Nordholt strijdt door, ondanks wrevel in Kamer

AMSTERDAM, 22 MAART. Onvermoeibaar blijft de Amsterdamse hoofdcommissaris Eric Nordholt zijn boodschap uitdragen. Kamerleden, ministers, politiek Den Haag in het algemeen: Nordholt mist geen gelegenheid zijn kritiek op een falend misdaadsbeleid te spuien. Of, zoals gisteren in Het Capitool, Lubbers te steunen in zijn suggestie dat er serieus moet worden gedacht aan "kampementen' voor criminele jongeren.

“Ik ben een voorstander van heel veel kampementen”, zo sprak Nordholt gisteren. De hoofdcommissaris ziet een en ander als een goede oplossing voor het voortdurende tekort aan celruimte. Maar zoals gebruikelijk plaatste hij zijn boodschap in een bredere samenhang: met alleen meer cellen is het probleem niet opgelost. Zelf experimenteert de Amsterdamse politie al enige tijd met het onderbrengen van criminele jongeren in kazernes, waar zij onder militaire discipline een vakopleiding volgen.

Vrijdag voerde de kritiek nog de boventoon. De Kamerleden, die het politie-apparaat jaren hebben verwaarloosd, moeten een toontje lager zingen in hun kritiek op het functioneren ervan, zo vond Nordholt. Ze zouden eens een kijkje moeten nemen in de maatschappij. Nordholt adviseerde ze “in de TUT te gaan”, wat staat voor tijdelijke uittreding. Een en ander zou wel eens kunnen leiden tot de DUT, de definitieve uittreding, zo meende hij.

De aanvallen van Nordholt worden in de Tweede Kamer met gemengde gevoelens ondergaan. VVD-woordvoerder Wiebenga neemt de kritiek van Nordholt zeer serieus. “Het wordt tijd voor een nader gesprek met de hoofdcommissaris. Het moet zorgen baren dat een hoofdcommissaris van politie bij voortduring de politiek in een kwaad daglicht stelt. Hij beschadigt daarmee niet alleen politici maar ook de democratie, en dat in een tijd dat de democratie het moeilijk heeft.”

CDA-afgevaardigde Van der Burg daarentegen beschouwt Nordholts uitlatingen als een “kwajongensstreek”. “De zorg en betrokkenheid van Nordholt geldt de leefbaarheid van de grote stad Amsterdam. Als hij daarbij soms op niet gebruikelijke manier mijn collega's en mij op mogelijk verzuim wijst, dan accepteer ik die kritiek”, aldus Van der Burg. Volgens hem werken opmerkingen van Nordholt mee aan het bewerkstelligen van een “cultuurshock” die nodig is om het criminaliteitsprobleem aan te pakken. “Het is wel vreemd dat Lubbers de aftrap heeft moeten doen. Kennelijk zijn onze politieministers niet in staat die discussie zo kleurrijk en klankvol aan te gaan.”

Pag.3: Kamerlid "weet wat er gaande is'

PvdA-afgevaardigde Stoffelen voelt zich minder aangesproken door zijn partijgenoot. “Ik kan me voorstellen dat de hoofdcommissaris in zijn grote bezorgdheid over de groeiende criminaliteit wel eens een onbeheerste vloek ten beste geeft”, meent het Kamerlid. “Dat is niet verstandig, maar hij is ook maar een mens.”

Stoffelen wijst erop dat Nordholt deel uitmaakt van de commissie die de PvdA-standpunten inzake politie-kwesties voorbereidt. “Kritiek op de PvdA-lijn zou dus zelfkritiek zijn”, aldus het Kamerlid die erop wijst dat hij met enige regelmaat 's nachts op patrouille gaat met politiemensen. “Ik weet dus zeer goed wat er gaande is.”

De Amsterdamse politie experimenteert sinds eind vorig jaar met een project waarbij groepen “kansloze jongeren” in een kazerne werden geplaatst voor het volgen van een vakopleiding. De jongeren, het merendeel van Marokkaanse, Turkse, Surinaamse en Antilliaanse afkomst, hadden zich schuldig gemaakt aan straatroven en inbraken. Onder militaire discipline, gekleed in groene overall en aan de voeten legerkistjes, kregen zij de mogelijkheid een opleiding te volgen voor ondermeer vrachtwagenchauffeur.

Het project kreeg enige landelijk bekendheid als het plan-Beerenhout, genoemd naar de gemeentelijke beleidsmedewerker die het idee had. Het plan veroorzaakte eerder de nodige opschudding in kringen rondom hulpverleners en politici. Niettemin werd het experiment doorgezet en volgens de Amsterdamse politie zijn de resultaten bevredigend. De meeste jongens zouden door de legerdiscipline enige orde in hun leven hebben aangebracht: het grootste deel maakte zijn opleidingen af en een aantal heeft inmiddels werk gevonden.

Het was dan ook niet verwonderlijk dat de plannen van premier Lubbers, die immers verrassend veel gelijknis tonen met de Amsterdamse aanpak, op Nordholts warme steun konden rekenen. In één moeite door viel de hoofdcommissaris daarbij zijn partijgenote minister d'Ancona af. Haar idee, dat de kwestie thuishoorde in het welzijnswerk, werd krachtig van de hand gewezen. Het welzijnswerk heeft geen enkele grip meer op dit soort jongeren, aldus Nordholt, vandaar ook dat “de hele zaak uit de klauwen loopt”.