Simonis ontkent druk op Bär om af te treden

UTRECHT, 22 MAART. Kardinaal Simonis heeft ten stelligste ontkend dat hij druk zou hebben uitgeoefend op bisschop Bär van Rotterdam om af te treden. Tijdens een persconferentie zaterdag in Utrecht distantieerde Simonis zich, samen met bisschop Ernst van Breda, ook van berichten als zou hij de geruchtenstroom over Bär willens en wetens hebben gevoed. Bär trad op 13 maart officieel af als bisschop van Rotterdam. Hij verblijft sinds 17 februari in een Benedictijnerklooster in de Belgische Ardennen.

Simonis haalde fel uit naar de Volkskrant, die vorige week vrijdag schreef dat Bär onder druk van Simonis en de nuntius is opgestapt. “Volstrekt onwaar”, aldus Simonis. De bewering dat Simonis een leidende rol heeft gespeeld bij het verspreiden van geruchten over Bär kwalificeerde hij als “regelrechte smaad en laster”. Simonis ziet vooralsnog af van juridische stappen, maar de mogelijkheid van eventuele stappen wordt wel onderzocht door zijn medewerkers.

Simonis en Ernst hebben niet geprobeerd Bär van zijn ontslagaanvraag te weerhouden, zo zeiden zij. Toen Ernst hem op 20 februari in het klooster bezocht zei Bär hem dat zijn besluit vaststond. Op de vraag waarom Bär niet al eerder in het geweer is gekomen - de geruchten circuleren al enige jaren - zei Ernst dat hij daarvan had afgezien “bij gebrek aan betrouwbare gegevens”. Volgens Simonis waren de geruchten over Bärs vermeende homoseksuele contacten intussen zo hardnekkig dat het functioneren van de bisschop ernstig werd belemmerd. Simonis bevestigde dat de geruchten afkomstig zijn uit de kring van aalmoezeniers uit het leger.

In november vorig jaar liet de oud-hulpbisschop van Utrecht, mgr. Th. G.A. Hendriksen, bisschop Ernst weten dat hij bezoek had gehad van een aalmoezenier uit orthodoxe kring. Die stelde hem op de hoogte van geruchten over Bär. Vervolgens had Simonis een onderhoud met de legeraalmoezenier, maar omdat die anoniem wilde blijven stelde de kardinaal geen onderzoek in. Ook zocht hij geen contact met Bär “omdat de zaak dan zo zwaar zou worden aangezet”, aldus Simonis.

Toen in december en januari de geruchtenstroom aanzwelde en “ernstiger van aard” werd, heeft Simonis Hendriksen gevraagd een en ander met Bär te bespreken. Dat gesprek had plaats op 8 februari. Op 17 februari vertrok Bär na een telefoontje hals over kop naar het klooster in Chevetogne.

In een gisteren uitgegeven verklaring zegt oud-kanunnik W. van der Valk, ex-medewerker van bisschop Gijsen, dat hij kort voor het overhaaste vertrek van Bär nog een gesprek met hem heeft gehad, in een vriendschappelijke sfeer. “Nimmer heb ik een vijandige houding gekoesterd aangaande de persoon van mgr. Bär en diens functioneren als bisschop. (..) Suggesties over chantage en andere vormen van dwang zijn dan ook uitermate lasterlijk”, aldus de verklaring.