Behandel Antillen niet anders dan Suriname

De mislukking van de Toekomstconferentie tussen Nederland en de Nederlandse Antillen op Curaçao laat de betrekkingen tussen Nederland en Suriname niet onberoerd. Als Nederland geen deugdelijk bestuur op de Antillen kan garanderen, met welk recht kan het dan democratie in Suriname eisen?

Drs. Jan de Koning, destijds minister van ontwikkelingssamenwerking, was de eerste Nederlandse minister die Suriname eind juni 1980 bezocht na de staatsgreep van Bouterse van 25 februari 1980. Het doel van zijn bezoek was om de burgerregering Chin a sen die na de staatsgreep was aangetreden, financieel te steunen en haar in staat te stellen de militairen naar de kazerne terug te sturen.

Het bezoek van De Koning pakte echter anders uit. Een probleem dat na de onderhandelingen over de onafhankelijkheid van Suriname onopgelost was gebleven bleek ineens de Surinaamse gelederen hevig te beroeren. Het was Suriname niet gelukt het bedrag voor ontwikkelingshulp "waardevast' te maken en in de Surinaamse gemeenschap was een algemeen ongenoegen over Nederland blijven hangen. De regering-Chin a sen, die zonder verkiezingen aan de macht was gekomen, zocht een politiek strijdpunt om zich te profileren en zette de waardevastheid van de ontwikkelingshulp alsnog op de agenda voor de besprekingen met minister De Koning. Toen De Koning dit als "onbespreekbaar' van de hand wees en aan dit standpunt vasthield brak Suriname de besprekingen af.

Heel Suriname, inclusief het leger, schaarde zich achter de regering, hetgeen leidde tot de grootste betoging tegen Nederland die ooit in de Surinaamse geschiedenis werd gehouden. Ongeveer dertigduizend mensen verzamelden zich na een mars door de stad op het voormalige Oranjeplein, dat na de onafhankelijkheid "Onafhankelijkheidsplein' was gaan heten. De betogers scandeerden daarbij de bekend geworden leuze: "Jan de Koning, Suriname is geen pot met honing'. De verwijten van neokolonialistisch optreden van Nederland waren niet van de lucht. De betoging was zo massaal dat de regering, bevreesd dat de agressie zich tegen de persoon van de Nederlandse minister zou gaan richten, besloot hem permanent te laten bewaken.

De Koning zelf vatte de situatie sportief op. Dwars door de menigte heen die na een dag nog op de been was, kwam hij persoonlijk afscheid nemen van president Chin a sen. Hij zei bij die gelegenheid dat hij die explosie van opgekropt ongenoegen begreep als uiting van een "verlaat dekolonisatieproces' en dat hij, mits het bij deze ene keer zou blijven, geen bezwaar had dat zijn persoon daarbij als bliksemafleider fungeerde; zo hielp hij tenminste mee aan vergroting van de "eigenwaarde van het Surinaamse volk'.

“Maar nu we met bebloede koppen tegenover elkaar staan wordt het tijd de zaak in alle nuchterheid te bekijken om op een later tijdstip op een verstandige manier de Nederlands/Surinaamse betrekkingen te regelen”, voegde hij eraan toe.

Het zou vele jaren duren voordat het zover kon komen. Op 18 juni van het vorig jaar zetten president Venetiaan en minister-president Lubbers hun handtekening onder het "Raamverdrag inzake vriendschap en nauwere samenwerking tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Suriname'. In dit Raamverdrag komen Nederland en Suriname overeen gezamenlijk te zullen werken aan het vestigen van ordelijk bestuur en de versterking en instandhouding van de democratie en rechtsstaat in Suriname. Gezamenlijk zullen de beide landen de grensoverschrijdende criminaliteit en daarmee verweven drugscriminaliteit gaan bestrijden, waarbij Suriname technische en personele bijstand van Nederland aanvaardt en tevens Nederlandse steun bij een structurele versterking van het overheidsapparaat.

Op basis van deze uitgangspunten verklaart Nederland zich bereid Suriname verdere economische en financiële steun en technische bijstand te verlenen. De Nederlandse bereidheid hiertoe, zo staat er voor alle duidelijkheid in het Raamverdrag, zal wel regelmatig worden geëvalueerd en desnoods worden bijgesteld “op basis van de grondbeginselen, doelstellingen en uitgangspunten van dit Raamverdrag” (art.2, punt 5). Met andere woorden, boekt Suriname geen vorderingen op het gebied van ordelijk bestuur, en werkt het onvoldoende mee aan de bestrijding van de grensoverschrijdende, vooral op Nederland gerichte, drugscriminaliteit, dan kan Suriname verdere Nederlandse financiële hulp wel vergeten. Het Raamverdrag rept met geen woord over de waardevastheid van de ontwikkelingshulp - een kwestie die indertijd zo hoog op de Surinaamse politieke agenda heeft gestaan.

Suriname heeft dit punt bij de besprekingen over het Raamverdrag niet eens meer aangestipt. Vanwaar deze radicale ommezwaai? Het water was Suriname namelijk inmiddels tot aan de lippen gestegen en het land had geen enkele andere keus meer dan de Nederlandse voorwaarden voor hervatting van de ontwikkelingshulp gelaten te aanvaarden. Het Surinaamse parlement heeft inmiddels het Raamverdrag goedgekeurd. Alleen de partij van ex-legerleider Bouterse, de Nationaal Democratische Partij, (NDP) stemde - wegens de "vergaande Nederlandse bemoeienis met interne Surinaamse zaken' - tegen het Raamverdrag.

Het is onvermijdelijk het mislukken van de Toekomstconferentie tussen Nederland en de Nederlandse Antillen te Willemstad, Curaçao tegen dezelfde historische achtergrond van de recente Nederlands/Surinaamse geschiedenis te zien. Net als indertijd de Surinamers, bleken de Antillianen met een algemeen ongenoegen jegens Nederland te zitten. Dat heeft op de Toekomstconferentie geleid tot een verschansing achter het begrip "autonomie' in een poging verdergaande Nederlandse bemoeienis buiten de deur te houden. De Antillianen beoordeelden geen enkel Nederlands voorstel op eigen merites, maar in de eerste plaats op de vraag of er niet een aantasting van hun "autonomie' achter school - daarbij kwade trouw van Nederlandse kant veronderstellend.

Krijgen de Antillianen echter hun zin, dat wil zeggen, blijft Nederland de Antillen financieel steunen zonder waarborgen te eisen voor ordelijk bestuur, versterking van rechtsstaat en democratie, dan komt het Nederlands beleid met betrekking tot Suriname zonder meer onder zware druk te verkeren.

Want als het Nederland niet lukt binnen het eigen Koninkrijk deugdelijk bestuur te garanderen, met welk recht kan het dit dan van het onafhankelijke Suriname verlangen? Wie in eigen huis geen orde op zaken kan stellen, verspeelt immers het recht dat in andermans huis te gaan doen.

Er zit voor Nederland bij het vervolg van de Toekomstconferentie, die over drie maanden wordt gehouden, dan ook niets anders op dan hetgeen het van het onafhankelijke Suriname gedaan heeft gekregen ook van de Nederlandse Antillen en Aruba gedaan te krijgen. Slaagt Nederland hier niet in dan zal het draagvlak in Suriname voor naleving van het Raamverdrag ernstig versmallen.

De steun die de regering Venetiaan aan het Raamverdrag ontleent zwakt daardoor af en de kritiek van Bouterse op dit verdrag zal veld winnen. Dat zal president Venetiaan bij de weer opgelaaide confrontatie tussen legerleiding en burgerregering, dat is geconcentreerd om defensieminister Gilds (die op vervanging van de huidige legerleiding uit is), onwelkom zijn. De volgende toekomstconferentie tussen Nederland en de Antillen is dus ook voor de toekomst van Suriname van groot belang.