Bertha Hope's swing wil maar niet lukken

Concert: de Amerikaanse pianiste Bertha Hope met Walter Booker Jr. (contrabas) en Jimmy Cobb (drums). Gehoord: 20/3 BIMhuis, Amsterdam

Een bekend familielid in dezelfde branche hebben kan heel vervelend zijn, ook voor artiesten. Mercer Ellington bijvoorbeeld, bleef bijna altijd in de schaduw van zijn vader de 'Duke'. Dat zo'n familieband ook voordelig kan zijn bewijst het geval van Alice Coltrane die als echtgenoot en weduwe van de geniale John kansen kreeg die ze als 'zomaar' de pianiste McLeod vermoedelijk niet gekregen zou hebben. Voor Ravi Coltrane die net als zijn vader saxofoon speelt, ligt het anders. Hij dreigt onder de 'familie-verplichtingen' verpletterd te worden.

Bij Bertha Hope lijkt er weinig reden voor dit soort spanning. Haar in 1967 overleden echtgenoot en collega- pianist Elmo werd slechts bekend bij een kleine kring liefhebbers. Daarbij kreeg ze maar weinig tijd om zich met hem te meten. In 1961 nam ze weliswaar drie duetjes met hem op, maar al snel waren er drie kinderen als handenbindertjes. Pas de laatste jaren treedt ze opnieuw naar buiten. De muziek van haar ex lijkt daarbij niet meer dan een aanleiding. Haar tweede cd voor het label Steeplechase heet nog veelzeggend St. Elmo's Fire, maar op de laatste, Between two Kings, vorig jaar gemaakt voor Minor Music, staat maar één stuk van hem tegen zes van haar zelf. Haar begeleiders op deze plaat, bassist Walter Booker Jr en drummer Jimmy Cobb zijn er in het BIMhuis ook bij, dus niets lijkt een fris Nederlands debuut in de weg te staan. Helaas, al voor het concert begonnen is, maakt Bertha Hope duidelijk dat men dat 'fris' maar beter vergeten kan. Het trio is om zes uur in de ochtend in Zwitzerland uit bed gestapt en heeft vervolgens een half etmaal in de trein gezeten. Een haastige soundcheck en een rammelende opening doen inderdaad het ergste vrezen. Komen die trage slagen echt van Jimmy Cobb, jarenlang de zeer alerte begeleider van Miles Davis? Oh ja, dat is alweer dertig jaar geleden. Al na twee stukken gunt Bertha Hope haar begeleiders rust, misschien geen gek idee. Haar vooral harmonisch interessante lezing van Yoy're my Thrill geeft hoopt op verbetering. Die blijft echter uit doordat Bertha's eigen composities weinig pregnant zijn en het met de swing niet echt lukken wil. Nu eens speelt ze haastig op de beat vooruit, op andere momenten raakt ze plotseling achter. Het is een worsteling, net zoals het dat voor Elmo vaak was. Na een lange pauze volgt nog een mooi solostuk, het door wijlen Tadd Dameron geschreven If you could see me now, maar dan is de fut er helemaal uit. Slechts als blijk van goede wil wordt er nog een toegift uitgeperst. Dat het matige resultaat niet alleen aan vermoeidheid te wijten is, blijkt bij nadere bestudering van Between two Kings. Moed en muzikaliteit zijn bij Bertha Hope voldoende aanwezig, maar met haar motoriek is het matig gesteld. Maar techniek kun je leren, zelfs als je 56 bent. En meer succes krijgen dan haar ex-echtgenoot, dat moet kunnen lukken. Elmo Hope was meestal zonder werk, zat in de bajes voor drugsgebruik, werd niet ouder dan 43 en liet een bescheiden stapeltje slechtverkochte platen na.