Naar rechts

DE ENIGE DEELNEMERS voor wie de uitslag van de eerste ronde van de Franse parlementsverkiezingen toch nog een verrassing opleverde, waren de Groenen.

De gevestigde milieupartij bleef ver achter bij de voorspellingen, de woordvoerders klaagden hun nood over de verwarring die een aantal groene splinters zouden hebben veroorzaakt. Maar een verklaring met meer trefkans is wellicht dat in tijden van werkloosheid en malaise de idealen van een natuurlijker leefwijze wat op de achtergrond raken. Bovendien, voorzover "groen' linkse pretenties had, die lagen ditmaal slecht in Frankrijks electorale markt.

De socialisten van Mitterrand hadden zich al op het ergste voorbereid, de ondergang van de socialistische top in de volksvertegenwoordiging heeft desondanks de vooruitzichten nog somberder gemaakt dan ze al waren. Als straks, in 1995, het presidentschap opnieuw moet worden bekleed, hebben de kandidaten van links als gevolg van deze uitslag een extra obstakel te overwinnen.

Gematigd rechts heeft weliswaar in stemmen geen spectaculair resultaat geboekt, maar is sterk genoeg om de regering over te nemen: een nieuwe periode van "cohabitatie', van gewapende samenwerking tussen een linkse president en een rechtse regering kondigt zich aan. Uiterst rechts blijkt nog over groeipotentieel te beschikken, maar meer dan een bevestiging van het axioma dat intolerantie tegenover vreemdelingen een afgeleide is van het verwachtingspatroon der sociaal zwakken met betrekking tot hun eigen specifieke welvaartsniveau hebben deze verkiezingen niet opgeleverd.

DE UITSLAG is een signaal van protest en ongenoegen en is zeker geen richtingwijzer voor een nieuwe politiek. Want de Franse socialisten hebben, anders dan hun reputatie wil, voortreffelijk op 's lands kas gepast. De standpunten van links en van de hoofdmacht van gematigd rechts waar het gaat om de monetaire politiek - en daar gaat het in dit tijdsgewricht om - zijn dan ook nagenoeg congruent. Wel is het denkbaar dat de nieuwe regering straks onder druk van een groeiende werkloosheid het pad van zuinigheid en stabiliteit verlaat. Maar dat zou dan meer te maken hebben met de politieke nood dan met een ideologische ommezwaai.

Het is een tijd waarin regeringen in moeilijkheden zijn, ongeacht hun politieke kleur. Althans in de kernlanden van de Europese Gemeenschap. Het nieuwe "ieder voor zich', in Frankrijk belichaamd in de nationale vleugel van zegevierend rechts, zal voor de EG dan ook niet zonder gevolgen blijven.