Calvinistische infiltratie

Het celibaat maakt vast en zeker chantabel. Zo dwingt het meer toewijding af dan wellicht van deze wereld is. Ik kan me in ieder geval bij de worsteling van mgr. Bär wel wat voorstellen. De lakse houding van kardinaal Simonis is daarentegen heel wat minder navoelbaar. Uit alles blijkt dat hij de aandrang op de bisschop om af te treden dan wel niet actief heeft gesteund, maar ook niets in het werk heeft gesteld om deze tegen te gaan. Hij denkt ongetwijfeld op deze manier te leven naar de letter en de geest van de wetten van zijn kerk.

Aandachtige lezing van Roomse Heisa van Gerard Reve had de kardinaal wellicht op andere gedachten kunnen brengen. De katholieke schrijver heeft deze bundel samengesteld naar aanleiding van het bezoek in 1985 van paus Johannes Paulus II aan Nederland. Reve volgde toen als journalist voor NRC Handelsblad de pauselijke bewegingen en uit eigen ervaring kan ik zeggen dat hij zijn taak bijzonder serieus nam.

Tijdens het bezoek van de paus aan de St. Jan in Den Bosch stonden alle journalisten vlak achter de bischoppen, die toekeken hoe de paus een nieuw altaar inzegende. Reve was eerst op het puntje van zijn tenen gaan staan om over de haag van paarse schouders voor ons heen te kunnen kijken, maar toen de paus het altaar met olie begon in te wrijven, werd het hem te machtig. Met een snelle beweging glipte hij door de bisschoppelijke rij om meer te kunnen zien. De ware gelovige herkent men uit duizenden.

Vooral het hoofdstuk De Ontoepasbaarheid Van De Katholieke Moraal bevat een diep inzicht. Daarin schrijft Reve: “Het wezenlijke van een volwassen, volgroeide religie is dat zij iets zegt, maar iets anders bedoelt. Dat geldt zowel voor de verwoording van het geloof als voor de verwoording van de moraal die ze haar aanhangers voorhoudt”. De leer is innerlijk tegenstrijdig en heeft dan ook een heel ingewikkelde relatie met het leven. Ze kunnen nooit samenvallen of elkaar zelfs maar dicht naderen.

Dat geldt volgens Gerard Reve ook voor de seksuele moraal van de rooms-katholieke kerk: “De ontoepasbaarheid van die moraal zoude ons echter ook tot het vermoeden kunnen leiden dat niet van ons verondersteld wordt dat wij die moraal naar haar woordelijke inhoud ooit zouden kunnen naleven. Vandaar dat ik, net als bij mijn beschouwing van het geloof, denk dat, mutatis mutandis, er iets anders dan het letterlijk medegedeelde bedoeld wordt.” Zo wordt homoseksualiteit wel veroordeeld, maar daarmee is lang niet alles gezegd. Reve schrijft in twintig jaar katholiek leven nog nooit één priester te zijn tegengekomen die in de biecht of anderszins homoseksualiteit als een zonde beschouwt.

In dit licht bezien zou men de treurige gang van zaken rondom het aftreden van bisschop Bär kunnen opvatten als onbegrip voor de mysterieuze samenhang van leer en leven. Wellicht heeft het te maken met wat de "calvinistische infiltratie' van het Nederlandse katholicisme is genoemd. Hier is het katholieke geloof lang een belaagde minderheid geweest en heeft daardoor de wendbaarheid verloren die nodig is om het schuldgevoel niet het leven te laten overwoekeren. De katholieke historicus L.J. Rogier schreef al eerder: “Het grote gespreksthema van de Nederlanders is de vraag naar de relatie tussen de leer en het leven, tussen de Kerk en de wereld. Die zijn voor de meeste Nederlanders vervlochten; iets belijden en niet in de praktijk brengen stuit hun tegen de borst” (Vandaag en morgen, 1974).

Misschien is het katholicisme uiteindelijk wel een code voor de omgang met de onvermijdelijke spanning tussen "zeggen' en "bedoelen'. Sommigen zullen dat wegwimpelen als schijnheiligheid, maar zo gemakkelijk ligt het niet. Het bewustzijn van de innerlijke tegenstrijdigheid van alle leer en leven, daar draait het om. Het katholieke geloof is dan ook niet alleen maar geruststellend. Het veronderstelt gevoeligheid en praktische intelligentie.

En daar zoekt men vergeefs naar, zowel in de kring van de hervormers die de platitude van een democratische kerk aanhangen, als in de kring van de orthodoxe katholieken, die zich als drenkelingen aan de leerstelligheden vastklampen. De eersten willen het leven laten heersen over de leer, het liefst volgens een stelsel van one man, one vote. Hun tegenvoeters willen de leer over het leven laten heersen, zonder enige twijfel volgens het principe van one man, one vote. Beide vormen van kerkpolitiek geven er blijk van de onzekerheid van het katholieke geloof niet aan te kunnen.

Gerard Reve heeft weinig lovende woorden voor de leiders van de kerkprovincie: “Onze Paus, hoezeer in veel opzichten onze bewondering waardig, schiet in één opzicht ernstig tekort. Om van het eindeloze geharrewar in de Nederlandse kerkprovincie af te zijn, heeft hij besloten mensen te benoemen die doen wat hij zegt. Naar karakter, intelligentie en menselijkheid van de kandidaten schijnt hij daarbij niet te kijken, en aldus worden wij opgescheept met gedrochten die noch de geloofsleer, noch de moraal anders dan letterlijk kunnen ervaren.”

Dat is een streng en rechtvaardig oordeel. Eénmaal heb ik Simonis van dichtbij meegemaakt in een vergadering. Wat me vooral opviel was zijn zelfverzekerde en ontspannen optreden. Ik vroeg me af waaraan hij dat ontleende. Want uit niets wat hij zei, sprak enig vanzelfsprekend gezag. Integendeel, zijn dictie wilde zo nadrukkelijk gedragen zijn, dat zijn woorden als droog zand uiteen stoven. Omdat hij het vooral over de restauratie van kerkgebouwen had, informeerde ik of de kerk in deze tijd nog een spirituele opdracht had, waarop een routineus antwoord volgde. Na afloop kwam Simonis naar me toe en zei: “U hebt wel een erg hooggestemde opvatting over de kerk.” En het leek alsof hij er achteraan dacht: "te hooggestemd'.

Terwijl ik naar zijn vele malen herhaalde persconferentie kijk, heb ik wel met hem te doen. Simonis oogt een stuk minder zelfverzekerd. Tegelijk willen zijn woorden nog steeds méér zijn, maar opnieuw slagen ze er niet in hun afzender te ontstijgen. Reve heeft gelijk: de katholieke kerk in Nederland wordt geregeerd door een beetje boertige prelaat. En dat is echt jammer. Want als het katholicisme tot een secte verwordt, gaat er veel verloren, ook voor de ongelovigen, waartoe ik zelf behoor. Iedereen deelt, gewild of ongewild in de culturele erfenis van het christendom.

Te denken dat een samenleving buiten religie kan is een misverstand van lacherige liberalen, waarvoor in de geschiedenis geen steun te vinden is. Waar de gevestigde kerken zichzelf ondermijnen, zullen anderen in hun plaats treden, vaak met een veel onverdraagzamer toon. Een samenleving zonder wat Schillebeeckx omschrijft als het "eschatologisch voorbehoud' is armoedig: "Gods voorbehoud (...) maakt verabsolutering van de politiek voor de gelovige onmogelijk. Het christendom de-sacraliseert de politiek'. Elke bijdrage aan de scheiding der machten is welkom.

Godsdiensten, die kunnen bogen op een lange geschiedenis en wijd vertakte instituties, dragen iets bij aan de verzoening van de samenleving met zichzelf. En ook al ben ik het lang niet met alles eens, ik zou niet graag de bijdrage van katholieken over zoiets als euthanasie willen missen. Helaas vervult de katholieke kerk in Nederland steeds minder deze rol. Zeker nu deze kerk zich voor het oog van de gehele natie heeft gediscrediteerd.