Gezellig avondje bij De Appel op vlot en vlonder

Voorstelling: Trilogie van het zomerverblijf van Carlo Goldoni door De Appel. Regie: Erik Vos. Vertaling: Dolf Verspoor. Decor: Tom Schenk. Spel: Eric Schneider, Carline Brouwer, Aus Greidanus, Robert Prager. Gezien: 20/3, Appeltheater, Den Haag. Nog te zien: aldaar t/m eind april. Res. 070 - 3502200.

Bij Toneelgroep De Appel bestaat de wereld van de personages in Goldoni's Trilogie van het Zomerverblijf (1761) uit water. Overal kabbelt het, geen moment hebben ze vaste grond onder de voeten. Hun leven voltrekt zich op vlonders en platbodems, wankel, benard, en meer dan eens goed voor een paar doorweekte schoenen. Zo verkeert de zwierigheid van het brede gebaar, waartoe dit volk al te geneigd is, steeds weer halverwege in onbeheerst gefladder van ledematen die het evenwicht pogen te herstellen: zonder een smadelijke val in het water is het leedvermaak toch al niet van de lucht.

Het decor van Tom Schenk is een reusachtig bassin, waarin tribunes amfitheatergewijs een aantal vlotten en loopbruggen omsluiten. Het water is allesoverheersend, het bepaalt niet alleen de mise en scène, maar ook het spel. Het zoeken naar evenwicht is als vanzelf leidraad geworden. Want in dit water kan men vallen en wie weet verdrinken - maar ook zwemmen, romantisch pootjebaden, peddelen en men kan er ook, op weg naar een geliefde en ten bewijze van zijn hartstocht, met kleren en al door heen waden en er bij gelegenheid uit pure woede de kop in onderdompelen.

Dat alles kan en gebeurt dan ook, in de enscenering van Erik Vos, van Goldoni's ooit door de Italiaanse regisseur Giorgio Strehler tot trilogie samengevoegde stukken over het zomerverblijf van een zeer lamlendig gezelschapje burgers. Als om het geringe aantal gebeurtenissen in hun bestaan te benadrukken heten de delen: Het vertrek naar het zomerverblijf, Wat er gebeurde in het zomerverblijf en Terugkeer uit het zomerverblijf. En alsof die titels niet al genoeg lome landerigheid verraden, duurt de trilogie vijf uur. De Appel onderbreekt de lange zit met twee pauzes, waarin het publiek hele maaltijden en Italiaanse hapjes tot zich kan nemen.

Die sympathieke inspanning weerspiegelt de indruk die ook de voorstelling achterlaat. "Leegte' is volgens Vos in een inleiding in het programmaboekje het hoofdthema van Goldoni's trits - en zo is het. Maar bij gebrek aan bij voorbeeld Tsjechovs spleen, loopt die leegte het gevaar betekenisloos te blijven. We volgen een weliswaar behoorlijk ingewikkeld maar onbenullig intrigetje over (gefnuikte) liefde, aan het eind waarvan iedereen zichzelf is tegengekomen en niemand gekregen heeft wat hij wilde, een les als een mokerslag leert Goldoni's stuk ons niet. Daarvoor is de toon te goedmoedig, de verwikkeling te burlesk, de strekking te weinig politiek.

Vos en zijn gezelschap verzwaren het soortelijk gewicht niet. Zij zijn uit op amuseren, hetgeen bij vlagen zeker lukt. Aus Greidanus is onvermoed acrobatischin een halsbrekend gevecht met een hutkoffer en een ladder (boven uiteraard dat water), en Robert Prager valt in een spagaat tussen twee uiteen drijvende vlonders alsof hij in een gemakkelijke stoel gaat zitten. Het spel is dat van komedianten: geëxalteerd, zeer aanwezig, met nadruk, gebaseerd op het principe van de uitvergrote emotie en gelardeerd met samenzang en muziek. Het hangt tussen gecultiveerde pose, aanstellerij en onvervalste commedia dell' arte in. Ook dat is amusant, soms, en in elk geval zachtaardig. Vos' regie wordt geen moment schrijnend, en ook niet ontroerend, de voorstelling heeft de diepgang van de vlotten van Tom Schenk.

Dat kan een keuze zijn, een te billijken keuze ook - deze voorstelling wordt vast en zeker een publiekstrekker. Maar het kan zijn dat de moralist Vos meer heeft gewild dan een commerciële produktie uitbrengen; in het laatste deel gaan alle personages in het zwart gekleed, kennelijk ten teken dat er iets danig misloopt. Dat teken, voorafgegaan door uren kluchtig circusspektakel, doet enigszins gratuit aan, op de valreep doet de regisseur ook nog een gooi naar ernst. Maar hij kan niet alles hebben: zijn voorstelling wordt niet ineens meer dan een gezellig avondje-uit. De Appel heeft zich veel moeite getroost om te behagen en te oordelen naar de lachsalvo's lukt dat. Maar dat moet het dan ook zijn, prikkelen doet deze Trilogie niet.