wat hij zei.” Van wie? Brezjnev? “Oh, sorry, Jeltsin, natuurlijk.”

Een dialoogje van zaterdagavond, vlak na de televisietoespraak waarmee president Boris Jeltsin zich tot het volk heeft gewend om het te vragen om vertrouwen in hemzelf en zijn grondwettelijke plannen om van Rusland een "presidentiële republiek' te maken. De volgende twee dagen herhaalt deze freudiaanse vergissing zich nog twee keer uit andere monden.

De verwarring tussen Boris Jeltsin en Leonid Brezjnev heeft geen politiek-ideologische lading. De drie Russen die de afgelopen dagen deze slip of the tongue maakten hebben geen heimwee naar de brezjnevistische tijden. Sterker, ze zeggen allen dat ze bij het komende referendum van 25 april president Jeltsin, die ze diep in hun hart ook “niet helemaal vertrouwen” (want wie kun je tegenwoordig nog vertrouwen?), wel zullen móeten steunen omdat zijn tegenstander Roeslan Chasboelatov pas echt “een nachtmerrie” is.

Waarom dan toch die associatie met Brezjnev opdook, weten ze niet. De enige gemeenschappelijke verklaring is fysiek van aard. Jeltsin zag er zaterdag ook niet bijster gezond uit. Hij leek zelfs nerveus. Dat was de automatische piloot Brezjnev nooit, maar Jeltsins geschuifel en gekrab riep wel de vraag op of hij wel wist waarmee hij bezig was toen hij voor anderhalve maand een tijdelijk dictatuurtje afkondigde. Met andere woorden: heeft Boris Jeltsin een concreet plan of doet hij maar wat?

Na twee dagen crisis in Moskou beginnen de meeste gebeurtenissen in de eerste richting te wijzen. Er lijkt een plan te zijn, zij het uit de nood van zaterdagavond geboren. Een plan dat zich het kortst laat omschrijven als een opeenvolgende reeks van politieke provocaties om de tegenstanders uit te lokken tot eigen provocaties die hun alleen maar meer schade zullen berokkenen. Want als het gaat om de stemming onder de bevolking heeft Jeltsin nog altijd meer dan een streepje voor op de oppositie. Zijn populariteit mag dan niet zijn wat ze geweest is, de oppositie in het parlement kan hoe dan ook niet bogen op enige democratische machtsbasis.

De pogingen om het parlement te tarten begonnen vorige week. Een paar dagen nadat het Congres van Volksafgevaardigden was afgelopen ging de presidentiële public-relationsmachine werken. “Er komen duizenden telegrammen binnen van arbeiderscollectieven, maatschappelijke organisaties en burgers”, meldde Jeltsins woordvoerder Vjatsjeslav Kostikov. Een dag later publiceerde de regeringskrant Roesskij Vesti op de voorpagina een kleine bloemlezing uit die aanhankelijkheidsbetuigingen aan de president. Voor ander nieuws was geen plaats meer.

De president zelf bleef ondertussen zwijgen. Er werd slechts namens hem gesproken. Dat is in Rusland een belangrijk onderscheid. De president kan nooit worden aangesproken op wat zijn medewerkers doen, daarvoor is hij te hoog. Zoiets als "politieke verantwoordelijkheid' bestaat in Rusland niet. Niet de president is in eerste instantie verantwoordelijkheid voor zijn beleid, zijn ondergeschikten die het voorbereiden moeten die last dragen.

De signalen die zij gaven waren echter volstrekt incoherent. Toen woensdag de presidentiële adviesraad bijeen was geweest verklaarde Kostikov bijvoorbeeld dat de raad zich had uitgesproken voor “presidentieel bestuur” omdat het parlement zich nu definitief had “gediskwalificeerd”. In werkelijkheid was er wat heen en weer gepraat en hadden sommige adviseurs Jeltsin juist gewaarschuwd tegen zo'n ver gaande stap. Zaterdagmiddag openbaarde vice-premier Sergej Sjachrai (de juridische man achter Jeltsin) op een persconferentie dan ook dat de president zich zou beperken tot de organisatie van een referendum en niet zijn toevlucht zou nemen tot maatregelen die op gespannen voet zouden kunnen staan met de grondwet.

's Avonds om tien uur bleek het allemaal anders te zijn uitgepakt. Er zou niet alleen een referendum komen, en wel op de voorwaarden van Jeltsin. Het land zou tevens via “bijzonder bestuur” geregeerd gaan worden. Vanaf dat moment begon het plan, dat tot dan wellicht nog geen plan was, zich uit te kristalliseren. Het feit dat vice-president Aleksandr Roetskoj zich van Jeltsins noodmaatregelen distantieerde, president Valeri Zorkin van het Constitutionele Hof als politieke scheidsrechter zijn gekwetstheid blootlegde en secretaris Joeri Skokov van de nationale Veiligheidsraad afstand van de president nam, dat alles noopte tot een revolutionaire aanpak. Met name de houding van Skokov gaf te denken. Skokov is weliswaar niet een der meest radicale medestanders van Jeltsin, zijn keuze om nu niet met de president mee te doen leek toch vooral te zijn ingegeven door een andere taxatie van de inzetbaarheid van de gewapende machten. Als secretaris van de Veiligheidsraad heeft Skokov een algemeen beeld van de stemming onder de militairen, de geheim agenten, de Omon-troepen en de gewone binnenlandse strijdkrachten, kortom: hij kent de mogelijkheden om het repressieve apparaat in te zetten als het daarop aan zou komen.

Het juridische aspect van Jeltsins oekaze van zaterdagavond werd zondag daarom ijlings weggestopt. Dat was namelijk de zwakke schakel. Het decreet werd niet gepubliceerd, hoewel Jeltsin voor de televisie nadrukkkelijk had gezegd dat hij zaterdag de oekaze “had getekend”. Hiermee kon het presidentiële kamp twee vliegen in één klap slaan: het kon het Constitutionele Hof en het parlement nog even blijven frustreren - zonder tekst zouden hof en volksvertegenwoordiging immers geen definitief oordeel kunnen vellen - en het hield tevens de handen vrij om bij onverhoopte tegenvallers uiteindelijk met een ander decreet op de proppen te komen dan zaterdag was voorbereid.

De presidentiële public relations-stoomwals ging tegelijkertijd ook de andere kant op. Voor politieke subtiliteiten, zoals de positie van Joeri Skokov en het aftreden zondag van minister van justitie Nikolaj Fjodorov (uit onvrede over het decreet), was geen plaats meer. Image building rondom de president, en om hem alleen, werd het parool. Alleen zo kon het volk tegen Chasboelatov worden gemobiliseerd. De telegrammen van de “arbeiderscollectieven” bleven binnenstromen, aldus woordvoerder Kostikov. Vice-president Roetskoj had zich een “verrader” getoond, voegde de persdienst van Jeltsin eraan toe. Jeltsin overwoog daarom met hem af te rekenen door over hem een apart plebisciet te houden. Want het volk is eensgezind, al weet de volksvertegenwoordiging dat niet, meldde Jeltsins mediatycoon Michail Poltoranin. De televisie en pers werden gisteren daarom per decreet (een wèl gepubliceerd decreet) onder presidentiële controle geplaatst, en wel in het kader van de “bescherming van de vrijheid der media”. En de binnenlandse strijdkrachten werd opgedragen de bewaking van het omroepkwartier en de kranteredacties op zich te nemen.

De centrale televisie, bijna geheel in handen van de aanhangers van Jeltsin, begon dit vertrouwen tegelijkertijd te belonen met warmbloedige reportages, met als voorlopig hoogtepunt het verslag van de bijeenkomst die een duizendtal Jeltsin-aanhangers uit Moskou (bijna tien miljoen inwoners) gisteravond in de bioscoop Oktober hield. “Veel burgers konden niet meer naar binnen, zo vol was het. Maar ze bleven buiten luisteren en gingen niet naar hun warme huizen”, aldus de verslaggeefster. De minuut stilte die binnen vervolgens in acht werd genomen ter nagedachtenis van de eergisteren overleden moeder van Boris Jeltsin completeerde het beeld.

Waarna het element van dreiging onmiddellijk weer zijn intrede deed. En wel via metropoliet Kiril uit Smolensk, die het volk via de televisie opriep te “bidden voor strijders”. Opdat ze het volk niets zouden aandoen.