D66-congres in sfeer van zonnige toekomst

DEN HAAG, 22 MAART. De stemming op het D66-congres zaterdag in Amersfoort had niet alleen iets heel opgewekts, maar ook iets opstandigs. Zo van: kletsen jullie van de andere partijen nou maar dat D66 geen standpunten heeft en geen keuzes maakt, we zullen wel zien wie het laatst lacht. Alle congresgangers raakten besmet door deze straling van een zonnige politieke toekomst.

Met de kennis van de jongste NIPO-peiling in het achterhoofd (opnieuw van 12 naar 29 zetels in de Tweede Kamer, even veel als de PvdA) kreeg het congres te midden van alle redelijkheid en pragmatisme af en toe zelfs iets overmoedigs. Bijvoorbeeld in de motie dat de Europese ministerraden voortaan geheel openbaar dienen te zijn of in die waarin de EG-grenzen geheel worden opengezet voor Midden- en Oosteuropese produkten.

De uiterst vlot pratende, besnorde partijvoorzitter Wim Vrijhoef stootte enthousiast de zaal in: “Onze standpunten zijn zeer wel duidelijk, maar ze zijn anderen niet aangenaam. En dus roepen ze uit dat ze er niets mee kunnen.” Applaus. En partijleider Hans van Mierlo riep, druipend van ironie, via de media PvdA-voorzitter Rottenberg toe dat een onderzoek (door oud-minister André van der Louw) naar de reden van de populariteit van D66 overbodig is: “Omdat we zo slapen en geen standpunten hebben en zulke slechte bestuurders zijn en omdat de kiezers op hun achterhoofd zijn gevallen.”

In de zaal werd opnieuw gretig geklapt en gelachen. Men was zeer welwillend tegenover elkaar. Kritiek op ingediende moties werd steevast ingeluid met zinnetjes als "Een interessant voorstel, maar moeten we niet eerst...'. Dat is de stijl van D66 in een zaal vol vriendelijke blikken, met veel parelkettingdames-zonder-parelketting en een hoog aandeel aan mannen met sportief-modieuze shirts zonder stropdas. De identiteit van D66 is meer dan een programma, zei Van Mierlo: “Het is een mentaliteit, een gedrag, een houding in de politiek.”

Veel emoties horen niet bij die mentaliteit. De koelheid, waarmee bijvoorbeeld het thema "Europa' werd behandeld, werd wel het beste geïllustreerd door het feit dat zelfs de immer onderkoelde oud-staatssecretaris Laurens Jan Brinkhorst, de stiffest Leidse upper lip van de partij, naar de zaalmicrofoon snelde en om een uitspraak van solidariteit met de Bosnische bevolking riep.

Nee, zei Vrijhoef, D66 hoeft nergens bang voor te zijn. In alle gemeenten boven 20.000 doet de partij bij de gemeenteraadsverkiezingen volgend jaar in elk geval mee. Dat zijn circa 400 gemeenten, 65 procent van het totaal; de vorige keer stond D66 nog in slechts 45 procent van de gemeenten op de lijst. In de afgelopen negen maanden is de partij met 18 procent gegroeid tot bijna 14.000 betalende leden (16.000 met de niet-betalers meegerekend).

De toeloop naar de Democraten was ook in de grote zaal van De Flint te zien. D66 kent niet het systeem van door de afdelingen gekozen afgevaardigden naar de algemene ledenvergadering; elk lid dat zin heeft, kan komen en krijgt een stemkaart. (Als hij zijn contributie heeft betaald, die hij desnoods ter plaatse kan voldoen.) Het sarcasme van Van Mierlo over CDA en PvdA ten spijt, die veertien maanden voor tijd al aan de verkiezingsstrijd zijn begonnen, leidde ook bij D66 enige verkiezingskoorts al tot grotere activiteit.

In de indieners en verdedigers van lange rijen moties kon men geregeld aspirant-kandidaten herkennen voor Tweede Kamer of Europese Parlement, terwijl op een groot beeldscherm geregeld trots werd gemeld, dat zich voor de cursus voor toekomstig gemeenteraadsleden al 502 mensen hadden gemeld. Bij de behandeling van het punt Europa viel de buitengewoon grote activiteit op van de afdeling België, waarvan de kern wordt gevormd door vele D66-angehauchte Euro-ambtenaren uit Brussel. Hun namen kan men straks wellicht op de Euro-lijst terugvinden. Het huidige, enige D66-Europarlementslid Jan Willem Bertens rekende voor dat de partij nu van het tot 31 leden vergrote Nederlandse contingent er zeker vijf zal veroveren, misschien wel zes.

De zelfverzekerdheid was zo groot dat er zelfs met enige afstandelijkheid werd gesproken over de "paarse' coalitie van PvdA, VVD en D66, het kabinet-zonder-CDA waar D66 al minstens tien jaar op aandringt. “We gaan er niet om zitten bedelen”, zei Van Mierlo. “Het is ook een beetje: graag of niet. (...) Misschien zijn de VVD of de Partij van de Arbeid, dan wel beide, nog niet in staat zich los te maken van de traditionele dwanggedachte, dat het alleen met het CDA kan.” In dat geval is er sprake van een gemiste kans, aldus Van Mierlo, “en is dat feest voorlopig over”.

Gewoon doorgaan, hield Van Mierlo de zaal voor. “En je niet laten opfokken door een steeds toenemende druk van negatief geschamper en soms kwaadaardige kritiek”. De boodschap van D66 aan VVD en PvdA was duidelijk: we kunnen het ook zonder jullie. Wie in de wandelgangen informeerde naar de mogelijkheid van een CDA/D66-coalitie, stuitte weliswaar op gekwelde blikken, maar geen echte afwijzing. Voor de toekomst, zei Van Mierlo, is “geen enkele weg afgesneden”.

De identiteit van D66 is meer dan een partij-programma