Accountants vrezen forse toeneming schadeclaims; Maatschappen weigeren overheid inzage te geven in fraudegevallen

ROTTERDAM, 23 MAART. De Nederlandse accountants weigeren fraudegevallen die zij bij ondernemingen aantreffen te melden bij de overheid. De beroepsorganisaties staan “sterk afwijzend” tegenover een concept-wetsvoorstel van minister Hirsch Ballin (justitie) waarin een dergelijke fraudemelding verplicht wordt gesteld.

Prof.dr. A.J. Bindenga, lid van de raad van bestuur van accountant Moret Ernst & Young, veegde vanmorgen tijdens de presentatie van de jaarcijfers van zijn maatschap de vloer aan met het wetsvoorstel van Justitie. Bindenga liet weten “uit de wandelgangen” het vertrouwelijke commentaar op het wetsvoorstel van de beroepsorganisaties NIVRAA en NOvAA te hebben vernomen. Bindenga sprak voor zichzelf, maar wel na overleg met de beroepsorganisaties.

Bindenga noemde het voorstel “overbodige wetgeving” die de “vertrouwensrelatie” tussen cliënt en accountant verstoort. “De aansprakelijkheid jegens cliënten wordt onaanvaardbaar vergroot.”

Het concept-wetsvoorstel komt voor de accountants op een zeer ongelegen tijdstip. De concurrentie tussen grote kantoren als Moret, KPMG, Deloitte & Touche en Coopers & Lybrandt neemt sterk toe, mede als gevolg van de teruglopende conjunctuur. Accountants worden steeds vaker aansprakelijk gesteld voor de financiële schade die een onderneming heeft geleden. Bindenga “sluit niet uit” dat sommige accountants uit concurrentie-overwegingen hun ogen sluiten voor fraude. “Ik ben het in mijn praktijk gelukkig nog nooit tegengekomen”, zo voegde hij daar onmiddellijk aan toe.

Volgens het concept-wetsvoorstel moet een accountant fraude melden bij het bestuur en de raad van commissarissen van de betrokken onderneming. De overheid, waaronder de belastingdienst, moet inzage krijgen in deze fraudemelding. Bij een omvangrijke fraude, van invloed op de jaarresultaten, moet de accountant dat melden bij zijn beroepsorganisatie en zijn opdracht teruggeven. Bindenga haalde fel uit naar “de bijzonder zware” sancties die justitie bij overtreding wil toepassen: de accountant wordt dan geschorst of zelfs uit het accountantsregister geschrapt.

De meest voorkomende fraude waarop accountants stuiten bij hun financiële controles is belasting- en premiefraude. Een “zeer duidelijk” geval van fraude noemde Bindenga daarnaast een ondernemer die geen factuur verstrekt en de opbrengst niet in de boekhouding verantwoordt. Een ander voorbeeld is een bedrijf dat subsidie voor het verbeteren van arbeidsomstandigheden ontvangt en nalaat die verbeteringen voor de werknemers door te voeren.

Minister Hirsch Ballin van justitie wil met wetgeving voor de accountants komen, omdat jarenlange gesprekken achter de schermen niets hebben opgeleverd. Zes jaar geleden vroeg het Kamerlid Vreugdenhil (CDA) al in een Kamerdebat of accountants een bijdrage konden leveren aan de strijd tegen fraude in het bedrijfsleven.

Na jarenlang praten leek in september 1991 een overeenkomst dichtbij tussen de ministeries van financiën, justitie en de accountants, maar de laatsten trokken zich schielijk terug toen bleek dat de overheid vertrouwelijke inzage wilde in de fraudezaken die bij NIVRAA en NOvAA werden gemeld.

De accountants zijn bang voor claims van bedrijven die hen voor de geleden schade aansprakelijk stellen als de rechter de ten laste gelegde fraude niet bewezen acht. Bindenga: “Als je als accountant de zogenoemde fraude verkeerd hebt geïntepreteerd, stelt het in opspraak geraakte bedrijf je aansprakelijk voor de geleden schade.”

Die angst is volgens Justitie overdreven. De Nederlandse staat heeft de verantwoordelijkheid om met fraudemeldingen van accountants zorgvuldig om te springen en is aansprakelijk als geen veroordeling volgt. De meldende accountant heeft gehandeld volgens zijn wettelijke plicht.

Een belangrijk punt van kritiek van de accountants op het wetsvoorstel is verder dat daardoor “de van groot belang zijnde vertrouwensrelatie” met cliënten wordt verstoord. Bedrijven raadplegen regelmatig in vertrouwen hun accountant met de vraag of iets wettelijk nog wel is toegestaan. “Dat zullen ze niet meer doen als wij een wettelijke meldingsplicht krijgen opgelegd”, vreest Bindenga.

Bij de betrokken ministeries vragen ambtenaren zich ondertussen af wat die vertrouwensrelatie tussen accountant en cliënt dan inhoudt, een bonafide onderneming heeft immers niets te duchten.