Wallage merkt minder kinderen aan als 'achter'

DEN HAAG, 22 MAART. Het aantal scholieren dat als "achtergesteld' wordt aangemerkt, wordt drastisch beperkt. Dit heeft staatssecretaris Wallage van onderwijs vandaag bekendgemaakt.

Wallage reageert daarmee op het rapport "Ceders in de tuin' dat de commissie-Van Kemenade in oktober uitbracht. Volgens het huidige achterstandsbeleid krijgen basisscholen extra geld voor leerlingen die op grond van een groot aantal criteria verondersteld worden in een achterstandspositie te verkeren. Het kan daarbij onder meer gaan om leerlingen uit een één-oudergezin, leerlingen wier ouders uitsluitend lager onderwijs hebben genoten, of leerlingen wier ouders behoren tot minderheden.

In het rapport werd voorgesteld om de bestaande categorieën te vervangen door drie: ouders met maximaal twee jaar onderwijs, met vijf jaar onderwijs en ouders met niet meer dan twee jaar vervolgonderwijs. Daarmee werd de etnische factor uit het systeem gehaald.

Wallage heeft deze voorstellen van het rapport van de commissie-Van Kemenade in grote lijnen overgenomen. De verandering moet wel geschieden “binnen bestaande financiële kaders”, aldus de staatsecretaris.

Door de maatregelen wordt de groep kinderen voor wie de overheid extra subsidie geeft verkleind van 40 naar zo'n 25 procent. De totale subsidie blijft dezelfde, maar een veel groter deel van het geld moet worden besteed aan Nederlandse lessen voor allochtone kinderen.

In het rapport was vastgesteld dat 80 procent van alle basisscholen gebruik maakt van gelden uit de regeling. Volgens de commissie werkt dat versnippering in de hand. Door het aantal leerlingen dat in aanmerking komt voor extra subsidie bijna te halveren, hoopt de staatssecretaris het geld voor kinderen met een achterstand gerichter te besteden. Het geld dat dan vrijkomt wil Wallage besteden aan extra aandacht voor peuters in achterstandssituaties, zodat zij beter voorbereid op school komen.

Ook moet veel meer geld worden besteed aan cursussen Nederlands voor leerlingen van allochtone herkomst. Uit alle onderzoeken blijkt dat taalachterstand het grootste struikelblok op school is. Anders dan nu zullen ook kinderen van Surinaamse, Antilliaanse en Chinese herkomst daarvan kunnen profiteren. Ook zij blijken immers grote problemen met het Nederlands te hebben.