NIEK VAN OOSTERUM OVER: doorgaan na de zege

“Het is niet zo als bij het schaatsenrijden dat de firma Bolletje op je af komt om je voor een tv-spot te vragen, maar ik kreeg na het winnen van het Eurovisieconcours wel meer uitnodigingen, onder andere van het Residentie Orkest en het Koninklijk Filharmonisch Orkest van Vlaanderen. Ik moest eerst ook nog mijn eindexamen vwo doen, daarom is het vorig jaar eigenlijk pas goed begonnen.”

Niek van Oosterum wilde op zijn zevende al pianist worden. Nu is hij 18 en heeft al vele optredens in concertzalen en voor radio en tv achter de rug. Hij woont bij zijn ouders in Hoorn en reist door de week per trein op en neer naar Amsterdam, waar hij in het eerste jaar van het Sweelinck Conservatorium zit. Al vanaf 1986 won hij eerste prijzen op concoursen, maar zijn doorbraak kwam toen hij in 1990 als 16-jarige de eerste prijs won op het Eurovisieconcours Young musician of the Year in Wenen. Kort geleden is een cd uitgekomen waarop hij met het Berliner Symphoniker het Eerste pianoconcert van Tsjaikovski vertolkt. Op 8 april speelt hij in de Grote Zaal van het Amsterdamse Concertgebouw met de Koninklijke Militaire Kapel het pianoconcert van Stravinsky, ter gelegenheid van het verschijnen van een nieuwe cd.

Niek van Oosterum: “Toen ik met mijn moeder uit Wenen terugkwam, stonden mijn klasgenoten met spandoeken op Schiphol. Het huis stond vol bloemen. Kennissen, maar ook wildvreemden die de finale op de tv hadden gezien, stuurden stapels kaarten, soms alleen geadresseerd aan Niek van Oosterum, Hoorn. Ik kreeg een paar dagen vrij van school om journalisten te woord te staan. De telefoon ging aan één stuk door, we moesten hem afzetten om te kunnen eten.

“Al snel kwam er een impresario op me af, Rob Groen. Hij selecteert de aanbiedingen en kijkt of ze uitkomen met mijn lesprogramma. Ik treed nu zo'n vijftien keer per jaar op. Dit jaar ga ik waarschijnlijk naar Caracas. Op 28 mei speel ik met het Koninklijk Filharmonisch Orkest van Vlaanderen in de Anton Philipszaal in Den Haag. En er komen nog een paar solo-optredens aan, onder andere hier in Hoorn. Met orkest spelen vind ik leuk, maar alleen ook. Ik heb geen voorkeur, ook niet voor bepaalde muziek, of voor een componist.

“Ik was liever eerder naar het conservatorium gegaan, maar mijn ouders wilden dat ik eerst het vwo afmaakte. Op het conservatorium heb ik les van Jan Wijn, die al een aantal jaren mijn leraar was. Ik heb natuurlijk wel een voorsprong op de andere studenten, maar er worden aan mij geen andere eisen gesteld. Met de theoretische vakken moet ik gewoon van voren af aan beginnen. Vergeleken met de gemiddelde student heb ik een mooi inkomen, al zou ik er niet van kunnen leven. Je mag per jaar 8000 gulden netto bijverdienen. Met aftrek van onkosten kom ik daar lang niet aan.”

Thuis studeert hij op een nieuwe, zwarte Steinway-vleugel, ongeveer vijf uur per dag en niet later dan half acht 's avonds, vanwege de buren. “Vóór het concours in Wenen had mijn vader gezegd: "Als je wint, krijg je een nieuwe vleugel'. Dat was een grapje, maar toen won ik echt en zat hij eraan vast. Gelukkig hebben twee bedrijven, pianohandel Van Hoorn in Eindhoven en grafisch bedrijf Albracht in Montfoort, hem geholpen. Daarvoor had ik een Ibach van 80 jaar oud. Ik brak op het laatst elke dag een snaar.

“Wat de toekomst betreft hoop ik op veel optredens over de hele wereld. Het lijkt me leuk om te reizen. Violisten kunnen altijd op hun hotelkamer studeren, maar als pianist krijg je maar een paar studieuren in de concertzaal toegewezen. Dan blijft er tijd genoeg over om wat van de wereld te zien.”