Fiscaal fraaie beleggingsfondsjes

De beurzen hielden gisteren de adem in. De verbale revolutie in Rusland, hoge koersen en een tegenvallende verlaging van de rente in Duitsland dwingen de handel tot een nieuwe visie. Dat gaat zo. Wanneer het vandaag tegenzit verwijst men naar morgen of overmorgen. En financiële connaisseurs praten nu al vrolijk over 1994 en 1995, om de bal in beweging te houden. Dan duurt het in ieder geval jaren voor een (on)gelijk uitkomt.

De beurs en de verhalen er omheen vervelen nooit, behalve als je verkeerd zit. Er zou een jaarlijkse door beleggers uit te reiken prijs moeten komen voor de beste voorspelling. In de voetballerij krijgt de beste schutter toch ook een trofee. Terug naar vandaag. Welke kansen liggen er?

De verhalen over een wereldwijde correctie doen al maanden de ronde. Wie daar van uit wil gaan moet zijn aandelen verkopen en afstand doen van dividenden en eventuele koerswinsten. Daar voelen beleggers meestal niet voor, de twijfel blijft knagen: in 1994 en 1995 gaat het toch weer omhoog? Om intussen te profiteren van een krachje kan men aandelen verpakken in geschreven call-opties, misschien aangevuld met gekochte puts.

Als je alle witte en zwarte rook die uit de beurs opstijgt ziet als "hints' van profeten die brood moeten eten, blijven de koersen over als enige feiten om een beslissing op te nemen. Dat blijkt vaak een goed uitgangspunt. Neem het volgende voorbeeld voor beleggers die al over hun jaarlijkse rente- en dividendvrijstelling heen zijn en uitkijken naar onbelaste opbrengsten. De prijzen zijn van gisteren, met kosten is geen rekening gehouden.

Philips kost 23,90 en de put oktober 1996 25 gulden doet 4,50. De koper van 400 aandelen en 4 put-opties betaalt bijna 11.500 gulden en heeft drie en een halfjaar het recht de stukken op 25 gulden, de uitoefenprijs, te verkopen. Dus met een beperkt verlies van 3,40 per aandeel; 23,90 plus 4,50 min 25,00. Zie de 11.500 als een investering die het gewenste belastingvrije rendement op moet brengen. Hoe gaat dat?

Schrijf, verleen, met de aandelen als dekking call-opties. Bij voorbeeld: de oktober 25 voor 2,40. Dat geeft 8,3 procent over een periode van 6 maanden. Lukt zoiets twee keer in één jaar, dan komt de buit op circa 17 procent, ongeveer 10 procent meer dan de 7,2 op een royale spaarrekening. Zo zet men een privé beleggingsfonds op. Daar moet risico tegenover staan, want de markt speelt niet voor Sinterklaas!

Loopt Philips omhoog en moeten de stukken met een winst van 1,10 (25,00 min 23,90) op 25 verkocht worden, dan blijft men met de puts zitten. Daar moeten later weer stukken bij gekocht worden. Een tweede risico betreft een koersdaling van Philips waardoor het schrijven van calls op een lagere uitoefenprijs risicovoller wordt. Kortom: het schrijven van calls gedurende de hele looptijd is niet gegarandeerd zeker.

Wanneer we uitgaan van de hoogste/laagste prijzen van vorige week, vermeld in het weekoverzicht van zaterdag jl., wordt de opzet nog aantrekkelijker: rendement over een jaar 19 procent. Maar dat is achteraf bedacht. Zo'n constructie, waarop tal van varianten bestaan, verdient overweging. Ook door onervaren beleggers met wat hulp van een beleggingsadviseur!

Gaat het in een eigen fonds om de optie-premies en niet om de dividenden, dan vormen meerjarige calls een alternatief voor aandelen. Voor aandelen op een top zijn ook die calls aan de dure kant en moet er een put als bescherming bij. Daarmee vermindert het profijt. Voor die aandelen, kans op lagere koersen groter dan andersom, koopt men meerjarige puts en schrijft de kortlopende. Zó bij voorbeeld.

De Koninklijke Olie put oktober 1996 160,00 (aandeel 160,70) kost 13 gulden. Beschouw dat als een aandeel en schrijf de put oktober 1993 155 voor 4,00 gulden. Dat geeft een rendement van 30 procent (onbelast!) over 6 maanden. Overdreven veel. Een lagere uitoefenprijs betekent minder risico en toch nog een fraai resultaat.

Zo bereken je met de koersen in de krant, zonder visie, of er aantrekkelijke combinaties bestaan. Dat eigen fonds, meestal bedoeld voor jaren, hoeft niet op één dag in elkaar gezet te worden. Je koopt/schrijft de componenten -call- en put-opties en aandelen- welke voordelig zijn.

De puts van een aandeel dat op een top staat zijn relatief goedkoop en daarom koopwaardig. De aandelen zijn duur: daar wacht je mee. De calls kunnen pas geschreven als de aandelen gekocht zijn. Een aandeel op een dieptepunt is wellicht te koop, maar de calls en puts nog niet. Al dat gevogel schrikt onervaren beleggers af. Liefst maken zij de zaak in een keer rond en laten deze dan voorlopig rusten. Zo hoort het eigenlijk, anders wordt iemand een slaaf van z'n beleggingen.