Gehoon en geschamper bij duel van de underdogs

DORDRECHT, 22 MAART. Dordrecht '90 tegen Fortuna Sittard, dat is FC Hopeloos tegen FC Wanhopig, dat is Voorzichtig tegen Behoudend, dat is het duel van de underdogs. Waar de nummers laatst en één na laatst van de eredivisie elkaar treffen, wordt angstig en dus met onwillige benen gestreden voor de laatste kansen. Dat is geen wedstrijd meer, dat is een gevecht voor lijfsbehoud.

Bij zo'n tweestrijd van Davids gaat het ook niet meer om winnen. Het eerste doel is niet verliezen, zei Fortuna-coach Chris Dekker nog voor aanvang van de wedstrijd. Dat er toch nog drie goals vielen was een mirakel. De bal kwam zelden in de buurt van de keepers. Dat Fortuna met de winst ging strijken was uitsluitend te danken aan twee omstreden beslissingen van de arbiter. Het ontging Van Dijk dat Raphaël Losada de bal met de hand meenam, voordat hij Joop Hiele met een slimme schuiver passeerde. Ook bepaalde hij ten onrechte dat een schot van Kenneth Nysäther, na een redding in tweede instantie door Hiele, al de doellijn gepasseerd was. De kopgoal van Hans Kraay junior uit een corner bood onvoldoende tegenwicht: 1-2.

Het is heel makkelijk om Dordrecht '90 belachelijk te maken. Waar kun je je auto drie kwartier voor de wedstrijd nog bij de ingang van het stadion parkeren, omdat er verder toch niemand komt? Waar word je nog persoonlijk welkom geheten door die ene motoragent die hier toezicht op de openbare veiligheid houdt? Waar beginnen de kaartjescontroleurs spontaan te juichen als een betalende bezoeker in hun richting sjokt?

Dat kan alleen bij Dordrecht '90. De club die al net zo vaak van naam is verwisseld als van trainer. Die club van lijmfabrikant Kees den Braven, meestal afgeschilderd als een vadsig schertsfiguur, maar wel de man die de club al drie jaar overeind houdt. Ondanks ruzies en leegloop. Je kunt ook zeggen dat Den Braven die ruzies en leegloop zelf heeft veroorzaakt. Hij is redding en ondergang van de club tegelijk.

De bewoners van de Drechtsteden hebben nooit massaal de weg gevonden naar de Krommedijk. Maar sinds Dordrecht '90, vorig jaar nog SVV Dordrecht '90, de risee van het vaderlands voetbal is geworden, mijden ze het stadion alsof er een vloek op rust. Supporters willen zich identificeren. Maar wie wil zich vereenzelvigen met mislukking en hoongelach?

Vorig jaar kwamen er per thuiswedstrijd nog gemiddeld 2100 bezoekers naar de Krommedijk, voor de eredivisie een laagterecord. Dat supportersaantal is dit seizoen nog eens gedaald tot 1600. Zaterdag zaten er volgens de officiële, hoogst optimistische telling bijna 900 mensen in het toch zo schilderachtig met rijzige populieren omzoomde stadion.

Ja, het is heel eenvoudig om Dordrecht '90 belachelijk te maken. Je hoeft maar te wijzen op die regels in het clublied: “Wij zijn de jongens van Den Braven. Wij blijven tot het einde draven.” Of je beschrijft hoe de stadion speaker de opkomst van de spelers muzikaal begeleidt. “Vuile huichelaar, pak jij je koffers maar”, schalt over de tribunes, als de opstandige, kritische doelman Hiele het veld op rent. Met een stem waarvan het zoetsappige cynisme afdruipt kondigt de speaker “opnieuw zo'n schitterende wedstrijd” aan.

Het is ook niet moeilijk om de wedstrijd als lachwekkend af te doen. Al die vruchteloze passes, die onhandige passeerbewegingen, die ongerichte schoten. Het leek wel of geen van de clubs langer dan twintig seconden in balbezit wilde blijven en of geen van de spelers zijn benen nog onder controle had. Degradatievoetbal in zijn meest afschrikwekkende vorm.

Maar belachelijk maken is zo typisch Nederlands. Een club in Nederland mag niet altijd winnen. Want dan hoopt iedereen dat die club op zijn bek gaat, liefst hard en smadelijk, dat verhoogt het leedvermaak. Een club in Nederland mag ook niet steeds verliezen. Ook dat verstoort de orde. Geschamper en geschater zijn z'n straf.

Alsof het al niet zwaar genoeg is om in degradatiegevaar te verkeren. 'Degradatie', zegt Van Dale, is “een verlaging in rang of waardigheid.” In het betaald voetbal gaat degradatie ten koste van rang én waardigheid. Want je kunt wel zeggen dat die eredivisie niks voorstelt, vergeleken bij Serie A en Bundesliga, maar het is in Nederland nog wel het hoogste voetbalplatform. Zolang je in de eredivisie voetbalt, speel je in elk geval zes keer per jaar tegen clubs als PSV en Ajax en Feyenoord, die weer uitkomen tegen nog belangrijker ploegen. Zo raak je toch nog aan het topvoetbal, al is het in de marge, al is het indirect.

En plotseling dreig je naar de eerste divisie, het Siberië van het betaald voetbal, te worden verbannen. Plotseling, maar niet echt onverwacht, want vorig jaar zijn Fortuna (14e) en Dordrecht '90 (15e) ook maar ternauwernood aan die schande ontsnapt. Sindsdien zijn de clubs alleen maar verzwakt, geplaagd door financiële problemen. “Elk jaar steeds iets minder”, zegt Fortuna-trainer Dekker, “dat vreet aan een team.”

“Verliezen went nooit”, zegt Dekker. “Elke nederlaag doet pijn. Ik heb al heel wat pijn geleden. Maar een team dat steeds verliest, stelt zich op den duur in op die pijn.” Zelfvertrouwen daalt en het wordt steeds moeilijker om die extra stap te zetten. Wat maakt het uit, als je toch nooit wint?

Die neergang is nog het schrijnendst, het meest onverdragelijk ook, voor de spelers die betere dagen hebben gekend. Die wel beschikken over klasse. Neem Joop Hiele, eens de doelman van Oranje. Neem Ruud Hesp, keeper van het jaar in 1989. Misschien verdienen ze wel meer dan Ed de Goeij een plaats in het Nederlands elftal. Maar wie selecteert er keepers die in de competitie al meer dan vijftig goals te verwerken hebben gehad.

Voor Fortuna is er nog hoop, zegt Dekker. Als de club uit de Mijnstreek dit seizoen overleeft. Dat Fortuna ruim vijf miljoen gulden aan schulden heeft, en volgend jaar de begroting van 3,9 naar 3,6 miljoen gulden moet verlagen, kan zijn optimisme niet temperen.

Zijn Dordtse collega Han Berger is dat station allang gepasseerd. Hij kwam vorig jaar maart naar Dordrecht na de belofte dat de selectie zou worden versterkt en het budget verhoogd. In plaats daarvan vertrokken zijn belangrijkste spelers. Komend seizoen zal de begroting bijna worden gehalveerd tot 1,8 miljoen gulden. Daar kun je geen eredivisieploeg van laten draaien, met een goed betaalde keeper en een goed betaalde trainer, weet ook Berger. “En toch”, zegt hij, “degradatie zal de zwartste dag in mijn carrière zijn.”