Intel, witte raaf in de Amerikaanse computerindustrie

Door juiste strategische keuzes en hoge investeringen in onderzoek heeft het Amerikaanse Intel de hegemonie verworven in de chip-industrie. Zijn gisteren op de markt gebrachte "Pentium' bevestigt andermaal de voorsprong. De enige rem op de groei zijn trage software-ontwikkelaars en behoudende consumenten.

Eindelijk goed nieuws uit de Amerikaanse computerindustrie. De hegemonie op de markt voor microprocessors, midden jaren tachtig in Japanse handen gekomen, ligt weer in de Verenigde Staten. De belangrijkste bijdrage daaraan levert Intel, 's werelds grootste chipproducent voor personal computers.

Hoewel de VS nog steeds gelden als toonaangevend in de automatiseringsbranche, is in grote delen ervan somberheid troef. IBM, 's werelds grootste computermaker, is daarvan met miljardenverliezen en reorganisaties die tienduizenden banen kosten, de duidelijkste illustratie. Maar er zijn uitzonderingen. Zoals Microsoft, dominant op de markt voor computerprogramma's. En Intel. Vooral de laatste geldt in beurskringen als hot ticket.

Hoe voelt dat, is de vraag aan David House, senior vice-president van Intel. “Wij voelen ons zeer gevleid natuurlijk”, zegt hij. Maar het enige waarover hij zich verbaast, is dat de voorkeur voor Microsoft en Intel pas nu zo duidelijk wordt. “We hebben in de computerwereld te maken met een overgang die al zes jaar aan de gang is. De financiële markten zien dat nu kennelijk ook.”

De verandering waarop House doelt behelst de erkenning van het feit dat er voor computergebruikers in feite maar twee vragen van belang zijn: “Kan ik doen wat ik wil doen met mijn computer? Een kwestie van software. En: kan het zo snel mogelijk? Een kwestie van goede chips. Dat is, eenvoudig gezegd, waar het allemaal om gaat en niet iedereen had dat de afgelopen jaren in de gaten”, zegt House op arrogante toon.

Intel heeft zijn hoofdkwartier in het hartje van Silicon Valley: Santa Clara, Californië. Op het één jaar oude, nogal fantasieloos ogende hoofdkantoor werken in totaal 3500 man. In een grote, hoge hal zijn door middel van schouderhoge schotten krappe hokjes voor werknemers gecreëerd. Om de communicatie te bevorderen, heet het. En omdat het goedkoop is, erkent een woordvoerder.

Intel is de belangrijkste en machtigste partij op de markt van microprocessors. Het heeft een marktaandeel van 80 procent in chips voor personal computers. Dit bijna-monopolie wordt gesterkt door de voorsprong die de onderneming telkens op de concurrentie blijkt te hebben met nieuwe generaties hoogwaardige chips. Niemand verwacht dat het bedrijf de komende twee jaar iets van de concurrentie te vrezen heeft.

Intel lijkt echter nog niet, zoals IBM, zelfgenoegzaam geworden en houdt de concurrentie scherp in de gaten. Het maakt evenmin de fout van Microsoft om mededingers zo agressief te behandelen dat de Amerikaanse autoriteiten onderzoek verrichten naar een eventuele overtreding van de anti-trustwetten. Het adagium van topman Andy Grove luidt: “Laat succes je er niet van weerhouden je zorgen te blijven maken”.

De strijd tegen de concurrentie is wel altijd fel geweest. In de jaren zeventig nam Intel het op tegen Motorola, in de jaren tachtig tegen Japan en in de jaren negentig zijn het de kleine chipmakers, die hard werken aan imitaties (klonen) van de Intel-produkten 286, 386, 486 en de 586. Die laatste chip wordt Pentium genoemd, omdat zo'n naam gemakkelijker te beschermen is tegen concurrenten dan een cijfercombinatie.

Oorspronkelijk zou de Pentium eind 1992 worden uitgebracht, maar Intel stelde de introductie uit. Gisteren maakte de onderneming bekend te zijn begonnen met de levering en produktie van de Pentium op te voeren. Het succes van de chip staat al vast, hoewel Intel dit jaar het merendeel van zijn winst nog uit de versies van de 486 zal halen.

De positie van het bedrijf is zo riant dat het de verkoop van de Pentium zonder problemen kon vertragen. Boze tongen beweren dat Intel bewust de introductie uitstelde om het maximale uit zijn 486 te halen. Het bedrijf ontkent dat. Het uitstel lijkt niettemin lucratief; de eerste serieuze concurrent, Advanced Micro Devices (AMD), dat met een goedkope kloon al meer dan 50 procent van de 386-markt heeft, komt pas in juni met een 486-imitatie.

Pag.16: Onderzoek basis van voorsprong

Of AMD met zijn 486-kloon een groot marktaandeel zal veroveren, is nog onduidelijk. Het bedrijf, dat een grote vestiging heeft pal tegenover het hoofdkantoor van Intel, verloor al een proces van Intel omdat het volgens de rechter illegaal de microcode van de Intel-chip had gekopieerd. Een andere concurrent, Cyrix, heeft inmiddels wel een 486-kloon uitgebracht, maar deze vindt om technische redenen nauwelijks ingang bij computermakers.

House, die samen met Craig Barrett en Andy Grove het leidend driemanschap van Intel vormt, zegt de concurrentie niet te vrezen. Maar Intel moet zich er wel tegen wapenen, vindt hij. “We kunnen alleen voorop blijven lopen als we het initiatief houden”, zegt House.

Daarom stijgen de investeringen van de onderneming in onderzoek en ontwikkeling (R&D) en in nieuwe fabrieken en afdelingen voortdurend. Intel besteedde twee jaar geleden 650 miljoen aan R&D, vorig jaar 800 miljoen en voor dit jaar is 900 miljoen dollar uitgetrokken. Investeringen gaan met dezelfde snelheid omhoog: 950 miljoen in 1991, 1,2 miljard in 1992 en een geschatte 1,6 miljard dollar voor dit jaar.

Intel kan het zich permitteren. Door de explosieve verkoop van personal computers in het laatste kwartaal van 1992 kwam zijn jaarwinst uit op ruim 1 miljard dollar, 30 procent meer dan in 1991. De omzet bedroeg 5,84 miljard dollar, 22 procent hoger dan in 1991. Verwacht wordt dat Intel dit jaar net zoveel winst maakt als alle andere halfgeleider-producenten in de wereld bij elkaar.

Om die winst te blijven verhogen, is een flexibele bedrijfsvoering nodig. Vorig jaar veranderden 1200 van de 20.000 Intel-medewerkers van afdeling doordat de produktie van verouderde typen chips werd gestaakt. Dit jaar wordt 5 tot 10 procent elders aan het werk gezet, laat House weten.

De ontwikkeling van nieuwe chips gaat steeds sneller. De 386 werd pas ontwikkeld toen de 286 klaar was en voor de volgende chips, de 486 en de Pentium, gold ook dat het bedrijf zich maar met één chip tegelijk bezighield. Inmiddels werken onderzoekteams al aan de P-6 en de P-7.

House: “Wij zijn gedwongen eigen produkten te kannibaliseren, omdat wij niet in dezelfde fouten willen vervallen als IBM. De levenscyclus van onze produkten wordt steeds korter.” IBM verloor jaren achtereen marktaandeel doordat het niet lette op wat de concurrentie deed en te langzaam innoveerde. Zijdelings merkt House op: “Er is geen technologische reden te bedenken waarom IBM en Digital Equipment Corporation (DEC) de markt niet hadden kunnen beheersen. Dat is een puur bedrijfsmatige kwestie geweest.” Intel heeft in het verleden op de juiste momenten de juiste beslissingen genomen en was niet bang voor riskante stappen. Het bedrijf ontstond in 1968 toen Bob Noyce en Gordon Moore, beiden tot dan toe werkzaam bij Fairchild Semiconductor, besloten voor zichzelf te beginnen. Ze lokten de 32-jarige Andy Grove mee. Nu is Grove Intels machtigste man, de andere twee zijn vooral legendes in de computerwereld. Wijlen Noyce omdat hij het initiatief voor Intel nam, Moore (nu bestuurslid) als bedenker van "Moore's wet', die zegt dat het vermogen van een chip, uitgedrukt in bits, zich elke achttien maanden verdubbelt. Een goede geheugenchip had in 1970 plusminus duizend transistors, de Pentium heeft er 3,2 miljoen.

Het driemanschap gebruikte zijn ervaring om een heel nieuw soort geheugenchip te ontwikkelen, op basis van plaatjes silicium met transistoren. Die bleken beter en sneller dan de exemplaren met een magneetkern die tot dan toe werden gebruikt om elektronische informatie in op te slaan.

De grote groei van Intel had twee belangrijke oorzaken. In de eerste plaats verlegde Intel al vroeg het accent van de geheugenchip, waarin het nota bene domineerde, naar microprocessors: de basis van de succesvolle microcomputer. In de tweede plaats verwierf Intel zich een positie als belangrijkste chipleverancier van IBM, die als grootste computerproducent ter wereld in feite de industriële standaard bepaalde: chips van Intel dus. Intels belangrijkste concurrent, Motorola, verwierf een troostprijs als hofleverancier van computerfabrikant Apple.

Met de groei van de computermarkt nam ook de strijd onder de leveranciers van componenten toe. Toen Intel daarbij in het gedrang dreigde te komen, stak IBM - niet van plan afhankelijk te worden van Japanse leveranciers - de helpende hand toe. Om zich te verzekeren van een continue toelevering van Intel-chips, werd een kwart miljard dollar in de onderneming gestoken. Zo kon Intel in de jaren tachtig zijn onderzoek versterken en ontwikkelde het de voor die tijd krachtige 286-microprocessor, een 16-bit-chip die verschillende taken tegelijk kon uitvoeren en een beschermde opslagfunctie had.

Intel heeft enorm kunnen profiteren van IBM, zowel door de financiële injectie als door de geavanceerde technologische kennis die het concern verschafte. Daardoor was de chipfabrikant in staat de zogeheten "chip-oorlog' te overleven die midden jaren tachtig woedde. Japanse concurrenten overstroomden de wereldmarkt met chips, en zetten met lage prijzen - dumping, aldus de VS - de marges onder druk. Intel was gedwongen personeel te ontslaan, maar liet zijn onderzoek intact. Dat leidde in 1986 tot de introductie van de revolutionaire 386-microprocessor, waarmee Intel zijn vooraanstaande positie heroverde. Als je vandaag de dag een pc verkoopt”, zei IBM-topman Jack Kuehler onlangs, “zijn de mensen die geld verdienen de chipmaker en de software-leverancier.”

Hoewel makers van PC's over de hele wereld prijzenoorlogen voeren op leven en dood, wordt Intel alleen maar rijker. Door zijn dominantie kan het de prijzen binnen redelijke marges zelf bepalen. De produktie van een chip is op zichzelf niet duur als het ontwerp er eenmaal is. De produktiekosten van de 486DX bedragen 20 dollar, de chip wordt verkocht voor 300 dollar. Maar de onderzoeks- en ontwikkelingskosten ervan waren gigantisch. Vandaar dat Intel zijn concurrenten zo scherp in de gaten houdt.

“Wij zijn het te kloppen bedrijf”, erkent House. “Ze zitten ons allemaal achterna.” Niettemin doet hij het voorkomen alsof Intel zich nauwelijks zorgen maakt over de concurrenten. De recente alliantie tussen IBM, Apple en Motorola beschouwt hij als een "oude' concurrent met een nieuw gezicht. Cyrix wuift hij weg en over AMD zegt House: “AMD is nu een 386-kloon aan het maken die ze een 486-kloon noemen.”

De vraag is of Intel technologisch vooruitgang kan blijven boeken. David House is daar niet somber over: “Ik zit al twintig jaar in dit vak en telkens komt die vraag op. Het antwoord luidt al twintig jaar hetzelfde: de eerste tien jaar kunnen we nog vooruit, daarna weten we het niet meer.”

De enige barrières die Intel ziet op de weg naar verdere groei zijn de trage ontwikkeling van computerprogrammatuur, software, en de onwetendheid, luiheid of onwil van de consument. Sinds anderhalf jaar kent Intel daarom een eigen afdeling software. Niet ten behoeve van de kleine hoeveelheid software die in chips wordt verwerkt, de microcode, maar om tegemoet te kunnen komen aan wensen van software-producenten en -consumenten.

Michael Pope, werkzaam bij die "Architecture & Software Technology Group', legt uit dat zijn afdeling bekijkt hoe Intel in een zo vroeg mogelijk stadium van de chipontwikkeling kan samenwerken met afnemers. Dat voorkomt dat later moeizame veranderingen nodig zijn, en tegelijk kan Intel voor verschillende klanten aanpassingen-op-maat aanbrengen in chips. “Een snelle chip heeft alleen zin als de software die snelheid aankan”, zegt Pope. “Bovendien is het nuttig dat een chip gebruiksklaar is als we hem leveren. Waarom zouden er eerst nog maanden van gestuntel en ergernis voorbij moeten gaan voordat iedereen tevreden is?” Pope erkent dat het puur eigenbelang is voor Intel: “Wij kunnen alleen groeien als we de markt helpen groeien.”

Iedere stap in produktontwikkeling en -verkoop kan een potentiële bottleneck zijn. En vertraging kan Intel zich niet permitteren. Bijkomstig voordeel van de nauwe samenwerking is dat Intel zijn grote afnemers naar zich toetrekt. Daarmee is een eerste slag met de concurrentie al gewonnen. Hoe belangrijk Intel zijn software-afdeling vindt, blijkt uit het feit dat Popes chef, Ron Whittier, rechtstreeks overlegt met Barrett en Grove.

Een ander nieuw terrein voor Intel is digital interactive video, vaak aangeduid als multimedia. Het is een kwestie van jaren voordat iedereen over een apparaat beschikt dat de functies combineert van computer, telefoon, televisie, etcetera. Tal van bedrijven doen hiernaar onderzoek, maar de ontwikkeling is nog pril. Intel houdt nauw contact met de ontwikkelaars van de benodigde software.

“Software werd altijd zo'n beetje gezien als de meest inexacte afdeling van de computerindustrie”, zegt Pope, “maar die richting wordt steeds belangrijker. Daar moet Intel bij zijn. Voor de ontwikkeling van volgende generaties chips overleggen we al net zo intensief met software-makers als met de computerproducenten!”

Wat die trend voor Intel voor gevolgen heeft, is volgens Pope niet te zeggen. “Vijf jaar geleden was het ondenkbaar dat een bedrijf als Intel een grote software-afdeling zou hebben. Dus verwacht van mij niet dat ik kan zeggen waar we over vijf jaar mee bezig zijn.”