Israeliërs en Palestijnen kunnen langer samenleven

Premier Yitzhak Rabin is na negen maanden regeren aanzienlijk populairder in de Verenigde Staten dan in eigen land.

In Washington werd hij vorige week gevierd als een man met een krachtige vredeswil waarop president Bill Clinton kan bouwen. Israeliërs kijken heel anders tegen hun leider aan. Ze geven er weinig om dat Rabin op een uitzonderlijke manier in Washington in de watten is gelegd. Hun gedachten worden vrijwel volledig beheerst door de uitbarstingen van Palestijns geweld. Messentrekkers en Palestijnse guerrilla's die in de Gazastrook en op de Westelijke Jordaanoever uit hinderlagen Israelische militairen en burgers doden. In de Amerikaanse hoofdstad moet Rabin wat van de volkswoede hebben opgemerkt, want hij brak zijn reis voortijdig af en keerde met spoed naar Jeruzalem terug om de nieuwe situatie het hoofd te bieden.

Rabin heeft niet alleen te maken met een gevaarlijke opleving van de Palestijnse terreur maar met een misschien nog wel verontrustender tendens onder de bewapende joodse kolonisten in de bezette gebieden om het recht in eigen hand te nemen. Het is een somber scenario waarvan de contouren zich al beginnen af te tekenen. Het bloed dat dag in dag uit wordt vergoten aan Israelische en Palestijnse zijde is het dagelijks brood van de anti-vredeskrachten in beide kampen. De spiraal van geweld wordt steeds sterker en er is alle reden te veronderstellen dat het Rabin begint te duizelen. Als gevolg van de snelle groei van de Palestijnse guerrilla spreken bevelvoerende generaals in de bezette gebieden voor het eerst van een oorlogstoestand. In de media worden hier en daar al vergelijkingen getroffen met de tragische situatie in Libanon.

De interpretaties in Israel over de aard van de Palestijnse terreurgolf tegen burgers en soldaten lopen sterk uiteen. De incidenten met Palestijnse messentrekkers zijn waarschijnlijk individuele acties, alhoewel sommige veiligheidskringen daar ook een coördinerende hand achter menen te zien. De goed opgezette Palestijnse hinderlagen wijzen echter op een Palestijnse strategie om Israel - dat volgende maand in Washington een hervatting van het vredesoverleg in het verschiet heeft - onder maximale druk te zetten. Het is een Palestijnse boodschap aan premier Rabin dat een eventuele afzonderlijke vrede met Syrië de Israeliërs geen grotere dagelijkse veiligheid zal garanderen. Als Yassir Arafat thans in de bezette gebieden een militaire opstand organiseert tegen de Israelische bezetter is dat bedoeld om Rabin duidelijk te maken dat het Palestijnse vraagstuk niet meer kan worden omzeild zoals gebeurde tijdens het Israelisch-Egyptische vredesproces. Er zijn echter ook anti-vredeskrachten aan het werk in het Palestijnse kamp, zoals de Islamitische fundamentalisten, die de spanning opvoeren om het vredesproces te torpederen. Aan Rabins rechterzijde zijn het de kolonisten die gretig gebruik maken van de gewelddadigheden der Palestijnen om uit hun ideologische denkwereld hetzelfde doel na te streven. Extremisme voedt in dergelijke situaties extremisme. Het is een klassiek thema, een labyrint van emoties waarin Rabin zijn weg moet zoeken.

Zal hij sterk genoeg zijn de knoop door te hakken en behalve de Syrische ook de Palestijnse realiteit van de situatie te erkennen? Met andere woorden, komt Rabin onder de druk van de omstandigheden, koelbloedig en rationeel tot de conclusie dat de Palestijnen van Israel een onafhankelijkheidsbelofte krijgen en niet langer worden afgescheept met de formule dat na vijf jaar bestuursautonomie wel zal worden bekeken wat het moet worden. Nog gisteren zei de minister van politie Moshe Shahal dat toch moet worden ingezien dat Israel niet over twee miljoen Palestijnen die “ons niet willen” kan blijven heersen. Nadat de regering de politiemacht ter verhoging van de binnenlandse veiligheid met vijftienhonderd man had versterkt en de schatkist daar honderd miljoen gulden voor had uitgetrokken zegt zo'n ontboezeming over de staatsradio wel iets van het "diepere denken' in het hart van de regering-Rabin.

Militaire historici in Israel en elders weten dat in de moderne geschiedenis geen democratie er ooit in is geslaagd een volksopstand neer te slaan. Naarmate dit duidelijker wordt zit er voor Israel niets anders op dan te erkennen dat Israeliërs en Palestijnen niet langer kunnen samenleven, dat absolute scheiding noodzakelijker wordt naarmate de vijandschap zich verdiept.

Het vergt veel moed en staatsmanschap om deze boodschap in politieke termen aan het Israelische volk over te brengen. Opiniepeilingen laten echter zien dat er een langzame maar zich gestaag ontwikkelende bereidheid is om deze realiteit te erkennen.

Het Israelische nederzettingennetwerk, met al meer dan honderdduizend kolonisten in bezet gebied, heeft al zo diep in dit deel van "het beloofde land' wortel geschoten dat het van de Palestijnen scheiden van de Israeliërs al bijna geen realistische optie meer lijkt. Zijn Israeliërs en Palestijnen dan volgens het Ierse voorbeeld, het Libanese schouwspel of het drama in het uiteengevallen Joegoslavië tot een eindeloos bloedvergieten veroordeeld?

In deze vorm ligt dit probleem thans levensgroot op Rabins tafel. Of hij het ook zo ziet valt te betwijfelen omdat hij het perspectief heeft van een oude sabre, in Israel geborene, die met Palestijnse vijandschap is opgegroeid en niet beter weet dan dat dit een hinderlijk, maar overkomelijk bijverschijnsel is van de begin deze eeuw begonnen zionistische onderneming in Palestina.

Als Rabin zich van deze conceptie weet te bevrijden heeft hij de potentie het Israelisch-Palestijnse conflict in nieuwe banen te leiden.