Brief Lubbers verrast Ter Beek

In het door de Nederlandse militairen tot Hotel Nunspeet omgedoopte oude hotel in Busovaca ten noordwesten van Sarajevo wordt woensdagavond goed getafeld.

Minister Ter Beek ontspant zich met een aantal officieren van het Nederlandse transportbataljon. In tegenstelling tot in Sarajevo is het hier bijzonder kalm. Maar bij het dessert wordt de rust verstoord door faxen uit Nederland. Premier Lubbers heeft een brief aan de Tweede Kamer gestuurd, waarin hij de vrijwilligheid van dienstplichtigen voor deelname aan VN-taken niet langer tot aan de vliegtuigtrap wil laten voortbestaan. Ter Beek is niet op de hoogte van de brief, die zijn eigen departement aangaat.

In de ministerrraad is de vrijdag ervoor niet langer dan enkele minuten over deze vrijwilligheid gepraat. Op zijn wekelijkse persconferentie doet Lubbers de suggestie dat al in een veel vroeger stadium moet worden bepaald of een dienstplichtige beschikbaar is. Ter Beek is het daar, ver weg van Den Haag, niet mee eens. “Een dienstplichtige moet weten wat de gevaren inhouden en kan dan pas na een aantal maanden trainen gevraagd worden. Bovendien zal hij voor een baan in Bosnië moeten bijtekenen anders heeft het geen zin.”

Hij probeert zijn staatssecretaris baron Van Voorst tot Voorst te bereiken maar die zit in zijn auto ergens in de Haagse regio en via de kleine schotelantenne en de satellietverbinding uit Busovaca kan men niet direct contact met een autotelefoon contact krijgen. Woordvoerder Bert Kreemers moet maar antwoorden op de brief van Lubbers. Deze laat vermoeid weten dat “ook een "ja is ja' van dienstplichtigen niet inhoudt dat Nederland meer eenheden beschikbaar zal hebben om uit te zenden.” Ter Beek gaat boos naar bed. Wie weet er nou meer van gevaren en raketinslagen: hij of Lubbers? (WN)