Zia Mahmood moet oppassen

Kan een computer beter schaken dan bridgen? Op die vraag luidt het antwoord ondubbelzinnig ja. In het schaakspel halen de krachtigste programma's het tegenwoordig tot het niveau van internationaal meester. Bij bridge is men nog niet zo ver. Vandaar dat een bridgekampioen als Zia Mahmood nu nog durft te verkondigen dat hij voor een potje tegen de computer één miljoen dollar van zijn eigen geld wil inzetten. Maar Zia moet gaan oppassen.

Al jaren is men bezig programmatuur te ontwikkelen, maar de aard van het bridgespel is er de oorzaak van dat het automatiseringsproces moeizaam en traag verloopt. Pionier Onno Janssens van Bridgesoft uit Bussum weet er alles van: ""Kijk, bij schaken is de positie en de loop van de stukken bekend. Daar is het voor de computer in wezen slechts een kwestie van doorrekenen. Bij bridge ligt het anders omdat de computer slechts 13 van de 52 kaarten ziet. Driekwart van het spel is voor hem dus onbekend. Om een computer toch te laten bridgen moet je modellen voor hem ontwerpen. Die modellen zijn gebaseerd op aannames, veronderstellingen. Ze zijn een benadering van de werkelijkheid zoals die zich waarschijnlijk gaat openbaren, maar ze kunnen nooit exact zijn. Bridgers van vlees en bloed moeten ook van aannames uitgaan, maar die kunnen aan tafel tenminste nog improviseren. Dat is een computer niet zo makkelijk te leren. De menselijke factor speelt in bridge een veel grotere rol dan bij het schaken. Table presence geldt soms bij het schaken, maar altijd aan de kaarttafel. Ik moet de eerste computer nog tegenkomen, die een dusdanig psychologisch overwicht op zijn tegenstanders heeft dat ze aan tafel net zo zitten te trillen als een paar oude dametjes die tegen Hans Kreijns moeten spelen.''

Niettemin worden er tegenwoordig aardige bridge-programma's gemaakt. Zo heeft Bridgesoft een aantal grote toernooien en belangrijke wedstrijden op floppy gezet. De spellen kunnen nagespeeld worden, waarbij de computer als partner of als tegenstander kan fungeren. Achter je scherm draai je als het ware mee in een topevenement. Je eigen score wordt in de stand opgenomen en dus vergeleken met een sterk veld. Ieder spel wordt van deskundig commentaar voorzien door een topspeler.

Janssens merkt op dat de bridgetechnische capaciteiten van zijn programma's weliswaar nog niet van meesterklasseniveau zijn, maar goed genoeg om de huiskamerbridger/pc-bezitter heel wat spannende uurtjes te laten beleven. Voorlopig lijkt hij het gelijk aan zijn zijde te hebben, want zijn produkten beginnen aardig populair te worden.

De nieuwste loot uit de Bridgesoft-familie is de diskette met het eigen Bridgesoft Top 14 Butler Toernooi dat afgelopen herfst werd gehouden. Deze Top 14 speelde een belangrijke rol bij de samenstelling van de kernploeg voor het Nederlandse open team. Commentaar wordt geleverd door Berry Westra (ex-jeugdwereldkampioen en winnaar van Olympisch brons). Om een vergelijking te trekken tussen menselijk en machinaal bridge laat ik u een spel van deze diskette zien dat Westra met zijn partner Jaap van der Neut speelde tegen Jan Jansma en uw scribent.

Zuid gever,Noord

Allen kw. ß7 4

ß6 H964

ß5 V753

ß4 VB93

West Oost

ß7 HV873 ß7 A6

ß6 AB8 ß6 V72

ß5 102ß5 AHB86

ß4 875ß4 H106

Zuid

ß7 B10952

ß6 1053

ß5 94

ß4 A42

West Noord Oost Zuid

v.d. Neut Van Cleeff Westra Jansma

pas

pas pas 1SA pas

2ß6pas 2ß7 pas

3SA pas pas pas

Het frappante is dat de computer exact eender biedt. Hij is blijkbaar al op de hoogte van een redelijk verfijnde conventie als een transfer (2ß6). Jan Jansma startte in de praktijk met ß42, die via de 5 voor de boer van de leider was. Westra, die het spel vanuit oost speelde, beschrijft dat de uitkomst hem dwong te kiezen voor een voorzichtig speelplan. Hij verwierp het idee om eerst de schoppen te testen en, als die kleur niet drie-drie zat, over te gaan op de snit op ß5V. Mochten de schoppens niet rond zitten en ß5V fout, dan had hij zijn eigen downslagen ontwikkeld. Hij zou dan, zelfs met de klavers vier-drie, down gegaan zijn.

Westra speelde daarom van-huis-uit op de klavers vier-drie (statistisch een grotere kans dan de gevaarlijk vijf-twee verdeling). Hij speelde in slag twee ruiten naar de tien, waarmee hij normaliter meteen vier ruitenslagen vastlegde. Nu de tegenpartij inderdaad niet meer dan drie klaveren kon oprapen, had Westra zijn contract gemaakt: vier ruiten, drie schoppen, een harten en een klaveren. Redelijk safe gespeeld.

De vraag is nu hoe de computer het zou afspelen op de plaats van Berry Westra na een zelfde begin. Ik liet zuid dus ook met ß42 starten en het ging weer 5, boer en heer. Het vervolg was verrassend. De computer speelde eerst ß5A en dan een kleine ruiten naar de tien! Hij koos dus voor dezelfde speelwijze als Berry Westra, maar met een kleine verwisseling van slagen, resulterend in een nog beter plan. De computer wapende zich nu immers ook tegen een vijf-één zitsel in ruiten met de vrouw sec. Een slimmerik met vrouw-vierde ruiten tegen zou nog kunnen duiken, maar dan speelt de leider ß6B en de verdediging is ontmanteld.