Candy Dulfer op haar best in zangnummers

Concert: Candy Dulfer & Funky Stuff. Gehoord: 20/3 Nighttown, Rotterdam. Herhaling: 25/3, 26/3 Paradiso, Amsterdam; 27/3 De Bouhof, Leeuwarden; 28/3 Muziekcentrum, Enschede; tournee wordt daarna voortgezet.

Een optreden van saxofoniste Candy Dulfer en haar band Funky Stuff valt uiteen in verschillende delen. Niet alleen omdat de show in twee sets is opgesplitst, maar ook omdat de samenstelling van de band, en daarmee de sfeer en stijl, variëert. Beide sets beginnen met de basisopstelling van Candy en zes muzikanten, later aangevuld met twee zangeressen en een zanger. De twee instrumentale blokken die zo ontstaan zijn minder opwindend dan die waarbij wordt gezongen. Ook al is de zang in de meeste nummers beperkt tot herhaalde frasen als "Don't let the pressure get you down!' of het van Sly Stone geleende "Thank you for lettin' me be myself, again', het zijn het volle podium en de tegen elkaar in zingende en spelende muzikanten die het optreden wervelend maken.

Zo waren in het Rotterdamse Nighttown beide sets aan het eind het sterkst. Met spannende belichting, waardoor de tien muzikanten in hun zwart/wit-kleding een groep opgedreven gangsters leek, uitgelaten schetterende blazers en de ophitsende kreten van de drie zangers, creëerde de band een aangename chaos. De zanger en zangeressen hebben allen een eigen klankkeur. Simone Roerade verdiepte het enige volwaardige zangstuk van de nieuwe, tweede cd Sax-A-Go-Go, "Compared to What', met een prachtige combinatie van soul en wanhoop, Sandy Kandou klonk fel en zanger Wendel A. Morrison was grappig en wendbaar in zijn ad libs (improvisaties).

In de band, die afgezien van gitarist/componist Ulco Bed geheel vernieuwd is, viel het belangrijke aandeel op van Carlo de Wijs die speelde op een antiek Hammond-orgel met de afmetingen van een kinderbed. Hij vulde de stiltes op tussen de loopjes van Candy en trompettist Iwan van Hetten. Dulfer en van Hetten speelden duels en dialogen, waarbij van Hetten het venijnige geluid gaf en Candy de ronde soepele klanken.

De vaart die Dulfers funkmuziek op de beste momenten heeft werd af en toe onderbroken voor solo's van de verschillende muzikanten. Deze intermezzo's voegden weinig toe en bleven in aantal gelukkig beperkt. Candy Dulfers eigen partijen, zoals in het van Bonnie Rait bekende "I can't make you love me', waren soms erg kringelig en barok. Maar toen de apparatuur tijdelijk uitviel, improviseerde ze, lopend over de breedte van het podium, een melancholische solo met mooi wegstervende tonen.