Pechzoekers

Hij is mager als een potloodlijn. De wind van de propellors tekent zijn stokjes van benen af in zijn nylon trainingsbroek. Boven zijn doodse, ingevallen gezicht zit een dun restje grijs haar, vastgeplakt.

Zij is dik, de bulk van haar lichaam is verpakt in een enorm wit T-shirt met toeristische opdruk en een roze legging. Ze heeft een gouden Christian Dior-bril, waarvan de poten onderaan de glazen vastzitten.

Hij is slecht ter been. Ze staan vooraan bij de gate, maar komen als laatste het vliegtuig binnen. De bagagevakjes zijn vol. Verongelijkt kijkt ze om zich heen, naar de schuldigen.

Oh jee. Dit lijkt op de blik van een pechzoeker. Ieder mens is in principe een gelukzoeker, maar je hebt ook gemankeerde gelukzoekers die ontdekt hebben dat pech ook zo zijn beloningen heeft. Aandacht, bijvoorbeeld. “Ik wil met alle liefde m'n bagage opbergen”, klaagt ze tegen de steward, “maar dan moet er wel ruimte zijn.” Haar harde, scherpe stem klinkt duidelijk boven het motorgezoem uit, de zijne is zo zacht dat hij erin verloren gaat.

Als het probleem verholpen is gaat hij bij het raam zitten, zij aan het gangpad, een lege stoel tussen hen in. Ze nemen een gin-tonic. Even later valt de hare op de grond, de ijsblokjes rollen alle kanten op. Oh jee! “M'n drankje is gevallen! Jakkes, ik ben helemaal nat! Ik héb 'm op mijn tafeltje gezet, maar dat stomme tafeltje zit niet goed!” De steward helpt met opruimen. “Hij gleed er zó vanaf! Kan ik een nieuwe krijgen? Toch wel gratis hè?” De steward begijpt het: een pechzoeker. Vriendelijk blijven, anders wordt het onbeheersbaar. Ze slaat haar ene been over het andere, zodat haar voet buiten de stoel steekt. De steward nadert stapvoets met het etenskarretje, de voet bevindt zich beneden zijn gezichtveld, en het karretje raakt de voet. “Au!”, roept ze, “Au! Au! Help, m'n voet!” De steward, een attente, vriendelijke jongen, trekt wit weg. “M'n voet, u heeft zowat m'n voet geboken!”

“Oh, mevrouw, wat spijt me dat, zal ik er ijs op doen?”

“Nee, dat hoeft niet.”

“Mevrouw, wat vervelend nu. Het spijt me. Maar ik héb gewaarschuwd dat ik eraan kwam. Wilt u een compres? Een zwachtel misschien?”

“Nee.”

“Weet u het zeker?”

“Ja.”

“Weet u wat, ik maak dit even af en dan kom ik nog even bij u kijken.”

Behalve aandacht en medelijden valt in Amerika met pech nog meer te verdienen: geld. Damages. Er zijn mensen die er hun werk van maken verkeersongelukjes uit te lokken en met geveinsde whiplashes, rugklachten en geestelijke deuken tonnen bij elkaar procederen. Zou de dikke vouw het erom gedaan hebben? Man stervende aan slopende ziekte, geen geld voor de begrafenis, luchtvaartmaatschappijen zijn als de dood voor publiciteit dus kopen snel af - perfect! Zo kan een pechzoeker een gelukzoeker worden. Als de steward even later terugkomt heeft ze een pen en een stuk papier gepakt.

“Wat is uw naam?” wil ze weten.

De steward slikt geschrokken: “K-k-k-kenny.”

“Kenny hoe?”

“Eh, wij mogen onze achternamen niet geven.”

“Kenny hoe?”

“Wacht, ik zal even de purser naar u toe sturen.” Kenny verdwijnt. Als alle stewards achterin het toestel met de maaltijden bezig zijn staat ze op en loopt naar de wc. Geen spoor van ongemak. Nou ja!

“Nee nú niet”, zegt ze teruggekomen tegen haar man, die kennelijk iets gezegd heeft, “maar dat kan nog komen. Ja hoor, dat komt voor, dat je eerst niets voelt en later enorme pijn krijgt. Ik ben een keer bij de tandarts van m'n stokje gegaan tegen hem aan, waardoor hij op z'n knie viel. Hij voelde eerst niets, maar hij heeft z'n praktijk moeten verkopen, zó'n last kreeg hij ervan.”

De purser, ook erg pips, komt haar alvast een formulier brengen, en een nieuwe gin-tonic voor de schrik. Achter de stoel klinkt wat geritsel en geschuif, gevolgd door de eerste verstaanbare opmerking van de magere man.

“Verdomme, Jane, nu ben k helemaal nat!”