Eerste première van artistiek leider Wayne Eagling; Indringend, niet opdringerig

Gezelschap: Het Nationale Ballet met Tsjaikovski-programma. Nieuwe werken: Piano Concerto nr. 2, choreografie: George Balanchine. Ruins of Time, choreografie: Wayne Eagling. Reprise: Bread Dances, choreografie: Edouard Lock. Begeleiding: Het Nederlands Balletorkest m.m.v. Mikhail Mouratch (piano) en Theadora Geraerts (viool). Gezien: 19/3 Muziektheater, Amsterdam. Daar nog te zien: t/m 9/4.

Het feit dat Pjotr Iljitsj Tsjaikovski 100 jaar geleden stierf was aanleiding voor Het Nationale Ballet een geheel programma aan deze componist te wijden. Dat is op zichzelf niet zo uitzonderlijk. Zijn muziek voor de grote avondvullende balletten van Petipa uit de laat 19de eeuw, The Sleeping Beauty, Het Zwanenmeer en De Notenkraker zijn immers regelmatig te zien. Wel uitzonderlijk is het een programma te vullen met 20ste eeuwse choreografieën gemaakt op Tsjaikovski's niet speciaal voor dans geschreven composities. Hedendaagse dansscheppers kiezen er zelden of nooit voor, met uitzondering van George Balanchine die zich veelvuldig door Tsjaikovski's melodieuze muziek liet inspireren.

Voor dit programma heeft Het Nationale Ballet zijn in 1941 gemaakte Piano Concerto nr. 2 verworveno, oorspronkelijk Ballet Imperial geheten. Die titel verwijst naar de hommage die Balanchine ermee wilde brengen aan de grote choreograaf Marius Petipa, werkzaam aan het Keizerlijk Ballet in Sint Petersburg. Technische brille, hoofse elegantie, schoonheid van lijn en complexe verwerking van traditionele passen en houdingen zijn opvallende kenmerken in Piano Concerto. Geheel in de 19de-eeuwse traditie vervullen ballerina's de belangrijkste rollen, geflankeerd door een groot corps de ballet. Snel, licht voetenwerk, scherpe draaien en uitbundig hoge sprongen maken het ballet tot een bruisende ode aan de klassieke dans waarin een stralende Caroline Sayo Iura met haar delicate precisie zich, net als partner Wim Broekx, als een vis in het water thuis voelt. Het corps de ballet, hoewel niet altijd even exact in de ruimtelijke patronen, levert pittig werk. Jammer dat de kostumering (van Netty de Swardt) zo armetierig overkomt. Klassieke tutu's passen meer bij het werk dan de slecht zittende wapperende chiffon-jurkjes en de afleidende wijde mouwen in de tunieken van de jongens.

Naast de reprise van Edouard Locks in 1988 gemaakte overlange, overdrukke en overacrobatische Bread Dances, een werk dat niets met Tsjaikovski's muziek (vioolconcert) van doen heeft, bood het programma de wereldpremière van de eerste choreografie die de nieuwe artistiek leider van Het Nationale Ballet, Wayne Eagling, voor zijn gezelschap creëerde. Ziekte verhinderde huischoreograaf Rudi van Dantzig te elfder ure het geprogrammeerde, nieuwe werk te maken en het getuigt van moed dat Wayne Eagling de taak op zich nam het gat te vullen.

De dood van naar menselijke maatstaven te vroeg gestorven collega's onder wie Nurejev en de opstandigheid die zo'n gebeurtenis oproept, vormen de inspiratiebron voor zijn Ruins of Time.

Eagling heeft een harmonieus ballet gemaakt. Het prachtige en inventieve tilwerk waarin de invloed van de Engelse choreograaf Kenneth MacMillan met wie Eagling jaren samenwerkte, zichtbaar is, is gecompliceerd maar vloeiend. De langlijnige bewegingen zijn gelardeerd met onverwachte maar nergens geforceerd aandoende krommingen en de dramatische geladenheid is indringend zonder opdringerig te worden. Bovendien sluit de sfeer uitstekend aan op Tsjaikovski's melancholische fragmenten uit het Strijkkwartet nr. 3.

Centraal staat een gekwelde man (Clint Farha), omringd door vier paren die afwisselend ondersteunend en afstandelijk beschouwend zijn. Een vijfde vrouw (Nathalie Caris) is een liefdevolle maar ook meedogenloze partner. Hun handelingen worden begeleid door een constante stroom van rollende en glijdende anonieme lichamen, rechts op het toneel waar ze vanaf een hellend platform langzaam in de orkestbak verdwijnen. De simpele, grijze kostuums van Nettie de Swardt, het decor van Brian Clarke met onder andere een fel gekleurd glas-in-lood-raam en de sfeervolle belichting van Jan Hofstra sluiten goed aan bij deze verrassende choreografie die voortreffelijk gedanst werd, vooral door de beide hoofdrolvertolkers.