Constitutioneel Hof in Moskou: Besluit Jeltsin is in strijd met grondwet

MOSKOU, 23 MAART. Het besluit van president Boris Jeltsin om Rusland de komende maand via noodmaatregelen te besturen, is volgens het Constitutionele Hof in strijd met de grondwet.

Dit echter, aldus het Hof, is op zich nog geen basis voor een afzettingsprocedure. De Opperste Sovjet buigt zich daarom vandaag over de vraag of het Congres van Volksafgevaardigden bijeen moet komen om Jeltsin af te zetten.

De Opperste Sovjet komt vanmiddag bijeen om zich over de uitspraak te beraden.

Tegelijkertijd heeft minister van binnenlandse zaken Viktor Jerin de speciale Dzjerzinski-divisie bevolen in Moskou te blijven om er de openbare orde te handhaven. Het parlement wordt in zijn strijd tegen Jeltsin gesteund door nagenoeg alle regionale volksvertegenwoordigingen en een paar regionale gouverneurs. De meeste andere districtshoofden hebben daarentegen instemming met Jeltsins directe presidentiële bestuur betuigd. De autonome republieken houden zich tot nu toe afzijdig.

Het oordeel van het Constitutionele Hof is vanmorgen uitgelekt via een van de rechters die binnen dit rechtscollege een minderheidsstandpunt heeft ingenomen. Het werd echter later bevestigd. Het Hof heeft vannacht onder voorzitter Valeri Zorkin tot het ochtendgloren doorvergaderd. Volgens rechter Ernest Ametistov en anonieme bronnen stelde Zorkin zich op het standpunt dat het gedrag van Jeltsin voldoende basis bood voor een afzettingsprocedure. Zorkin voelt zich persoonlijk door de president beledigd, omdat deze hem niet heeft gekend in zijn besluit een soort "noodtoestand' af te kondigen en Zorkin vervolgens zaterdag ook nog eens verweet dat hij “geen principiële positie” tegenover “het bolsjewistische gevaar” heeft ingenomen.

Een meerderheid van het Hof wilde niet echter zover gaan als Zorkin had voorgesteld. Na de nachtelijke beraadslagingen kwamen tien van de dertien opperrechters tot de conclusie dat de president “grondbeginselen van de constitutionele principes” heeft geschonden maar dat daaruit niet de conclusie kan worden getrokken dat een impeachment-procedure nu automatisch kan beginnen.

Een van de formele argumenten voor dit compromis is het gebrek aan juridische feiten. Jeltsin heeft de oekaze, waarmee hij zaterdag zijn “bijzondere bestuur” aankondigde, nog altijd niet gepubliceerd, noch overhandigd aan het Hof. De opperrechters hebben derhalve alleen een oordeel kunnen vellen over het gesproken woord van de presidentiële televisierede.

Pag.5: Troepen van OMON blijven in Moskou

Onmiddellijk na deze beslissing van het Constitutionele Hof heeft het ministerie van binnenlandse zaken (MVD) laten weten dat de binnenlandse strijdkrachten (OMON) in Moskou gestationeerd blijven. Deze Dzjerzinski-divisie, een eenheid met tienduizend man (vijf procent van het totaal aantal troepen van de MVD), zou naar de Noordossetische hoofdstad Vladikavkaz worden overgebracht om daar de strijdende partijen der Osseten en Ingoesjen uit elkaar te houden. “De Dzjerzinski-divisie was, is en zal in Moskou blijven”, aldus een woordvoerder van minister Viktor Jerin desgevraagd.

Hoewel president Jeltsin zijn decreet van zaterdag nog niet heeft gepubliceerd en zijn “bijzondere bestuur” om die reden formeel nog niet van kracht is, heeft hij gisteren wel twee andere oekazes afgekondigd die de feitelijke noodtoestand verder moeten bekrachtigen.

Gisteren heeft Jeltsin een decreet uitgevaardigd ter verdediging van de "persvrijheid'. De massamedia zijn via deze oekaze rechtstreeks onder presidentiële “bescherming” en presidentieel financieel beheer geplaatst. Met dit besluit is de wet waarmee het Congres van Volksafgevaardigen tien dagen geleden alle massamedia onder parlementaire controle heeft willen overnemen, eenzijdig ongedaan gemaakt.

Vanmorgen is bovendien bekendgeworden dat hij de lokale en regionale uitvoerende macht eveneens per decreet naar zich toe heeft getrokken. De gouverneurs en "bestuurshoofden' in den lande, alsmede de burgemeesters van Moskou en St. Petersburg, hebben in deze oekaze expliciet de opdracht gekregen de presidentiële bevelen uit te voeren en zullen voor de implementatie daarvan “persoonlijk verantwoordelijk” zijn. Met dit decreet probeert Jeltsin de plaatselijke uitvoerende bestuurders, die grotendeels door hem zijn aangesteld en op hun beurt ook veel last hebben van de lokale volksvertegenwoordigingen, een steun in de rug te geven. Met uitzondering van Novosibirsk en Irkoetsk, waar de bestuurlijke leiding afgelopen zaterdag door Jeltsin is ontslagen, hebben de meeste gouverneurs en districtshoofden afgelopen dagen voorzichtig maar positief gereageerd op de noodmaatregelen. Hun sovjets (volksvertegenwoordigingen) hebben de stap van Jeltsin echter bijna zonder uitzondering afgekeurd. Het conflict tussen uitvoerende en wetgevende macht in Moskou is nu naar de lagere regionen aan het overslaan. Alleen de leiders van het mijnwerkersdistrict Keremovo en de president van de autonome republiek Karelië hebben zich tegen Jeltsin gekeerd. De bestuurscolleges in deze twee gebieden zijn namelijk in handen gebleven van aanhangers van parlementsvoorzitter Roeslan Chasboelatov. De presidenten van de ruim twintig niet-Russische "autonome' republieken en districten hebben tot nu toe zeer terughoudend gereageerd. Deze deelstaten binnen de Russische Federatie zijn, onder leiding van Tatarstan, wel voor versterking van de uitvoerende macht geporteerd maar voelen er weinig voor om Jeltsins plebisciet ook in eigen huis te organiseren omdat zo'n pan-nationale volksraadpleging de centrale president een mandaat zou kunnen geven dat hun lokale "soevereiniteit' alleen maar kan ondermijnen.