Voetbal in San Marino: duizend leden en vijf velden

SAN MARINO, 22 MAART. De zondagmorgen is aangenaam helder als in Fiorentino de klokken van het kerkje worden geluid. Om half tien in de behaaglijke ochtendzon putten jonge mannen zich op een zanderig veldje aan de rand van het dorpje uit in loopoefeningen. Sommigen spelen elkaar met de voet een bal toe. Een man in spijkerbroek en suède schoenen gooit in een hoek van het terrein de bal naar een jongen in kleurig keeperstenue. Die draagt ook een pet. Hij gooit de bal meer naast dan in de handen van zijn partner. Maar met aandoenlijke heldenmoed slingert deze zijn lichaam van links naar rechts en vangt hij kreunend iedere bal die ver naast hem wordt geworpen.

Vijf mensen volgen het spel vanuit de schaduw van een gebouwtje dat als kleedruimte dienst doet. De belangstelling voor de wedstrijd tussen de nummers drie en vijf van de voetbalcompetitie van San Marino, de elftallen van Montevito en Domagnano, is niet overweldigend. Als om tien uur de scheidsrechter de voetballers het sein geeft dat de strijd mag beginnen, is het aantal toeschouwers tot vijftien gestegen.

Ze zitten op de betonnen tribune ten noorden van het grasveld. De meerderheid heeft zich onder de overkapping naast elkaar genesteld, achter een man met een camera. Deze blijkt van het Sanmarinese televisie-station, die opnamen maakt voor het programma van dinsdagavond. Eigenwijs zitten drie mensen met hun gezicht in de vurige ochtendzon. Ze volgen het spel tussen de voetballers slechts vanuit hun ooghoeken.

Het is niet anders dan in de echte wereld. De scheidsrechter, een respectabele jongeman die fluit naar hem goed dunkt, wordt door het handjevol toeschouwers uitgescholden voor klootzak, hoerejong en cornuto, wat wil zeggen dat zijn eventuele echtgenote op deze hoorbaar geheiligde ochtend met een andere man de liefde bedrijft.

Het drietal in de zon heeft andere zorgen. Over drie dagen speelt het nationale elftal van San Marino in Utrecht tegen Nederland. Reden voor Giorgio Leoni, de bondscoach van de kleine voetbalnatie, bij zijn Nederlandse gast te informeren naar de weersgesteldheid in Nederland, naar zijn Nederlandse collega Dick Advocaat - of dat een aardige man is - en naar de conditie van Dennis Bergkamp.

Pier Luigi Parenti mag zich zoiets als elftalleider noemen van de squadra nazionale. Wijselijk houdt hij zijn mond als de trainer aan het woord is. Hij volgt de wedstrijd. Leoni is bescheiden. Als voetballer was hij niet meer dan een hardloper, zegt hij, een linksback bij Calcio San Marino en bij Juvenes, de club waar hij nu ook trainer is. Sinds 1986, sinds San Marino mag deelnemen aan kwalificatiewedstrijden voor het Europees en wereldkampioenschap, is hij bondscoach. In zijn vrije tijd wel te verstaan. In het dagelijks leven werkt hij in dienst van de staat in de munten- en postzegelhandel.

Het Nederlands elftal heeft hij nooit in levende lijve mogen aanschouwen. Geen geld om te reizen. Leoni kijkt naar Parenti alsof deze weet waarom. Maar waarom zo moeilijk doen? Iedereen kent toch het voetbal dat door Nederlanders wordt gespeeld. En van Nederland-Turkije heeft hij de video-opname gezien. Hij en de spelers zullen de film nog een keer bekijken als ze in Nederland zijn. Het was niet zo best wat de Nederlanders tegen de Turken lieten zien, oordeelt Leoni deskundig. De Nederlanders verkeren in een moeilijke periode, weet hij.

Hij wijst op het gebrek aan ervaring van zijn spelers. Ze trainen drie, vier keer in de week. Het zijn maar amateurs, conditioneel vallen ze altijd terug in het laatste half uur. In de eerste wedstrijd tegen Turkije in Ankara was het vlak voor tijd nog 1-1. Toen de scheidsrechter weigerde een strafschop aan de Turken toe te kennen, sprong een Turkse supporter op het veld. Er ontstond consternatie, de scheidsrechter durfde niet in te grijpen en voordat de Sammarinesen het wisten, kregen ze drie doelpunten om de oren.

Ze speelden voor 35.000 toeschouwers in Ankara. Een enerverende belevenis meent Leoni. Maar dan te bedenken dat ze in Londen voor 50.000 mensen speelden op Wembley, “waar ze het voetbal hebben uitgevonden”. Het werd 6-0. Niet eens zo slecht als je bedenkt hoe weinig geluk de voetballers uit San Marino hadden, zegt Leoni.

Als Leoni verneemt dat Ronald Koeman door een schorsing woensdag niet meespeelt, reageert hij met enig cynisme. Alsof hij het betreurt dat de “langzame libero” niet aanwezig is. “Dus Holland wil aanvallen, veel scoren”, concludeert hij uit de informatie die hem toekomt. “Tja, dat dachten de Engelsen ook. En het werd maar 6-0. Schrijf maar dat we met 2-0 tevreden zijn.”

Na analyses over Bergkamp, Jonk, Rijkaard, De Goey, Van Vossen en vooral over Overmars aangehoord te hebben, waarin Leoni zich als een quasi-onverschillig maar deskundig coach laat gelden, verontschuldigt hij zich. Hij moet deze middag met zijn club Juvenes om drie uur spelen tegen Cusercolere, een club in de buurt van Forli. En zijn aanwezigheid is echt gewenst. Juvenes speelt in de Italiaanse competitie, bij de amateurs, in de zogenoemde Promozione, en neemt de voorlaatste positie op de ranglijst in. Zes spelers van Juvenes behoren tot de nationale selectie van San Marino.

Parenti heeft tot nu toe met zwijgzaam respect Leoni aan het woord gelaten. Als de bondscoach is vertrokken, spreekt hij met gezag. Hij vertelt over de Sammarinese competitie, de eerste divisie die tien clubs telt, verdeeld over het zestig vierkante kilometer tellende staatje, en de zes clubs van de tweede divisie. Namen als Tre Penne, Tre Fiori, Virtus en Libertas. Calcio San Marino speelt in de Italiaanse competitie, de zogenoemde Eccellenza, de hoogste amateurklasse, Juvenes speelt een klasse lager.

De Federazione Sammarinese Giuoco Calcio telt ongeveer duizend leden, 450 senioren en bijna 600 junioren, 16 clubs, 25 scheidsrechters en vijf officiële voetbalvelden, waaronder dat van Fiorentino en het nationale stadion van Serravalle. Uit- en thuiswedstrijden zijn er niet. De competitie wordt gespeeld in de vijf stadions op zaterdagmiddag en zondagochtend, waarna de playoffs in het Serravalle-stadion worden gehouden.

Tegen de grote stroom in van auto's met dagjesmensen die naar de hooggelegen hoofdplaats San Marino rijden, op weg naar Serravalle aan de grens van het ministaatje, waar Calcio San Marino om drie uur tegen Castrocaro speelt, vertelt Parenti dat hij een paar jaar geleden in Zeist is geweest voor een cursus voor trainers uit kleine landen. Hij blijkt trainer te zijn van Libertas, een club uit het gehucht Borgo Maggiore die nu tweede op de ranglijst van de competitie van San Marino staat.

Hij begint een taktische analyse van de eerste, geruchtmakende wedstrijd van San Marino tegen Noorwegen die in 10-0 eindigde. “Die wedstrijd is niet maatgevend voor ons niveau”, beweert hij. Thuis in San Marino bleek waartoe het elftal werkelijk toe in taat is. Het verloor slechts met 2-0. En tegen Turkije behaalde het zelfs een gelijkspel. “Ons probleem is de conditie”, had Leoni al gezegd. “Spelers die de hele dag werken en 's avonds trainen, hebben een achterstand op spelers uit andere landen met professionalisme. Maar misschien is het alleen maar psychisch.”

Bij de entree van het stadion van Serravalle overheerst het geluid van een meedogenloze rockband op het parkeerterrein. Op de overdekte hoofdtribune van het stadion is de swing niet meer helemaal te horen. Koploper Calcio San Marino speelt tegen Castrocaro, een degradatiekandidaat uit Italië. Laten we zeggen tweehonderd toeschouwers, kinderen meegerekend.

De enige tribune van het moderne complex ligt aan de zonnige zuidzijde. Het veld word omringd door een atletiekbaan. Aan de overkant staan twee noodtribunes die, zegt Parenti, tijdens de wedstrijd van San Marino tegen Schotland voor de kwalificatie voor het wereldkampioenschap gevuld waren. Tienduizend mensen. Schotse supporters zongen hun kelen schor. Maar als de Engelsen en de Nederlanders komen, wijkt San Marino waarschijnlijk uit naar het stadion van Cesena in Italië.

“Dat is Mister”, zegt Parenti en hij wijst op de trainer van Calcio San Marino. Een schreeuwerige man die niet in de dug-out zit, naar op de voorste rij van de hoofdtribune luidkeels aanwijzingen geeft om ten overstaan van het publiek te bewijzen dat hij ambitieus is. In het veld maken de stijlvolle linksback Manzaroli, de rijzige en kopsterke libero Guerra en de speelse rechterspits Bacciocchi indruk. Ze zijn internationals van San Marino en allerminst slechte voetballers. Calcio San Marino wint met 3-0.

“We moeten verjongen”, zegt Parenti als het geluid van de rock en de radiootjes met reportages van de voetbalwedstrijden elders in Italië, even is verstomd. Bonini bijvoorbeeld, eens een gevierde ster van Juventus, is al 34. Hij speelt nog als prof bij Bologna in Serie B. En Benedettini, de keeper is al 31. Deze man wordt woensdag vervangen door de 24-jarige Muccioli, omdat hij tegen Turkije een scheurtje in zijn elleboog opliep. Maar mede dankzij Muccioli bleef het 0-0 destijds in San Marino.

De keeper is geen familie van de bekende centrale verdediger Muccioli, de bebaarde postbode die als mandekker Bergkamp had moeten uitschakelen. Parenti laat merken dat hij het niet leuk vindt dat spelers van San Marino alleen roem vergaren omdat ze naast het voetbal een beroep uitoefenen. “Nee”, antwoordt hij kortaf. “Benedettini is niet de buschauffeur die ons vannacht met de bus van San Marino naar Milaan rijdt. Zijn elleboog is toch gebroken. Hij kan dus niet rijden.”

Om vier uur vannacht stapte de nationale ploeg van San Marino in de bus op weg Milaan, op weg naar de uitwedstrijd in Nederland. Vijf uur rijden. Van Milaan werd met het vliegtuig de reis voortgezet. “Ach meneer, hoe moeten wij anders?” Parenti heft de handen ten hemel. Op de tribune van het stadion van Serravalle ontploft volop vuurwerk als Calcio San Marino heeft gescoord. Sommigen vluchten, maar keren terug. Iedereen lacht. Voetbal is nog plezier in San Marino.