Holland Acht buigt ruggen dieper voor Nederlandse haal

AMSTERDAM, 22 MAART. Een groot deel van de Nederlandse roeitop vaart het komende seizoen, en mogelijk de volgende drie jaar, in één boot. De "Holland Acht' is een uniek experiment van zes olympische roeiers, onder wie Ronald Florijn en Nico Rienks, en twee talenten. Zij hebben zelf een boot en materiaal gekocht voor 65.000 gulden, willen in de acht in september naar de wereldkampioenschappen en beslissen daarna of, en in welke samenstelling ze zich op de Olympische Spelen in 1996 zullen voorbereiden. Dit weekeinde won de ploeg in Amsterdam met overmacht alle afstanden op de Heineken-vierkamp van Nereus, de openingswedstrijd van het roeiseizoen.

Ze trainen tien maal per week, zes keer door de week en vier keer in het weekeinde. Twee roeiers zijn vanuit Groningen en Enschede naar Amsterdam verhuisd. Vier leden zullen vanuit Delft en Leiden ieder voor zes duizend gulden reiskosten maken. Ze hebben het over voor De Acht. De skiff is uniek, maar de acht heeft het meeste prestige, is het koningsnummer van het roeien. En de acht vaart het hardst: een snelle skiff legt een kilometer af in 6.45 minuut, een vier zonder in 5.50, een acht in 5.20. Nederland had de laatste twintig jaar geen acht die kans maakte op een finaleplaats bij een groot kampioenschap. Deze acht kan zich in theorie meten met de wereldtop. In Amsterdam verbeterden ze op de 250 meter het baanrecord van de befaamde Deutschland-Acht.

Acht roeiers schaven vanaf december aan hun haal, aan de inzet, de uitzet en hun krachtcurve. “Het is nodig om elke dag in de acht te zitten”, zegt Jaap Krijtenburg, de "slag', die tijdens het roeien het tempo bepaalt. “We zijn allemaal redelijk ervaren, maar een beetje vastgeroest in onze eigen roeitechniek. Dat moeten we bij elkaar brengen.”

Krijtenburg, Florijn, Rienks, Van der Zwan, Companger, Woldringh, Van Steenis en Van Iwaarden hebben al honderdduizenden halen gemaakt. In de acht moeten ze allemaal dezelfde haal uitvoeren, als een machine. Hun verschillende technieken moeten naar het uitgedachte concept groeien. De kleine rotaties van hun lichamen, die ze zich in een twee konden permitteren, zijn in een acht taboe. Daarvoor ligt de cadans te hoog. Over het type haal hebben de roeiers en de coaches van te voren gedetailleerde afspraken op papier gezet, net als over de afstelling van de boot, om te vermijden dat ze daar een heel seizoen over zouden blijven doorpraten.

Een haal in de acht duurt korter dan die in een twee of vier, waarin de roeiers vorig jaar over het water scheerden. “Die gaan langzamer en hebben een trager tempo”, vertelt bondscoach René Mijnders, die samen met coaches Rob Florijn en Adriaan Lieszner het concept bepaalde. “In een skiff maak je ongeveer 32 halen per minuut, in een vier 36, in een acht 39. Een snellere haal moet explosief en precies.” Een haal in een acht duurt zo kort, dat het razend moeilijk is om vanaf het begin van de haal al voldoende kracht uit te oefenen, om direct na de inzet al druk op het blad te hebben.

De Nederlandse haal wijkt af van die in de twee meest succesvolle achten in de wereld, de Duitse en de Canadese acht. “We weten welke afstellingen hun boten hebben, de cijfers waarmee ze op de Olympische Spelen voeren zijn gepubliceerd door de wereldroeibond. En hun techniek staat op video”, vertelt Mijnders. Maar Nederland roeit anders. Zes jaar geleden roeide iedereen in Nederland verschillend. Toen heeft Mijnders met de andere topcoaches in Nederland "het Nederlandse haalbeeld' vastgelegd. Die haal wil optimaal profiteren van de reikwijdte die een roeier heeft om zo lang mogelijk met het blad in het water te zitten. De Nederlandse roeiers buigen hun rug dieper en rijden met hun bankje verder naar voren dan de concurrentie, waardoor hun haal "langer' is.

Tot hun verbazing hebben de roeiers hun techniek nauwelijks moeten aanpassen aan de "big blades', die vorig jaar vlak voor de Olympische Spelen ingevoerd werden. Alleen de inzet moet sneller. “Als je een big blade voorzichtig inzet, hangt die flap er maar half in en schiet je door het water. Daarom ben je verplicht het blad er flink in te jassen”, vertelt Nico Rienks, die in de dubbeltwee zijn haal relatief veel trager mocht inzetten.

Rienks is een van de vier roeiers die deze winter van het scullen, met twee riemen, moest omschakelen naar één riem: “In het begin moest ik echt denken aan de techniek tijdens het roeien. Dat was dit weekeinde over. Het gaat nu gedachtenloos. Ik zit me alleen maar moe te maken in de boot.”