De rock & roll musical Hair: een incident met een lang leven; Een element in de strijd voor de vrede

McDermott en Rado verschijnen vrijdag in het programma Vrijdagavond Vroeg met Van Willigenburg, Ned.1, 19.00-19.29u.

Ja, beaamt Galt McDermot, er waren wel eens momenten dat hij Hair verfoeide. Niet omdat hij nu een hekel zou hebben aan de muziek die hij destijds schreef, integendeel, maar wel om al die keren dat hem werd gevraagd of hij ooit nog iets anders had gedaan. Terwijl hij de laatste twintig jaar vier andere musicals en een opera schreef, muziek componeerde voor theaterprodukties van Derek Walcott in Trinidad en een symfonie afleverde bij het Staten Island Orchestra - om maar iets te noemen. Maar in alle gesprekken gaat het toch steeds weer over Hair. Nu ja, hij heeft ermee leren leven. En laat ons eerlijk zijn: het voortdurende succes van zijn uit 1968 daterende tribal love rock musical levert hem nog steeds een acceptabel jaarinkomen op: “Het is, zeg maar, een aardige levensverzekering geworden.”

De componist van Hair, de musical die eind jaren zestig de allure had van een bevrijdingsfeest voor de hippie-generatie, blijkt nu een minzame heer te zijn van 62, met dunnend grijs haar en een zachtaardige spreektrant. Hij was, zegt hij, al een man van 37 toen hij de muziek maakte voor nummers als Aquarius en Let the sunshine in, de juichende odes aan de nieuwe wereld die definitief in het teken van love & peace zou staan. “Ik droeg een stropdas en een colbert, want zo was ik, als zoon van een diplomaat, opgevoed. Ik was zelfs nog een tijdje kerkorganist geweest - allemaal heel square dus. Maar ik was het wel enorm eens met de idealen van Gerome Ragni en Jim Rado, de tekstschrijvers. Misschien omdat mijn ouders me van huis uit vertrouwd hadden gemaakt met liberale ideeën. Voor mij was het daarom lang niet zo uitzinnig en schandalig als voor veel anderen van mijn leeftijd. En nu, ja, ach, er zitten natuurlijk dingen in die we tegenwoordig bespottelijk naïef vinden, maar ik vind dat de vredesboodschap nog steeds betekenis heeft. Er zijn nu toch óók oorlogen?”

Hair was het initiatief van Ragni en Rado, twee acteurs die in 1967, na een bezoek aan een grote Vietnam-demonstratie in Central Park in New York, enthousiast raakten door het jeugdige elan. Ze schreven een script en wendden zich tot een muziekuitgever met de vraag of die een componist wist. De man verwees hen naar Galt McDermot, die op dat moment als werkloos musicus door New York liep. “Ik vond dat hun zangteksten erg muzikaal geschreven waren. Nog steeds denk ik af en toe: wat een mooie regels zijn dat eigenlijk: this is the dawning of the age of Aquarius - dat loopt prachtig, daar kun je als componist bijna niets aan verknoeien. Maar de grootste attractie was voor mij de gedachte dat we de ritmes van de rock & roll in het theater gingen brengen. Dat was voordien nooit gebeurd - en sindsdien trouwens óók nauwelijks meer. Wij dachten toen nog dat de rock-muziek voorgoed het theater had veroverd. Maar als je nu naar de grote Broadway-musicals kijkt, dan zie je dat het allemaal weer gewoon de ouderwetse melodieën van vroeger zijn. Mijn soort muziek, die heel ritmisch is, is daar nog steeds niet welkom. Veel te lawaaiig. Wat dat betreft is Hair een incident geweest.”

Een incident, maar met een lang leven. Nog altijd trekt de show overal ter wereld volle zalen (dezer dagen zelfs in Sarajevo), ondanks de ietwat achterhaalde problematiek van de hoofdpersoon die als soldaat naar Vietnam moet en derhalve opdracht krijgt zijn haar af te knippen. Het laatste is, zo lijkt het, erger dan het eerste. Bij de slotscène, met die gekortwiekte jongen, ging ooit een siddering van afgrijzen door de zaal. Wij, met onze lange haren, ondergingen de apotheose als een schok. Bij de Nederlandse toernee die dezer dagen door een Amerikaans reisgezelschap wordt gemaakt, zitten de zalen vol jongeren met kort haar. Voor hen moet het aapjes kijken zijn. Maar ze dansen in de gangpaden vrolijk mee.

McDermot heeft het, vorige week in Bussum, met eigen ogen gezien. Hij was hier met zijn Nederlandse vrouw (een meisje Bruynzeel, ontmoet in Zuid-Afrika), op uitnodiging van het tv-programma van Hans van Willigenburg, en liep er warempel Jim Rado, een van de twee tekstschrijvers, weer tegen het lijf, ook zo'n man uit de categorie whatever happened to?

Rado blijkt sinds anderhalf jaar regisseur van de Westeuropese toernee te zijn, want er was naar zijn zeggen een danig verwaterde show ontstaan die nodig weer wat felheid kon gebruiken. Hij is nu 53, maar heeft de eertijdse idealen niet verraden: halflang haar onder een petje dat achterstevoren op zijn hoofd staat, een T-shirt (waarvan de bolling een fors embonpoint verraadt), jeans en gymschoenen. “Wij geloofden echt dat de haarlengte een belangrijk element in onze strijd voor de vrede was”, bevestigt hij. “Het was een dramatisch symbool, vooral omdat bleek dat de burgerij het ontzettend shocking vond. En voor mij heeft de haarlengte nog steeds een betekenis die uitstijgt boven de veranderingen in de mode.”

Zijn probleem is alleen dat er voor de show nog maar weinig zangers en dansers met de vereiste haarlengte te vinden zijn. Geërgerd neemt Rado kennis van het feit dat de verslaggever twee jaar geleden nog een Hair zag, waarin op het hoofd van enkele spelers een evidente pruik prijkte. “Pruiken zijn voor mij taboe”, zegt hij plotseling bits. “Dan nog liever een goeie zanger met een kortgeknipt hoofd. Op straat loopt 't tegenwoordig óók allemaal door elkaar, dus dat moet dan maar.”

Ook hij vindt dat zijn musical nog geen curiosum uit vroeger tijden is geworden: “Ik weet wel dat er een beweging gaande is om de jaren zestig uit ons collectief bewustzijn te schrappen omdat het allemaal onzin zou zijn geweest, maar daar verzet ik me tegen. De enige aanpassing in het script is één regel uit een song over drugs - een opsomming van geestverruimende middelen waarin ook de woorden heroïne en cocaïne stonden. Toen we dat schreven, wisten we niet eens wat het was. We hadden het van horen zeggen. Nu kennen we de gevaren, dus die twee woorden zijn geschrapt. Nee, verder niets. Er is gezegd dat Hair óók een pleidooi was voor free sex en dat dat in het aids-tijdperk niet meer kan. Maar over seks hebben we nooit geschreven, het ging over touching and feeling en de bewustwording van het lichamelijke. Net als de beroemde naaktscène, die heeft al evenmin iets met seks te maken. Ik vind dat allemaal nog steeds heel relevant.”

Nog maar kortgeleden protesteerde de SGP/RPF-fractie in de gemeenteraad van Veenendaal tegen de opvoering van Hair. De bezwaren golden vooral “de nogal seksueel gerichte dansen, uitlatingen en een meervoudige vrijpartij”, benevens “lastering en bespotting van onze Drieënige God”. Dat is dus één groot misverstand, reageert Jim Rado, maar aan zijn blik is te zien dat het bericht hem plezier doet. Zo vaak heeft hij dergelijke verwijten de laatste jaren niet meer gehoord.