Afstraffing socialisten maakt Mitterrand eenzaam in Elysée

PARIJS, 22 MAART. De eerste ronde van de Franse parlementsverkiezingen heeft een dramatisch maar verwacht én een verrassend resultaat opgeleverd. De historische nederlaag van de regerende socialistische partij, die slechts 17,59 procent van de stemmen kreeg, kwam gisteren voor niemand als een verrassing. Onverwacht was wel de afgang van de twee milieupartijen, de Groenen en Génération Ecologie en de versplintering van ruim de helft van het vroegere linkse electoraat. Deze ontwikkeling kan verstrekkende negatieve gevolgen hebben voor de toekomst van de Parti Socialiste en van links in het algemeen.

De politieke "big bang' die de socialistische oud-premier Michel Rocard drie weken geleden aankondigde, is gisteren vooraf gegaan door een andere oorverdovende oerknal. Rocard, de "natuurlijke' kandidaat van links om Mitterrand in 1995 in het Elysée op te volgen, zei dat na de parlementsverkiezingen een "brede en open' progressieve beweging tot stand moet worden gebracht. De socialistische partij zou daarin moeten opgaan, samen met de twee Franse milieu-partijen, centrum-groeperingen en hervormingsgezinde communisten. Dit project lijkt na de uitslag van gisteren illusoir.

De genadeloze afstraffing van de Parti Socialiste - een unicum in de geschiedenis van de Vijfde Republiek - diende zich al een jaar aan. Bij de regionale verkiezingen van maart 1992 behaalde de PS 20,5 procent van de stemmen. Begin januari voorspelden opiniepeilers dat de regeringspartij slechts 18 of l9 procent van de kiezers achter zich zou krijgen. De futloze campagne van de moreel verzwakte en na twaalf jaar regeren vermoeide partij, die geen aansprekend programma had, leverde dus alleen maar extra verlies van een of twee procent op. Het bewijs dat de kiezers genoeg hebben van het "mitterrandisme', is definitief geleverd.

De "ecologen' - zoals de milieupartijen worden genoemd - kregen aanvankelijk in de peilingen rond de 14 procent van de stemmen toebedeeld. Maar uiteindelijk bleken de Groenen en Génération Ecologie niet meer dan wat ze al twintig jaar zijn: marginale groepen die geen politieke doorbraak kunnen maken. De teleurgestelde "mensen van links' gingen uiteindelijk alle kanten op: sommigen naar de ecologen, anderen naar extreem-rechts (het Front National van Jean-Marie Le Pen won in het industriële noorden), terug naar de communisten die met 9,2 procent redelijk overeind bleven, lokale partijen, alternatieve milieuclubjes etc.

De uitslag van gisteren bevestigde nog eens dat het Franse politieke spectrum nog maar één grote constante kent, die van de twee grote conservatieve partijen. De gaullistische RPR van de Parijse burgemeester Jacques Chirac en de liberale UDF van Giscard d'Estaing, die in de campagne gezamenlijk als "Union pour la France' optrokken, kregen 39,5 procent van de stemmen - een winst van een kleine twee procent in vergelijking tot de parlementsverkiezingen van 1988. Dat RPR en UDF samen met bijna 40 procent van de kiezers 80 procent van de zetels van de Nationale Vergadering zullen winnen, is een vooraf bekende consequentie van het Franse kiestelsel dat grote partijen sterk bevoordeelt.

Michel Rocard zei vorige week dat de Fransen kennelijk 'persoonlijk willen afrekenen' met president Mitterrand, wiens populariteit al ongeveer een jaar lang rond het dieptepunt van 30 procent of lager beweegt. Sommige socialistische kopstukken namen Rocard deze opmerking uiteraard kwalijk, maar de uitslagen van gisteren tonen aan dat hij grotendeels gelijk had. De verkiezingsdebatten over de bestrijding van de werkloosheid - het belangrijkste probleem voor 60 procent van kiezers - hadden nauwelijks invloed. Verdeling van arbeid en korter werken, de "oplossingen' van de PS en de ecologen, bleken niet aan te slaan. Links heeft zijn geloofwaardigheid volledig verloren.

Democratisch rechts krijgt dus over een week een gigantische meerderheid in de Nationale Vergadering. RPR en UDF hebben al een grote meerderheid in de Senaat en controleren drie kwart van de regionale raden. Vanaf volgende week komt er dus ook een rechtse regering, waarschijnlijk onder leiding van een premier uit de rangen van de RPR, die de grootste partij lijkt te zullen worden. President François Mitterrand staat na de politieke amputatie van gisteren alleen tegenover een "blauwe horizon' van RPR en UDF die dus vrijwel alle belangrijke gekozen instellingen in het land beheersen. Zijn legitimiteit als gekozen staatshoofd zal zwakker zijn dan ooit, hetgeen zijn samenleven (cohabitatie) met de regering zal bepalen.

Mitterrand kwam in 1981 aan de macht. Twee jaar later, na het mislukte socialistische experiment, dreef hij de communisten in een isolement waarin de sindsdien zijn gebleven. Nu is ook zijn eigen partij bijna vernietigd. Het mitterrandisme is een rokende puinhoop. En bij gebrek aan ecologen, en andere potentiële bondgeboten lijkt ook de oerknal van Michel Rocard al een nauwelijks hoorbare echo voor hij heeft geklonken.