In Engeland is alle aandacht gericht op de televisie

Het was allemaal onzin en af en toe nog behoorlijk melig ook, maar toch was er alle reden zaterdagavond met afgunst te kijken naar The Bore of the Year Awards, volgens de commentaarstem live... well, recorded pretty recently in een Britse tv-studio en gewijd aan de dieptepunten van het jaar.

Een parodie, kortom, op gala's zoals die van The British Academy Awards van gisteravond - tot en met het te winnen beeldje: een verguld masker, dat in de persiflage een beschaafde hand voor de mond hield tegen het gapen. Angus Deayton, de presentator die steeds meer op de John Cleese van de huidige generatie gaat lijken, vertolkte de rol van ceremoniemeester en er gingen bijvoorbeeld prijzen naar de slechtste voorspelling van het jaar (Neil Kinnock die negen dagen vóór de laatste verkiezingen een zege voor Labour in het vooruitzicht stelde), de vervelendste reclamespot, de saaiste man van allemaal (John Major), de acteur die in de meest hoogdravende platitudes over zijn vak had gesproken, en de overbodigste sex in een drama-serie (de zogenaamde Dennis Potter Award). Plus een speciale prijs voor violist Nigel Kennedy, die blijkens een archieffilmpje vroeger keurig Engels sprak en het platte Londens dat hij nu spreekt, dus heeft aangeleerd ter wille van zijn imago.

Niet iets om langdurig over naar huis te schrijven, maar ik kijk me de ogen uit op de satirische grappen die in zo'n uitzending voorbijkomen, en de zelfspot waarmee diverse bekroonden de twijfelachtige eer in ontvangst kwamen nemen. Zoals de auteur van de onthullende bestseller over prinses Diana, die op de vraag of hij nu rijk is, antwoordde dat hij op de Seychelles-eilanden een team accountants aan het werk heeft om dat voor hem vast te stellen: “Ze zeggen dat ik méér belasting ga betalen dan de koningin, but doesn't everybody?”

Minder spottend, maar toch nog verrijkt met heel wat fraaie grappen, was gisteravond de uitreiking van de echte British Academy Awards, gepresenteerd door Mel Smith en Griff Rhys-Jones - en ik vroeg me af welke Nederlandse komieken op het niveau van Deayton, Smith of Rhys-Jones in zulke programma's zouden kunnen verschijnen. Hun namen zijn wel te verzinnen. Het probleem is alleen dat ze het niet zouden doen. Want dat is het grote verschil tussen de twee landen: in Engeland is de televisie voor een komiek het hoogst bereikbare, omdat er - in tegenstelling tot Nederland - geen succesvol cabaret-circuit bestaat. Hier staan de cabaretiers in de grootste zalen van het land, terwijl daar de stand-up comedians alleen in de marge terechtkunnen. Televisie is voor de Nederlandse komieken een bijzaak, hooguit goed om een registratie uit te zenden van een uitgespeelde voorstelling. Wie zich desondanks waagde aan een oorspronkelijke tv-serie, zoals Paul de Leeuw, bleef toch nog 's avonds in het theater optreden. In Engeland is daarentegen alle aandacht gericht op de televisie.

Er zijn hier slechts enkele uitzonderingen. Van Kooten en De Bie bijvoorbeeld, wier unieke tv-oeuvre tot stand kwam zonder dat er ook nog energie aan het theater moest worden besteed. En datzelfde geldt voor Kreatief met kurk, de prachtige pastiche-tv van Arjan Ederveen en Tosca Niterink. De schaarste van het aanbod in deze sector heeft ongetwijfeld te maken met het geringe aanzien dat de televisie bij de meeste Nederlandse kunstenaars geniet. De televisie staat er hier nog steeds niet om bekend dat ze een zelfstandig artistiek medium zou kunnen zijn. En dat wreekt zich vrijwel dagelijks op de Nederlandse netten.