Rusland; Een ongewenste sleutelrol

De Russische strijdkrachten - het leger, de binnenlandse veiligheidsdienst en de KGB - houden de sleutel in handen voor de oplossing van de crisis in Rusland: als president Boris Jeltsin en het parlement het hard blijven spelen en een compromis uitblijft, zullen de strijdkrachten uiteindelijk de uitkomst b.

Het is een positie waarmee de strijdkrachten niet om hebben gevraagd - sterker: ze zitten met die sleutel heel lelijk in hun maag. Dat kan worden opgemaakt uit de schaarse uitlatingen van minister van defensie Pavel Gratsjov en zijn collega's van binnenlandse zaken en staatsveiligheid over de crisis. De drie ministers hebben zich in principe achter Jeltsin geschaard; maar Gratsjov heeft duidelijk gemaakt dat het leger verdeeld is, en dat het met name in de garnizoenen rond Moskou danig rommelt.

De Russische strijdkrachten vormen politiek allang geen eenheid meer. Drie cruciale gebeurtenissen en processen hebben de stemming bij de strijdkrachten de afgelopen jaren sterk aangetast: de nederlaag in en de terugtocht uit Afghanistan, de val van het socialisme in Oost-Europa in 1989 en de mislukte communistische coup van augustus 1991, gevolgd door het uiteenvallen van de Sovjet-Unie. Elk van die drie gebeurtenissen en processen is een nieuwe, zware nederlaag geweest, een vernedering die het officierskorps, zeventig jaar lang gepolitiseerd en geïndoctrineerd, intens heeft gedemoraliseerd.

Dat gevoel is nog versterkt door andere problemen: de algemene chaos in de samenleving, de bezuinigingen (het leger telt nu nog twee miljoen man, een aantal dat nog tot 1,2 à 1,3 miljoen man wordt teruggebracht), de enorme problemen bij de terugkeer van tienduizenden militairen uit Oost-Europa, Duitsland en de Baltische landen, de democratisering (lees: de toegenomen mondigheid van recruten, van regionale leiders, van nationale minderheden) en het wegvallen van zowel het aloude vijandbeeld van vroeger als de houvast biedende ideologie - dit alles heeft de strijdkrachten nog veel dieper geraakt dan de samenleving als geheel.

Dat bleek in augustus 1991 al tijdens de staatsgreep tegen Gorbatsjov, toen minister van defensie Dmitri Jazov in het putschistencomité ging zitten (net als KGB-chef Krjoetsjkov) maar de rol van de strijdkrachten uiteindelijk beperkt bleef tot het sturen van wat tanks, bemand door jongens die al heel snel door opperste verwarring werden bevangen.

Die verwarring is symptomatisch voor wat er leeft in het officierskorps. Een deel van dit korps hangt dogmatisch-communistische denkbeelden aan. Groot-Rusland, het herstel van de oude Sovjet-Unie, de actieve - eventueel militaire - bescherming van de Russische minderheden elders, law and order, confrontatie met het Westen, afschaffing van de chaos van de democratie - dat zijn hun steutelbegrippen. Prominente vertegenwoordigers van deze groep vormen mensen als generaal Lebed, de bevelhebber van het Veertiende Leger die in Moldavië de Groot-Russische gedachte verdedigt. Maar hoe groot dit deel van het officierskorps is, is niet duidelijk; zonder twijfel is een aanzienlijk deel van het officierskorps president Jeltsin, de niet-communistische orde en de democratie toegedaan.

Het verklaart de terughoudendheid van de huidige minister van defensie, Pavel Gratsjov. Uit alles blijkt, dat hij van een al te snelle standpuntbepaling in het huidige conflict alleen maar onheil kan verwachten: de strijdkrachten lopen het risico overdwars te scheuren wanneer hij te vroeg partij kiest. Met andere woorden: hij kan geen initiatief nemen, hij moet afwachten tot de machtsverhoudigen duidelijk zijn.

Over Gratsjovs persoonlijke loyaliteit bestaat al evenmin veel helderheid. Zijn rol tijdens de coup van augustus 1991 was dubieus en ambivalent, net zoals trouwens (met uitzondering van de latere opperbevelhebber van de GOS-strijdkrachten, Sjaposjnikov) die van de hele legerleiding. Gratsjov volgde aanvankelijk zijn chef, putschist Jazov, en werd door het comité van coupplegers als verbindingsman tussen henzelf en Jeltsin ingezet. In het kader van die drie cruciale dagen koos Gratsjov uiteindelijk voor Jeltsin. Maar niet zomaar: hij stuurde eerst twee vermeende elite-eenheden, de Tamanskaja- en de Kantimirovskaja-divisie, de straat op; die mochten overlopen naar het Jeltsin-kamp. Toen dat proefballonnetje een succes bleek, koos Pavel Gratsjov eieren voor zijn geld. Een paar weken later maakte hij promotie.

De angst voor een scheuring overdwars maakt Pavel Gratsjov tot een buitengewoon voorzichtig man: het gaat er niet alleen om die scheuring te voorkomen, het gaat ook om zijn eigen hachje. Een verkeerde gok en het is met Gratsjov gebeurd. En de generaal kan zelfs geen proefballonnetjes meer oplaten, want de Tamanskaja-divisie die hij in augustus 1991 de straat op stuurde bleek vorige week aan de vooravond van de wedstrijd tussen Spartak en Feyenoord zelfs niet in staat het Moskouse speelveld op tijd speelklaar te maken.