"Wat is dat voor regering die schiet op ongewapende burgers'

CIZRE, 22 MAART. Terwijl in de verte tromgeroffel weerklinkt ter gelegenheid van het Koerdische Nieuwjaar, delft Ramazan Budak (60) samen met een van zijn zonen een graf voor zijn dochtertje. “Het meisje werd met de navelstreng rond haar hals geboren”, vertelt Budak, “en stierf omdat we het vannacht niet aandurfden om een vroedvrouw of een dokter te halen”.

Cizre, een stadje op zo'n 30 kilometer afstand van de Iraakse grens in het Koerdische zuidoosten van Turkije, is berucht sinds daar vorig jaar het Nieuwjaar (Nevroz) in een bloedbad eindigde. Veiligheidstroepen schoten op stenen gooiende demonstranten, die hun sympathie voor de illegale Koerdische Arbeiderspartij (PKK) en leider Abdullah Öcalan toonden. Het was de bloedigste viering van het Nieuwjaar (ook Turkse bronnen spreken van 94 doden) sinds de PKK in 1984 een guerrillastrijd ontketende in Zuidoost-Turkije, waarbij inmiddels een kleine 6.000 slachtoffers zijn gevallen.

Dit jaar is de sfeer in Cizre - dat wordt aangemerkt als een PKK-bolwerk - beduidend minder grimmig. Op zaterdagavond klinken geen geweerschoten, waarmee voorheen het Koerdische Nieuwjaar, dat op 21 maart wordt gevierd in Zuidoost-Turkije, luidruchtig werd binnengehaald. De Koerdische bevolking is duidelijk niet uit op provocaties, nadat PKK-leider Öcalan vorige week de Turkse staat een eenzijdig staakt-het-vuren aanbood om zo de weg vrij te maken voor een politieke oplossing van het Koerden-vraagstuk in Turkije. “Een voorstel dat door de Koerdische bevolking met vreugde is begroet”, aldus Orhan Dôgan, die door de bevolking van Cizre in het Turkse parlement is gekozen. “Het wordt algemeen gezien als een eerste fase van een historisch vredesproces. Wat er ook gebeurt na de 15e april - de datum waarop het staakt-het-vuren van de PKK afloopt - de regering zal hoe dan ook oplossingen moeten bieden voor het Koerdenprobleem.” Een sfeer die de laatste dagen ook opstijgt uit de talrijke columns in de Turkse kranten, waarin wordt gepleit voor democratische hervormingen.

Maar de Turkse staat liet gisteren in Cizre zien dat na verloop van tijd de deur dan wellicht op een kier wordt gezet, maar dat er geen twijfel over mag bestaan wie in Zuidoost-Turkije, waar de uitzonderingstoestand geldt, de dienst uitmaakt. De straten van het Koerdische stadje, dat de afgelopen jaren is uitgedijd tot zo'n 60.000 inwoners, waren volgepakt met politiemensen en veiligheidstroepen, voorzien van pantserwagens en tanks. De bevolking vermeed dan ook de hoofdstraten en danste op open plekken in de woonwijken, die door zware regenval in een modderpoel waren veranderd, op muziek van een drum en een klarinet, terwijl meer radicale lieden foto's van PKK-leider Öcalan toonden. Tot de politie ook hier ingreep en de samengestroomde menigte sommeerde om zich terug te trekken. “De straten zijn van de staat”, galmde het uit de megafoon. “Niemand heeft het recht om daar illegaal samen te scholen.”

Toen dat in een van de woonwijken niet tot het gewenste resultaat leidde, persten politiepantservoertuigen zich door de nauwe straatjes om de bewoners dan maar met geweld te verspreiden. Even leek het er op of de geschiedenis zich zou herhalen in Cizre. Zeker nadat de politie enkele arrestaties verrichtte en de bevolking het optreden met stenen beantwoordde, waarop de politie korte tijd het vuur opende. Maar de pantservoertuigen rolden vervolgens door de modder terug naar de hoofdstraat. “Wat is dat voor een regering die schiet op ongewapende burgers”, zo vertaalde een vrouw de verbijsterende gevoelens van de achtergebleven omstanders.

Het optreden in Cizre was exemplarisch voor confrontaties tussen de Koerdische Nevroz-gangers en de politie in andere delen van Turkije. Alleen in Adana aan de zuidkust, waar zich de afgelopen jaren honderdduizenden Koerden op de vlucht voor de werkloosheid en de repressie in Zuidoost-Turkije hebben gevestigd, viel een dode en enkele gewonden. “Het is aan de terughoudende opstelling van de Koerden te danken”, aldus Dôgan, “dat er niet méér bloed is vergoten.”

De algemene gedachte in Zuidoost-Turkije is dat de Koerden met de terughoudende manier waarop het Nieuwjaar werd gevierd, nu hebben laten zien dat ze achter de beslissing staan van Öcalan om de gewapende bevrijdingsstrijd op te geven. Waarmee het initiatief nu aan de Turkse regering is om een politieke uitweg te vinden.