Van Mierlo: huidig kabinet moet maar snel opstappen

DEN HAAG, 22 MAART. Het huidige kabinet van CDA en PvdA moet zo snel mogelijk opstappen, vindt D66-leider Van Mierlo.

Het heeft “onvoldoende autoriteit en maatschappelijk draagvlak om vlak voor het verkiezingsjaar structurele oplossingen aan te dragen voor de sociaal-economische crisis waarin ons land verkeert”.

Uiteraard klinkt het verdacht als zoiets van oppositionele zijde wordt geëist, zei Van Mierlo zaterdag zelf al op het congres van zijn partij in Amersfoort, maar er zijn ook objectieve argumenten te noemen, vond hij. De nationale economie vertoont structurele zwaktes, op dit moment is een ombuigingsoperatie van negen tot twaalf miljard gulden nodig, met uitzicht op een ombuigingsoperatie van nog eens meer dan twintig miljard. De wegen die met de begroting 1994 worden ingeslagen, aldus Van Mierlo, zijn “richting bepalend” voor de komende vier jaren.

“Waarom zou de verantwoordelijkheid voor de komende vier jaar zo overwegend in handen komen te liggen van een coalitie, waarvan het kabinet en de partijen zelf zo afstand nemen van het beleid en van elkaar?” In plaats daarvan stelt Van Mierlo vervroegde verkiezingen voor, om dan de definitieve begroting 1994 door een nieuw kabinet met een nieuw mandaat te laten geschieden. Het congres in De Flint in Amersfoort klapte luid na deze laatste opmerking.

Op alle beslissende momenten in de afgelopen tijd, zei Van Mierlo, heeft in het kabinet het coalitiebelang geprevaleerd boven bestuurlijke uitgangspunten. Men zegt dat de verkiezingscampagne is begonnen, constateerde Van Mierlo: “Je kunt echter ook zeggen dat de aandacht wordt weggetrokken van het beleid en de verantwoordelijkheden van dit moment. Dat is schandelijke en tegelijk niet onbegrijpelijk, want zo werkt ons systeem. Een jaar geleden heb ik hier gezegd dat het kabinet van niemand was, behalve van zichzelf. Dat is nu ook niet meer zo.”

Op de "algemene ledenvergadering' van D66 stonden, afgezien van de slotrede van de partijleider, twee thema's centraal: de reorganisatie van het binnenlands bestuur en Europa. Daar de discussies al in de afdelingen hadden plaatsgevonden, beperkte zich de behandeling ervan grotendeels tot het stemmen over een lange stroom schriftelijke moties.

Ten aanzien van het binnenlands bestuur werd vrijwel unaniem het principe aanvaard, dat er drie volwaardige bestuurslagen dienen te zijn in Nederland: nationaal en gemeentelijke en daartussen een provincie (nieuwe stijl) òf een regio. Alledrie deze bestuurslagen moeten, zo werd vastgesteld, “een directe democratische legitimatie” te krijgen, waarbij D66 uiteraard ook de voorzitters van de nieuwe regio's rechtstreeks zou willen laten kiezen.

Ten aanzien van Europa werd concreet geëist dat de hulp van Nederland aan Europa direct wordt verdubbeld van 300 tot 600 miljoen gulden per jaar en de Oosteuropese landen vrije toegang tot de Westeuropese markten moeten krijgen. Daarnaast moet de staten van Midden-Europa een veiligheidspolitiek onderdak worden geboden in de vorm van een Navo-lidmaatschap.