De geschiedenis herhaalt zich telkens anders

Het begon allemaal zo mooi. Bij de tweede ronde van de presidentsverkiezingen in 1981 behaalde François Mitterrand ruim 52 procent van de stemmen tegen bijna 48 procent voor de zittende president Valéry Giscard d'Estaing. Na zijn aantreden schreef Mitterrand onmiddellijk verkiezingen uit voor de Nationale Assemblée, die de socialisten 269 van de 488 zetels opleverden. Mitterrand president, Mauroy premier en een echt links kabinet met communisten erin. Het werd de periode van leuke dingen voor linkse mensen. Mitterrands populariteit was ongekend.

Maar de euforie duurde niet lang. De financiële basis onder de genomen maatregelen was niet stevig, terwijl het economisch tegen begon te zitten. De eerste devaluatie van de franc was al in oktober 1981 nodig en er volgden er nog enkele in de jaren daarna. In 1982 kwamen de eerste versoberingsmaatregelen, al mochten die toen nog niet zo heten. In het jaar daarop werden de overheidsuitgaven verder beperkt. In 1984 begon de werkloosheid dramatisch te stijgen terwijl de koopkracht daalde.

Die rampzalige ontwikkeling kostte Mauroy in juli 1984 het premierschap. Franse presidenten kunnen gewoon zeven jaar blijven zitten, maar premiers vangen de politieke klappen op als het mis gaat. Mauroy werd in juli 1984 vervangen door de jeugdige Laurent Fabius.

In zijn ambtsperiode werd het economisch en financiële beleid nog pragmatischer, socialistisch werd sociaal-democratisch en dat kwam hem op hevig verzet uit de linker vleugel van de partij te staan. De communisten wilden niet meer meedoen. Mitterrands populariteit zakte mee - naar 26 procent.

Een jaar voor de parlementsverkiezingen van maart 1986 bedacht Mitterrand nog een slimme zet. Omdat hij zag aankomen dat het meerderheidsstelsel de centrum-rechtse oppositie een riante positie zou kunnen bezorgen, wijzigde hij dat in een stelsel van (beperkte) evenredige vertegenwoordiging. De meerderheid van UDF en RPR bleef na de verkiezingen van 1986 zodoende beperkt tot enkele zetels.

Maar de socialist Mitterrand werd dus wel tot een cohabitation gedwongen met de leider van de gaullisten en sterkste man van rechts, Jacques Chirac. “Deze voordeurdeling zal de macht doen verplaatsen van de president naar de regering, en mogelijk naar het parlement”, schreef oud-correspondent Eric Boogerman (aan wiens boek Frankrijk 1981-1986 een deel van de bovenstaande gegevens is ontleend). Maar hij waarschuwde tegelijkertijd voor een voortijdig afschrijven van Mitterrand en die waarschuwing bleek op haar plaats.

Terwijl Chirac als premier voortvarend aan het werk ging om een aantal socialistische verworvenheden te ontmantelen, kwam de president steeds meer uit de wind te zitten. Wat Mitterrand aan macht verloor, leek hij aan prestige te winnen. In de zomer van 1986 was zijn populariteit al weer opgelopen naar het niveau van 1981. De presidentsverkiezingen van 1988 naderden en centrum-rechts steeds meer verdeeld: Chirac, oud-premier Barre en oud-president Giscard d'Estaing beschouwden zich elk als beste kandidaat. De winnaar werd Mitterrand.

Na zijn herverkiezing benoemde de president Michel Rocard, tot nieuwe premier in een kennelijke poging een kabinet te vormen dat op de steun van links en een deel van het centrum zou kunnen rekenen. Hoewel een aantal niet-socialistische ministers en staatssecretarissen in het kabinet zitting nam, was de samenstelling ervan niet zodanig dat veel UDF'ers er heil in zagen, zodat Mitterrand, net als bij het begin van zijn eerste ambtstermijn, vervroegde parlementsverkiezingen uitschreef.

Dit keer had Mitterrand er geen moeite mee om van het - onder premier Chirac weer herstelde - districtensysteem gebruik te maken, aangezien dat hem nu een ruime socialistische meerderheid zou kunnen bezorgen. Die gok bleek juist, al brachten de parlementsverkiezingen van de zomer van 1988 de socialisten slechts een relatieve meerderheid.

Daarna is de grote slijtage bij de socialisten ingetreden. Talrijke schandalen plaagden de partij. Dank zij het voortgezette restrictieve economische beleid liep de inflatie weliswaar terug en bleef de positie van de franc gehandhaafd, maar de werkloosheid bleef stijgen, tot uiteindelijk ruim tien procent.

Onder de Franse kiezers ontstond een sfeer van malaise, versterkt door het gevoel dat de politici meer met zichzelf en met hun eigen positie bezig zijn dan met de belangen van de samenleving. De ideologische verschillen tussen links en rechts zijn verdwenen, de markteconomie is beide zijden even heilig en de kiezers zijn op de daarna nog resterende machtsspelletjes uitgekeken geraakt.

Net als in de laatste fase van zijn eerste ambtsperiode probeerde Mitterrand de socialistische neergang nog te keren door de premier te vervangen. De gematigde Rocard moest in mei 1991 plaats maken voor de dynamische, militante Edith Cresson. Zij moest nog geen jaar later weer het veld moest ruimen voor minister van economie en financiën Bérégovoy. Het heeft niet mogen baten.