"Zonder Rusland geen regeling in Bosnië'

De Russische onderminister van buitenlandse zaken, Valeri Tsjoerkin, ziet geen alternatief voor het vredesplan van de bemiddelaars Vance en Owen voor Bosnië. Alle betrokkenen moeten van de juistheid van dat plan worden overtuigd.

MOSKOU, 20 MAART. De sfeer in het Russische ministerie van buitenlandse zaken is curieus. Dat heeft niet alleen te maken met het feit dat het gebouw al veertig jaar structureel uit het lood staat omdat Jozef Stalin er per se een toren op wilde hebben, hoewel de architect die niet in de schetsen had opgenomen. Belangrijker is de onduidelijkheid over de positie van het departement en meer in het bijzonder van minister Andrej Kozyrev van buitenlandse zaken. Hij zit nu al maanden op de schopstoel, maar is nog steeds niet weg.

Zijn bewindslieden hebben zich het “masochisme”, dat nodig is om het er in deze sfeer vol te houden, dus ook maar aangemeten. Elk etentje kan het galgenmaal zijn, elke tien minuten kan er iets onverwachts gebeuren, elk gesprek kan het laatste zijn. In die ambiance kun je alleen maar standhouden door je niet te laten afleiden van je eigen lijn. Onderminister van buitenlandse zaken Valeri Tsjoerkin is nu al geruime tijd als speciale afgezant van de Russische regering in de weer om in de Joegoslavische slangenkuil de broze coalitie tussen Rusland en het Westen te beschermen. Maar zijn beleid staat in eigen land aan kritiek bloot en wordt in het Westen vaak niet begrepen. De veertigjarige Tsjoerkin, ooit woordvoerder van minister Edoeard Sjevardnadze, blijft er niettemin welgemutst onder.

“Onze positie kan zeer kort worden beschreven. Wij ondersteunen het plan van Cyrus Vance en David Owen voor Bosnië-Herzegovina. Er is geen alternatief. Maar wij blijven met alle partijen samenwerken, juist om hen ervan te overtuigen dat ze het plan-Vance/Owen moeten aanvaarden.”

In het Westen wordt dat niet altijd zo begrepen. Daar heeft men soms het gevoel dat er elke week een ander beleid wordt gevoerd.

“U zegt het. Dat is niet mijn zorg.”

Dat klinkt zelfverzekerd. Maar het afgelopen jaar heeft u juist in eigen huis aan zware kritiek bloot gestaan. Begrijpelijk ook, want voor Rusland is er natuurlijk een verschil tussen het orthodoxe Servië en het katholieke Kroatië. Heeft die kritiek uw beleid beïnvloed?

“Ik denk het niet. We zijn niet de spreekbuis van een van de partijen. Als de Serviërs onredelijk zijn, zeggen we ze dat ook. Helaas heeft alleen Kroatië het plan tot nu toe volledig geaccepteerd, althans in de Bosnische context.”

Maar u kunt de speciale betrekkingen tussen Rusland en Servië toch niet ontkennen?

“Er is een etnische band. De Serviërs, de Kroaten en de moslims in Bosnië zijn allemaal Slaven. We zijn dus in staat om met die mensen te praten. Als je om een of andere culturele dan wel historische reden speciale banden hebt met een land, dan moet je die gebruiken. We houden onze communicatie met Belgrado open. Ze waren zeer ongelukkig dat wij ook voor sancties hebben gestemd. Maar we konden met ze blijven praten. We staan niet aan hun kant. Maar we proberen wel steeds te zoeken naar constructieve elementen. En als we die vinden, geven we die te eten om ze te laten groeien. Daarom hebben we Milosevic gesteund, toen hij bij de vredesbesprekingen in Genève een constructieve rol bleek te spelen.

“Hier in Moskou is er natuurlijk een groep die probeert om de commotie over Joegoslavië te gebruiken voor een onverzoenlijke oppositie tegen president Jeltsin. Maar zelfs met hen blijf ik praten, in de hoop dat ze de binnenlandse aspecten een beetje vergeten. De dimensie van de tragedie is zo groot dat we de oplossingen niet moeten compliceren met binnenlandse discussies. Dat zou cynisch zijn.”

In het Westen wordt Milosevic graag gezien als een communist. Ziet u hem als een communist?

“Ik weet niet of dat een nuttig analytisch begrip is. De Serviërs hebben allereerst een nationaal probleem. Ze zijn verzeild geraakt in een web van burgeroorlogen. De grootste beschuldiging tegen hem is daarom dat hij een Groot-Servië wil stichten. Maar dat is geen ideologisch idee, dat is slechts een nationalistisch idee.”

Wat is uw indruk van het Westen? Ze roepen daar wel steeds dat ze met Rusland willen samenwerken, maar als puntje bij paaltje komt, zijn ze terughoudend omdat ze eigenlijk niet geloven in de Westerse koers van Rusland.

“Dat geloof ik niet. Het Westen begrijpt heel goed dat er zonder Rusland niets kan worden geregeld. Rusland is hoofdfactor op de Balkan, die moet worden gebruikt.”

Rusland heeft zich bereid getoond om troepen te stationeren. Daar hebben we de laatste weken niets meer van vernomen.

“Dat willen we nog steeds. We praten er nu over hoe dat in de praktijk moet gebeuren. Het moet een operatie van de Verenigde Naties worden, maar we kunnen daarbij natuurlijk gebruikmaken van de infrastructuur van de NAVO.”

Heeft het allemaal wel zin? In West-Europa steekt op gezette tijden het historisch gemotiveerde gevoel de kop op dat we beter een hek om Joegoslavië kunnen zetten. Onder het motto: de Balkan is nu eenmaal de Balkan, ze vechten daar al eeuwen conflicten uit.

“Dat is zeer cynisch. Het zal moeilijk zijn om de geallieerde operatie door te zetten. Maar onze intenties zijn serieus. Er is daar een aantal heethoofden die een beetje afgekoeld moeten worden. Dat kan, denk ik. Want de bevolking in Joegoslavië is in meerderheid moe van het vechten en de oorlog.”

U bent wel erg rustig. Uw eigen minister van binnenlandse zaken is veel minder rustig, die waarschuwt regelmatig voor rechtse staatsgrepen en rood-bruine coalities, ook als het om de Russische positie ten opzichte van Joegoslavië gaat.

“Ik denk dat je niet te persoonlijk moet zijn. Daarvoor is Joegoslavië te belangrijk. Er is nog steeds ruimte voor een constructieve dialoog.”

Maar een paar kilometer hier vandaan resideert een Nationale Veiligheidsraad die onder leiding van stille kracht Joeri Skokov een zelfstandig buitenlands beleid mag uitstippelen en in directe verbinding met president Jeltsin staat. Wat doen zij daar? Doorkruisen ze uw beleid of wordt alles op elkaar afgestemd?

“Ik heb niet veel contact met hen.”

Dat kan gevaarlijk zijn. De Veiligheidsraad heeft macht, formeel én feitelijk.

“Ik denk het niet. Hahahaha. Ik zie geen gevaar in de Veiligheidsraad. Als zij zich ook met Joegoslavië bezighouden, des te beter. Ik heb weinig contact met ze gehad de afgelopen maanden.”

U hebt niet het gevoel dat ze hun eigen schaduwbeleid voeren?

“Ik heb geen reden om dat te denken.”