Masters Of Reality Masters Of Reality: Sunrise On ...

Masters Of Reality Masters Of Reality: Sunrise On The Sufferbus, Chrysalis 0946-321976-2-7, import.

Wispelwey Pieter Wispelwey, sonates voor cello-solo (Globe, glo 5089)

Henry Threadgill Henry Threadgill Very Very Circus: Live at Koncepts (TMK 10292-2). Distributie: Dureco. Henry Threadgill: Too Much Sugar for a Dime (Axiom 314-514 258-2).

W.A. Mozart completissimo The unfinished Mozart: Emergo EC 3992-2

Johannes Passion Johannes Passion o.l.v. Frans Brüggen. Philips 434905-2 (2 cd's)

Masters Of Reality

Het klinkt tegenstrijdig, maar als retrogroep was Masters Of Reality haar tijd ver vooruit. Het titelloze debuut uit 1988 haalde de complete pophistorie overhoop, van Cream tot Led Zeppelin en van Mountain tot ZZ Top. Het in commercieel opzicht miskende meesterwerk Masters Of Reality op het toen nog prille Def Americanlabel baande het pad voor retrorockers als Lenny Kravitz en The Black Crowes.

Op het langverwachte tweede album gaat een gekoesterde wens van zanger en gitarist Chris Goss in vervulling, nu voormalig Cream-drummer Ginger Baker tot de bezetting is toegetreden. Zijn ritmische bijdrage is functioneel en los uit de pols, met sporadische verwijzingen naar de jazzrock waar hij de tussenliggende periode mee doorbracht.

Vergeleken bij de overdonderende symfonische blues van het debuut is Sunrise On The Sufferbus een sobere plaat, die vooral lijkt terug te verwijzen naar de rustige momenten van het witte dubbelalbum van The Beatles. Een ultrakort liedje met de intrigerende titel Madonna herinnert aan Paul McCartney's Her Majesty en op het eerste gehoor banale rocksongs als She Got Me en Tilt-A-Whirl hebben de meerwaarde die Lennon & McCartney aan een simpel idee konden geven. Sereen voortkabbelende bluesdeuntjes en quasimystieke teksten over naakte heksen rond het kampvuur maken Sunrise On The Sufferbus tot een plaat die anders, en vooral creatiever is dan de overvloed aan gitaarlawaai uit Amerika. Schandalig dat de Nederlandse platenmaatschappij het niet nodig vindt om zo'n plaat hier uit te brengen.

Masters Of Reality: Sunrise On The Sufferbus, Chrysalis 0946-321976-2-7, import.

JAN VOLLAARD

Wispelwey

De Nederlandse cellist Pieter Wispelwey is een eigenzinnig musicus. Tijdens de Masterclass van Yo-Yo Ma vorig najaar, waarbij Wispelwey een van de vier deelnemers was, liet hij zich niet de les lezen door zijn beroemde collega. Integendeel, hij wilde maar al te graag uitleggen hoe hij zelf een bepaalde sarabande uit een van de Cellosuites van Bach interpreteerde. Wispelwey bleek aanzienlijk extremere opvattingen over Bach te hebben dan Ma, zo extreem, dat hij (ondanks het gebruik van een barokcello) de grens van de interpretatievrijheid overschreed.

Wispelwey mag graag een beetje freewheelen op zijn cello. De Cellosuites van Bach kunnen dat naar mijn gevoel veel minder goed verdragen dan de drie sonates voor solo-cello op de nieuwe cd van Wispelwey. Vooral in de Sonate op. 8 van Kodály uit 1915 krijgt de cellist alle kans om zich te laten gaan. Dit werk lijkt bij vlagen op een improvisatie, vooral het indrukwekkende middendeel, een Adagio dat van de componist "con grand' espressione' gespeeld moet worden. En het eerste deel, een Allegro, moet "maestoso ma appassionato' klinken.

Dat ligt Wispelwey goed. Hij durft risico's te nemen, in tempo (zowel langzaam als snel), dynamiek en expressieve toonvorming. Ook zijn interpretaties van de twee andere sonates op deze cd, van Rudolf Escher (uit 1945/48) en van Georg Crumb (1955) getuigen van durf. In het werk van Escher gaat de vrijheid die Wispelwey zich permitteert niet ten koste van de voor deze componist zo belangrijke eenvoud en helderheid van structuur. Het in zijn opzet beknopte jeugdwerk van Crumb is verrassend levendig, met veel variatie in de klankkleuren. Ook hier weet Wispelwey een goede balans te vinden tussen vrijheid van interpretatie en helderheid in de structuur ven het werk.

Pieter Wispelwey, sonates voor cello-solo (Globe, glo 5089)

PAUL LUTTIKHUIS

Henry Threadgill

Begin april is hij weer in ons land: de Amerikaanse rietblazer Henry Threadgill. Zijn band heet Very Very Circus, een naam die misverstanden kan wekken. Het gaat bij deze groep met twee tuba's, hoorn, twee gitaren, slagwerk en Threadgill zelf, niet om clownerieën, capriolen en valse glitter. Het woord 'circus' vertaald als "rond plein' brengt de luisteraar dichter bij Threadgills essentie. Want aan een marching band die rondjes loopt, daar doet Very Very Circus wel degelijk aan denken. De slagwerker speelt opgewekte shuffles, de tuba's knorren als tevreden varkentjes, de gitaren spelen twinkelende lijntjes. De meeste stukken hebben een cyclische vorm, waardoor men als luisteraar op elk willekeurig moment "in kan stappen', na het eind volgt toch weer het begin.

Pas bij de zoveelste passage merkt men dan misschien dat hoornist Mark Taylor een bitch is op zijn instrument, en Threadgill wringende, zeer sprekende'solo's speelt, vooral op zijn altsax. Op Live at Koncepts komt de broodnodige variatie vooral van de momenten dat Threadgill zijn altsax voor de dwarsfluit ruilt. De sfeer wordt prompt ijler, de voeten van de stappers lijken even boven het plaveizel te zweven.

De studio-cd Too much Sugar for a Dime heeft een beter geluid dan Live at Koncepts maar ook daar regeren de limiters. Threadgill houdt blijkbaar van het effect: alsof een massa geluid door een klein sleutelgat wordt geperst. Wat deze plaat anders maakt, zijn vooral de stukken met extra musici. Het tamelijk snelle In Touch doet met zijn violen en vocalen denken aan Carla Bleys beroemde "chronotransduction' Escalator over the Hill. In Better Unwrapped/Better Unrapped creëert Threadgill een sfeer die de Country Band March van componist Charles Ives in herinnering roept. Very Very Circus en een Braziliaans slagwerkgroepje volgen elkaar tot het moment dat de ene groep de andere heeft ingehaald. Het resultaat is een vreemd, kermis-achtig geluid dat, hoewel het al in de lucht hing, toch nog verrast.

Henry Threadgill Very Very Circus: Live at Koncepts (TMK 10292-2). Distributie: Dureco. Henry Threadgill: Too Much Sugar for a Dime (Axiom 314-514 258-2).

FRANS VAN LEEUWEN

W.A. Mozart completissimo

De complete Mozart-editie van Philips (180 cd's, 2.5 meter) was ondanks een extra cd met curiosa en alsnog afgemaakte onafgemaakte muziek nog niet hélemaal compleet. Marius Flothuis, emeritus professor in de musicologie en voorzitter van het Zentral-Institut fur Mozart-Forschung in Mozarts geboorteplaats Salzburg, ontdekte nog 28 onafgemaakte stukjes Mozart-kamermuziek, die niet als zodanig in de complete editie zijn opgenomen en nu als de weerslag van NCRV-radio-opnamen bij Emergo op 2 cd's zijn verschenen. De illustratie op het doosje is passend: het Mozart-portret dat Mozarts zwager Joseph Lange onafgemaakt achterliet.

De lengte van de gespeelde Mozart-fragmenten varieert van 38 sec. (een paar maten uit het Strijkkwintet KV 82/613b) tot 10 min. 54 sec. voor een Sonate voor piano en viool KV 402/385e. Voor de normale Mozart-liefhebber levert het beluisteren ervan geen enkele verrassing op. Maar voor de echte Mozart-liefhebber die de complete Mozart-editie bezit en regelmatig in de volgorde van Köchels Verzeichnis afdraait, is deze aanvulling uiteraard een reden voor de grootst mogelijke opwinding. Hinderlijk is het dan wel weer dat de fragmenten niet in de KV-volgorde zijn vastgelegd, maar zijn geordend naar instrumentale bezetting: een cd met (meestal) een piano erbij en een cd met muziek voor strijkers en blazers. Dat maakt het het lastig om deze fragmenten bij het beluisteren van de Philips-editie telkens op de juiste plaats in te voegen. Zo blijft er ook nu toch nog wat te wensen over.

The unfinished Mozart: Emergo EC 3992-2

KASPER JANSEN

Johannes Passion

De wel zeer fraaie en indringende Johannes Passion die Frans Brüggen vorig jaar februari al ver voor de lijdenstijd uitvoerde met zijn Orkest van de Achttiende Eeuw viel veel geïnspireerder uit dan de uitvoering die hij later bij het Concertgebouworkest dirigeerde. Brüggen is nog altijd op zijn best met zijn eigen vertrouwde orkest en gelukkig werd die uitvoering toen ook op twee nu bij Philips verschenen cd's gezet. In zijn uitvoeringen in 1990 en 1992 bij het Concertgebouworkest toonde Brüggen een hoogstpersoonlijke opvatting over het werk, dat hij in het anders meestal zo monotoon en gebiedend klinkende openingskoor Herr, unser Herrscher zeer langzaam, aarzelend en zelfs stamelend liet beginnen en dat hij in spiegelbeeld daarmee afrondde met steeds krachtiger en stelliger gezongen slotregels Erhöre mich, ich will dich preisen ewiglich.

Die sterk aangezette omlijsting van de Johannes Passion, die uitmunt in weloverwogen tempokeuze, dramatische contrasten en geladen stiltes, wordt op deze opname enigszins genuanceerd. Het Herr, unser Herrscher wint daarbij nog aan spanning en krijgt van het ook elders zo prachtig zingende Nederlands Kamerkoor een ongelooflijk gedetailleerde dynamiek. Fluiten en hobo's zorgen voor een vreemde, onheilspellende sfeer, die het hele werk blijft beheersen.

Brüggen werkt hier met voortreffelijke solisten, onder wie de alt James Bowman en de tenor Nico van der Meel als Evangelist nog een klasse apart vormen. Van der Meel, die alles wat hij zingt ook werkelijk meent, is voor mij zelfs de beste Evangelist van dit moment.

Johannes Passion o.l.v. Frans Brüggen. Philips 434905-2 (2 cd's)

KASPER JANSEN