Yardeen Roos sterk als hoer in stuk Orton

Voorstelling: Die kerel op de trap van Joe Orton door Het Balkon. Vertaling en regie: Chris Junge; spel: Sebo Bakker, Yardeen Roos, Piet Spee. Gezien: 18/3 Toneelschuur Haarlem. Aldaar t/m 20/3, daarna elders t/m 29/5.

Toen Joe Ortons debuut The Ruffian on the Stair eenmaal was gepubliceerd en uitgezonden op de radio (1964), viel het resultaat Orton zo tegen dat hij heeft overwogen verdere opvoeringen van zijn hoorspel te verbieden. Zover is het niet gekomen, maar Orton schreef wel een nieuwe, speciaal voor het toneel bestemde, versie die hij zelf veel beter vond dan de oorspronkelijke tekst. Toch brengt theaterwerkplaats Het Balkon nu juist niet die bewerking uit op het toneel, maar de hoorspelversie, met als argument dat het origineel sterker, zwarter en beklemmender is dan het theaterstuk.

Chris Junge die de tekst onder de titel Die kerel op de trap vertaalde en regisseerde, laat ons inderdaad kennis maken met een stuk dat zo zwart is als een maanloze nacht op het platteland. Hoewel Orton meer zwarte komedies schreef waren ze niet zo wrang als zijn eerste. In het hoorspel blijkt al wel zijn gevoel voor het absurde, maar de satirische toon die later steeds sterker wordt, is hierin nog niet erg opvallend. Misschien heeft Chris Junge zich door dat feit laten leiden en koos hij daarom voor een enscenering die het mysterieuze cultiveert en elke vorm van slapstick uit de weg gaat.

Bij een aanpak die zo wars is van een vet aangezette speelstijl past een sober toneelbeeld, meenden de makers. De vloer is bijna leeg en zuinig belicht waardoor een akelig holle ruimte ontstaat die in de verste verte niet lijkt op het realistische keuken- en huiskamerdecor dat Orton voorschrijft. De voorstelling mag toch kennelijk niet verloochenen dat het om de enscenering van een hoorspel gaat. Het is vermoedelijk ook om die reden dat de drie spelers niet het podium verlaten maar aan de zijkant wachten tot ze weer aan de beurt zijn.

Joyce, de hoer, is het meest aanwezig op de vloer. Ze zit op een stoel en pas als het stuk zo'n beetje halverwege is komt ze daar voor het eerst af. Intussen wordt Mike, haar levenspartner, veel in beslag genomen door louche praktijken buitenshuis. Tijdens zijn afwezigheid krijgt zij bezoek van een vreemde indringer die beweert dat zijn broer door Mike vermoord is. Hij is gekomen om zich te wreken. Joyce is bang voor hem, maar tegelijkertijd daagt ze hem uit door zich met haar hoerig gekouste benen in wellustige bochten te draaien.

Spanning ontleent de voorstelling vooral aan het spel van Yardeen Roos. Ondanks haar nog vrij geringe podiumervaring heeft ze een eigen toon en persoonlijkheid die intrigeren. Haar personage is ongrijpbaar en geheimzinnig: nu eens overheersen bij haar onzekerheid en paranoïde gevoelens, dan weer toont ze haar perverse en spotzieke kant. Dat werkt vervreemdend en zorgt voor onrust in de voorstelling. Die onrust is minder sterk waarneembaar als Sebo Bakker en Piet Spee tegenover elkaar staan. Zij zijn vooral gevoelloos en hard en daardoor voorspelbaarder in hun reacties. Terwijl in deze voorstelling juist geldt: hoe raadselachtiger, hoe beklemmender.