Burgemeester Almere zwicht voor druk

ALMERE, 23 MAART. Burgemeester drs. C.H. de Cloe van Almere heeft met ingang van vandaag zijn functie neergelegd. Dit heeft hij gisteravond meegedeeld aan de commissaris van de koningin in Flevoland, H. Lammers.

De Cloe komt met zijn beslissing nadat vrijdag vier van de vijf wethouders van Almere publiekelijk hadden verklaard dat zij geen mogelijkheid meer zagen samen te werken met de burgemeester. Eerder deze maand kwam het bureau VB Accountants tot de conclusie dat bij de onkostenvergoeding die De Cloe gedurende de zeven jaar dat hij burgemeester van Almere is geweest, “de formele regels niet juist zijn toegepast”.

In zijn verklaring van gisteren onderstreepte de burgemeester dat hij de overeenkomst over de onkostenvergoeding indertijd "te goeder trouw' heeft gesloten en dat hem pas recent is gebleken dat de regeling niet correct is toegepast. “Ik ben daarbij van mening dat deze fouten niet dusdanig van aard zijn, dat ik als burgemeester daaraan consequenties moet verbinden.”

Dat hij toch zijn functie heeft neergelegd, houdt verband met de politieke discussie die in het college is ontstaan. “De situatie is de laatste dagen dusdanig politiek geëscaleerd”, aldus de burgmeester in zijn verklaring, “dat de bestuurlijke verhoudingen in Almere ernstig geschaad dreigen te worden. Dit is een voor de stad Almere en voor alle betrokkenen een slechte situatie.”

In februari werd bekend dat er iets niet in orde was met de onkostenvergoeding voor zijn verhuizing, auto en telefoon. Het ging in totaal om 33.000 gulden die de burgemeester in de loop der jaren te veel had ontvangen. De Cloe heeft het dat geld inmiddels teruggestort op de rekening van de gemeente.

De fractievoorzitters van de gemeenteraad hebben accountantsbureau VB Accounts ingeschakeld voor een onderzoek, dat zich ook zou moeten uitstrekken over de handelwijze van wethouders en ambtenaren. Vorige week kwam het bureau met een voorlopig resultaat van zijn onderzoek. Daarbij werd geconstateerd dat niet kon worden vastgesteld welke afspraken de burgemeester had gemaakt over zijn onkostenvergoeding. Wel concludeerde het bureau dat de regels niet altijd goed zijn toegepast en dat geen sprake is geweest van “routinematig doorlopen van bestaande procedures en afspraken.”

Volgens fractievoorzitter R.M.M. van Ling van Groen Links riep die tussenrapportage meer vragen op dan zij beantwoordde. Daarom wilden de fractievoorzitters woensdag een hoorzitting houden. Op gezag van commissaris van de koningin Lammers is die zitting echter niet doorgegaan.

Vrijdag verklaarden de vier wethouders van PvdA en VVD dat de burgemeester “zowel het ambt van burgemeester als de gemeente Almere” heeft geschaad, door al die tijd een te hoge vergoeding te toucheren. Zo kreeg De Cloe een maandelijkse onkostenvergoeding voor zijn privé-auto van 400 gulden. Volgens wethouder A. Tierie van financiën, tevens loco-burgemeester, had De Cloe zelf wel kunnen bedenken dat er iets niet klopte, omdat hij voor zijn werk zelden gebruik maakte van zijn eigen auto.

De fractievoorzitters van alle partijen in de raad, behalve PvdA en VVD, waren niet te spreken over de actie van de vier wethouders, omdat het onderzoek van de raad daarmee is doorkruist. De eerder afgelaste hoorzitting heeft maandagavond alsnog plaatsgehad, op hetzelfde moment dat burgemeester De Cloe zijn terugtreden bekend maakte. Van Ling noemt de handelwijze van de wethouders “niet correct en voorbarig”. Wat haar betreft had burgemeester De Cloe dan ook nog niet hoeven te vertrekken. “Iedereen heeft recht op een zorgvuldige procedure.”

Bij afwezigheid van De Cloe is Tierie voorlopig voorzitter van het college. Officieel heet het dat De Cloe zijn functie ter beschikking stelt, en in afwachting van een vertrekregeling, terugtreedt. De commissaris van de koningin en de minister van binnenlandse zaken buigen zich over de voorwaarden voor het vertrek van De Cloe.

Met het vertrek van de burgemeester is ook de positie van de vijfde wethouder, M. van Bijsterveld van het CDA in het gedrang gekomen. Zij verzette zich als enige tegen de actie van haar collega-wethouders omdat zij van mening was dat het onderzoek in de gemeenteraad eerst moest worden afgewacht. Eerder verklaarde zij dat het "onbehoorlijk' is dat het principe van hoor en wederhoor niet is toegepast in het geval van de burgemeester. Mevrouw Van Bijsterveld was vandaag niet voor commentaar bereikbaar.

De Cloe is voor de Partij van de Arbeid lid geweest van de gemeenteraad van Amsterdam, waar hij in 1974 wethouder van economische zaken werd. Van 1978 tot 1980 was hij lid van de Eerste Kamer, van 1979 tot 1986 was hij burgemeester van Hellevoetsluis. Sinds 1986 was hij burgemeester van Almere.