Wie al jong zaait, blijft baas over zijn zaken (4)

Een recept om miljonair te worden: leg veertig jaar lang per maand 300 gulden opzij tegen 8 procent netto en investeer de tussentijdse opbrengsten steeds opnieuw. Lukt dat?

Jongeren rond de twintig vinden driehonderd gulden aan de hoge kant, vooral als ze studeren. Wanneer ze werken, vervalt dit bezwaar. Daar komt nog bij dat de inleg, relatief gezien, door de aanhoudende inflatie steeds iets vermindert. De formule zal werken, mits je beschikt over doorzettingsvermogen, discipline en in de loop van de jaren te verwerven kennis van zaken over de beste spaar-, beleggings- en verzekeringsvormen. Om aan dat miljoen te komen moet je ruwweg 150 duizend (40 maal 12 maal 300,00) sparen en daarmee 850 duizend gulden verdienen. Netto.

De fiscus probeert mee te snoepen van die opbrengsten, maar heeft wel een zwak voor mensen die zorgen voor de eigen oude dag. Door optimaal gebruik te maken van enkele voor iedereen beschikbare voordelen (zie voorgaande artikel) kom je op 450 duizend gulden aan (geïndexeerde) vrijstellingen van rente, dividend, spaarverzekeringen en aftrekbare koopsommen voor lijfrenten, die belastingheffing naar de toekomst verschuift. Dan resteert er nog 400 duizend gulden om ongeschonden over de fiscale horden mee te nemen naar de finish. Maar hoe? Er zijn verschillende wegen.

De waardegroei van een eigen huis is een sterk punt. Het verschil tussen aan- en verkoopprijs is onbelast. De koper moet er daarom aan denken dat zijn bezit ook een belegging is: het moet later voor meer verkocht worden. De winst hangt af van inflatie, ligging en kwaliteit en de markt voor bepaalde woonhuizen. De inflatie kan de koper niet beïnvloeden, ligging en kwaliteit wel. De markt ligt wat moeilijker: onroerend goed verhandelt niet zo snel als een pakketje aandelen, gekocht op een dieptepunt en verkocht op een hoogtepunt.

Om aan de gewenste 8 procent te komen moet de prijs in tien jaar tijd verdubbelen; een woning van 200 duizend gaat naar 400 duizend gulden. Dat kan. Een huis van 40 duizend gulden gekocht in 1964 bracht in 1977 zonder veel moeite twee ton op. Een rendement van bijna 13 procent. Zo'n periode kan best weer een of meer keren voorkomen in de komende veertig jaar. Daarom past onroerend goed in de strategie. Als de opbrengst uitkomt op twee ton, tussen het dertigste en zestigste levensjaar, moet er nog evenveel verdient worden om de gewenste 850 duizend binnen te halen.

Dat lijkt niet moeilijk. Immers koerswinst op effecten, alle beleggingsvormen waar het risico van koersverlies aan kleeft, is onbelast. Bekende effecten zijn: (converteerbare) obligaties, aandelen, opties en warrants. De toepassing hangt natuurlijk af van het tij op de beurs. In veertig jaar kan er van alles gebeuren.

Hoe schuif je de in dit en andere artikelen beschreven vormen op de juiste manier in elkaar? Dat hangt af van persoonlijke en financieel-economische omstandigheden. Los daarvan bestaat een soort rode draad die er op dit moment als volgt uitziet.

Gebruik de 1.000 gulden rentevrijstelling en begin met sparen op een rekening met de hoogste rente. De faciliteit van vrije opname, die de rente drukt, doet in deze opzet niet ter zake. Dit is voor de lange termijn. Na circa drie jaar ligt de rente per jaar boven de 1.000 gulden. Het spaarsaldo gaat naar een mooie combinatie van aandelen en opties om gebruik te maken van de dividendvrijstelling van 1.000 gulden per jaar.

De lege spaarrekening wordt weer gevuld met 300 gulden per maand en de dividenden, optiepremies en wellicht verkochte aandelen. Is die rekening fiscaal vol, dan kan men overwegen een spaarverzekering voor 15 jaar af te sluiten met een hoge (denk aan de 8 procent) gegarandeerde rente en een uitkering van 50 duizend gulden, de maximale vrijstelling.

Tegen die tijd, na een jaar of tien, is het wellicht tijd voor de koop van een eigen huis. Wanneer alles volgens het 8%-plan verloopt, zit er tussen de 55 en 60 gulden in kas. Die gaat in dat huis om te groeien. De spaarverzekering-vrijstelling van nu (straks meer) 220 duizend per persoon dient om de hypotheek af te lossen.

Misschien is het beter om het spaar- en aandelensaldo intact te laten, want iedere onderbreking kost vrijstelling. Zo moet ieder voor zich een pad uitstippelen. Dat kan heel geleidelijk en toegespitst op de persoonlijke voorkeur. Voorwaarde is wel dat men alle spaar- en beleggingsvormen van te voren goed kent en weet wanneer het de juiste tijd is om te kopen of verkopen. Eén miljoen in veertig jaar is dan haalbaar!

(slot, voorgaande artikelen 27 februari, 6 en 13 maart)