Chaotische VN-operatie helpt Cambodja langzaam overeind

Een jaar geleden begon het tijdelijk bestuur van de Verenigde Naties over Cambodja (UNTAC), bedoeld voor een periode van achttien maanden, geleid door de Japanner Yasushi Akashi (62), de speciale vertegenwoordiger van de secretaris-generaal. In mei moet deze grootste VN-operatie uit de geschiedenis resulteren in vrije verkiezingen. UNTAC is bepaald niet zonder succes, maar kampt ook met onverwachte interne en externe problemen.

PHNOM PENH, 22 MAART. Halverwege het middagmaal met Yasushi Akashi in restaurant La Mousson barst een tropische onweersstorm los. De "mangoregens' zijn vroeg dit jaar. “Mooi zo”, zegt Akashi met een kwinkslag, “het droge seizoen is afgelopen, dat zal de Rode Khmer hopelijk weerhouden van hun gebruikelijke offensief in het droge seizoen.” De laatste grote aanval van de Rode Khmer dateert al weer van twee jaar geleden, maar achter Akashi's opmerking schuilt angst, gevoed door incidenten, dat de vrede in Cambodja nog op geen stukken na veilig is.

Akashi is een bijzonder openhartige man, die weinig geheimen kent. Hij toont een persoonlijke brief die hij vorige week stuurde aan de DK (Democratisch Kampuchea - de meest gebruikte aanduiding voor de Rode Khmer) waarin “fantasieën” over Vietnamezen in Cambodja op scherpe wijze worden veroordeeld. DK-leider Khieu Samphan had eerder per telegram laten weten niet aan een bijeenkomst van de Hoge Nationale Raad (SNC), het Cambodjaanse interim-bestuur van alle vier facties, deel te kunnen nemen in verband met de “Vietnamese bezetting”. Khieu doelde daarmee op de acht Vietnamezen die de laatste weken zijn aangetroffen in Cambodja en die voorheen deel uitmaakten van het Vietnamese leger.

“Cambodja is niet bezet door Vietnam en er is geen oorlog met Vietnam”, schreef Akashi in zijn reactie, “het feit dat UNTAC na maanden van intensief speuren slechts een handvol ex-Vietnamese militairen heeft gevonden die in Cambodja zijn achtergebleven bewijst dit.” Vervolgens wees hij Khieu erop dat de aanhoudende gevechten in het noorden en westen van het land het werk zijn van Cambodjanen tegen Cambodjanen. De brief weerhield de DK er niet van enige dagen later een bloedbad aan te richten onder Vietnamese burgers in een vissersdorp aan het Tonlé Sap-meer. De 34 slachtoffers, voornamelijk vrouwen en kleine kinderen, werden op gruwelijke wijze gedood.

Toch betekent het incident voor Akashi niet dat de Cambodjaanse missie op het punt van mislukken staat. “De DK-leiders staan nog steeds achter het Parijse vredesakkoord en zijn op een aantal punten, zoals de repatriëring en de wederopbouw van het land, zeer coöperatief geweest.”. Akashi vertelt over een van zijn spaarzame ontmoetingen met Khieu Samphan (“een man zonder humor”), waaruit hem bleek dat Pol Pot nog altijd de werkelijke aanvoerder van de Rode Khmer is. Op Akashi's mededeling dat hij verantwoording schuldig was aan "New York', had Khieu gereageerd met: “Iedereen heeft zijn eigen New York.”

Akashi realiseert zich soms tegen beter weten in te blijven geloven in het vredesproces, wat leidt tot tegenstrijdige uitspraken. “Ik ben optimistisch dat wij zullen slagen in dit moeilijke land”, zegt hij aan de lunch, maar ook: “De houding van de Cambodjaanse politieke partijen ten aanzien van de democratie is als volgt: ze zullen erover nadenken of ze erover zullen nadenken.”

Een dag later spreekt Akashi in het noordwestelijke Sisophon de plaatselijke leiders van zes politieke partijen toe - in totaal hebben twintig partijen zich landelijk laten registreren voor de verkiezingen, de DK doet niet mee. “Prins Norodom Sihanouk heeft mij gezegd dat Cambodjanen slechte verliezers zijn. Ik vraag u: maak duidelijk dat dat niet zo is.”

Akashi's tweede man, John Sanderson, de militaire commandant van de VN-troepen wil over "zijn' UNTAC geen kwaad woord horen. Generaal Sanderson (52), een Australische Vietnam-veteraan, staat in Phnom Penh bekend als Mr. No Problem, overeenkomstig de standaarduitdrukking van de Cambodjanen in het Engels. Sanderson heeft deze titel verheven tot zijn persoonlijke wapenspreuk. In de fauteuil op zijn werkkamer - foto van de generaal samen met Akashi en Boutros-Ghali op de achtergrond - steekt Sanderson een gloedvol betoog af. “Waarom altijd dat negatieve, let ook eens op de pluspunten van de VN-operatie”, zegt hij, “kijk om u heen: de kinderen gaan weer naar school, de mensen kunnen rustig eten, er wordt weer handel gedreven, gelachen.”

Sanderson heeft wat dat betreft geen ongelijk: in Phnom Penh, maar ook buiten de stad is een nieuw soort zelfvertrouwen onder de Cambodjanen voelbaar. Het idee dat er een operatie plaatsheeft speciaal voor hen, een operatie die naar schatting twee miljard dollar gaat kosten of te wel 200 dollar voor elk van de negen miljoen inwoners, meer dan het jaarlijkse inkomen per hoofd van de bevolking, dat idee begint door te sijpelen. 4,6 miljoen mensen hebben zich laten registreren voor de verkiezingen, die tussen 23 en 28 mei worden gehouden. Op enkele uitzonderingen in gebieden van de Rode Khmer na, betekent dit dat bijna honderd procent van de door UNTAC geschatte kiesgerechtigde bevolking is geregistreerd, wat wijst op een groot vertrouwen in het verkiezingsproces. Of is het gewoon nieuwsgierigheid? In Sisophon loopt een Cambodjaanse jongen van twintig een hele middag met me door het dorp. Hij wil weten wat democratie betekent.

Sanderson kan naast de registratie van kiezers de snelle en soepele repatriëring van alle 350.000 vluchtelingen uit de kampen in Thailand, binnen een jaar, als een groot succes op het conto van de VN schrijven. De herintegratie zal langer duren, maar de repatrianten hebben in elk geval de garantie een jaar lang voedsel te krijgen van de VN en kregen een zakcent mee.

De reusachtige VN-operatie in Cambodja stijgt uit boven het belang van het land zelf. Behalve het introduceren van democratie bij de Cambodjanen heeft hier een experiment plaats van de volkerenorganisatie zelf. Meer dan dertig landen hebben samen 15.668 militairen en 3.585 politieagenten geleverd, onder wie voor het eerst Duitsers en Japanners. Nog eens tientallen andere naties zijn via burgers (991) of vrijwilligers (630) betrokken bij UNTAC. Dit grote aantal heeft geleid tot problemen van linguïstische, religieuze en nationale aard. Indiërs en Pakistanen in één eenheid gaat niet, evenmin als Tunesische moslims en Ierse katholieken. In sommige van de participerende landen (Indonesië, Algerije) bestaat zelf geen echte democratie terwijl tussen Engelstalige en Franstalige afdelingen van UNTAC voortdurend wrijvingen plaatshebben - afgesproken was dat de hele vredesmissie tweetalig zou zijn, Engels is tot groot verdriet van de francofone lobby in 95 procent van de gevallen de voertaal. Het zou beter zijn een aantal goed op elkaar ingespeelde landen het werk te laten doen, bij voorbeeld de NAVO-leden, maar dat is in VN-verband niet mogelijk. Doelbewust is gekozen voor een aanpak met vele landen, om zoals Akashi en Sanderson idealistisch naar voren brengen, de saamhorigheid van de gemeenschap der volkeren te onderstrepen.

Afgelopen zaterdag bewees de praktijk hoe onwerkzaam die situatie is. Na het neerstorten van een Russische MI-17 helikopter op het vliegveld vam Siem Reap liepen zeker tien verschillende nationaliteiten chaotisch door elkaar heen te roepen in een babylonische spraakverwarring. De brandweer rukte niet uit, ziekenauto's kwamen pas na een half uur en er waren zeker vier verschillende mensen bezig, in concurrentie met elkaar, bij het verifiëren van de passagierslijst. Alleen de opvang van de zwaargewonden in Phnom Penh verliep goed, dankzij het feit dat de Duitse medische dienst daar de alleenheerschappij had en dus haar eigen routine kon laten gelden. (Ten minste vijf gewonden verbleven vandaag nog in het Duitse ziekenhuis van Phnom Penh).

Het ongeluk van afgelopen zaterdag is typerend voor een deel van de vredesoperatie. Er bestaat een duidelijke tegenstelling tussen verschillende VN-onderdelen en men laat niet na elkaar verdacht te maken, overigens niet vreemd aan een grote organisatie. De afdeling die onmiskenbaar als de gebeten hond door Cambodja gaat is de 3.585 koppen tellende CIVPOL, de civiele politie die door de UNTAC is gehuurd om, onder meer, Cambodjaanse politie-agenten op te leiden en de orde gedeeltelijk te bewaren. “CIVPOL is een ramp. Zeker tweeduizend van hen zijn waardeloze lui”, zegt kolonel Patrick Cammaert, de commandant van de Nederlandse troepen in Cambodja. Een Oostenrijkse politie-agent die in Battambang, Cambodja's tweede stad, leiding moet geven aan het plaatselijke korps van de CIVPOL uit zich in identieke bewoordingen, hij houdt het zelfs op “tweederde nuttelozen”. De klachten over CIVPOL variëren van luiheid en roekeloos rijden tot het niet nakomen van afspraken. Volgens de Oostenrijker, die zijn naam niet wil noemen, beschikken sommige agenten niet over een rijbewijs, terwijl anderen analfabeet zijn. In veel gevallen blijken ze Engels noch Frans te spreken. De CIVPOL is samengesteld uit 32 nationaliteiten uit alle werelddelen: van Duitsland tot Colombia, Fiji, Nepal en Nigeria. Een lid van de Duitse Grenzschutz kent het klappen van de zweep, maar dat kan van de 52 Fijiërs moeilijk worden gezegd.

Het hooofd van de CIVPOL, de Nederlandse brigadier-generaal Klaas Roos, wil niets weten van de kritiek op zijn manschappen. Hij is des duivels. De aantijgingen noemt hij “absoluut onwaar” en Cammaert is “een lul die niet weet waarover hij spreekt”. Roos geeft toe dat niet alle leden van CIVPOL een bewijs van goed gedrag hebben gekregen, 23 man zijn wegens ongedisciplineerd gedrag naar huis gestuurd. Maar hij ziet dat als een acceptabel aantal en wijst er verder op dat ook binnen de militaire bataljons wangedrag plaatsheeft. “Iedereen weet van de toestanden in het Bulgaarse korps, maar daarom zeggen wij toch ook niet dat alle UNTAC-militairen waardeloos zijn.”

Volgens Roos ligt jaloezie ten grondslag aan het vitten op CIVPOL. De agenten van CIVPOL krijgen, bovenop het salaris dat ze in eigen land ontvangen, een vergoeding van 130 dollar per dag (het was tot voor kort 146 dollar, maar kennelijk vond New York dat toch te gortig). Aangezien Cambodja een spotgoedkoop land is, slaagt zelfs een ruim levende CIVPOL'er er wel in daarvan omgerekend 6.000 gulden per maand over te houden, niet slecht voor de 428 Indiërs of de 224 Bangladeshi die thuis hooguit duizend gulden per jaar toucheren. UNTAC-militairen ontvangen ongeveer een derde van wat de agenten van CIVPOL verdienen en dat steekt. De samenwerking mag dan niet perfect zijn, wat mag men verwachten met zoveel verschillende landen, zegt Roos, die niet zou weten hoe het anders zou moeten.

Toch zijn er wel degelijk voorstellen tot verbetering gedaan. Zo vroeg de Franse gendarmerie (139 man sterk) in elk geval in groepen te mogen opereren. Roos en de UNTAC-top wezen dit af. Volgens het hoofd van de gendarmerie omdat dat de "zwakke broeders' te zeer zou onthullen, zoals de negentig Colombiaanse agenten die geen van allen een woord Frans of Engels spreken.

Of neem de Ghanezen, die met 225 man een van de grootste bijdragen leveren aan CIVPOL. Ze besteden hun verdiensten ostentatief. Op het vliegveld van Battambang wacht een groep Ghanese agenten op vervoer naar Phnom Penh. Simon Peter Akabati swingt op de muziek die klinkt op zijn nieuw verworven walkman, zijn collega's slepen grote dozen met televisies en stereoapparatuur de gereedstaande Hercules C-160 transporttoestel binnen. Er moet een lorrie aan te pas komen om alle rijkdom aan boord te hijsen.