Nare smaak

Het restaurant heet In de Hongaarse Herberg en is gevestigd aan de Overtoom in Amsterdam.

Men serveert er gerechten als de Puszta Schnitzel, Boeuf Budapest en Gulyás met rijst. Het zigeunerorkest (viool, gestreken bas en cimbaal) brengt daarbij de vereiste melodieën van weemoed en verlangen ten gehore, hoewel het ook niet terugdeinst voor Hava Nagila, Shalom Aleichem, een selectie uit de musical Anatevka en een werkje van Strauss. Men zou, kortom, denken dat hier reeds decennia lang in muzikaal en culinair opzicht het archetypische Hongaarse heimwee heerst.

In het telefoonboek is het etablissement echter nog niet te vinden. Nu ja, het adres en het telefoonnummer staan er wel in, maar men dient te zoeken onder een andere naam: Joegoslavisch restaurant Zagreb. Nog slechts luttele maanden geleden besloot de eigenaar de bakens te verzetten. “Het liep niet meer”, zegt onze ober ter verklaring. “Joegoslavisch, hè? De mensen gaan niet meer gezellig een avondje Joegoslavisch eten. Dat ligt niet aan het eten, maar aan de naam. Joegoslavië liet een nare smaak achter.”

De drie mannen die nu aan een belendend tafeltje plaatsnemen, horen er danig van op. Ze zijn Kroaten, dat valt althans af te leiden aan de grimmige pret waarmee één van hen in het Engels vraagt of er grilled Serbian op het menu staat. Blijkbaar verkeren ze in de veronderstelling dat het restaurant nog steeds Joegoslavisch is. Als is uitgelegd hoe de vlag er sinds kort bijhangt, nemen ze daarmee tandenknarsend genoegen. Maar is er dan ook geen slivovitz meer? De ober gaat kijken. Ja, ze hebben geluk, er stond nog ergens een fles met een staartje erin. Ook vindt hij in de kelder nog een paar flessen Joegoslavische wijn, maar als het de heren niet ontrieft, moeten ze wel eerst even proeven - die flessen liggen er al zo lang dat ze misschien niet meer goed op smaak zijn. Dat blijkt mee te vallen. En hoe moet dat nu met het zo drastisch gewijzigde menu? Daar is niets aan te doen; weliswaar blijkt de kok dezelfde taal te spreken als de drie mannen, maar hij heeft alleen Hongaarse spijzen in de aanbieding. Gulyás dan maar.

De volgende dag vragen we ons af hoe het dezer dagen andere Joegoslavische restaurants vergaat. Ik bel Sarajevo in de Frans Halsstraat. Het bestaat nog. “Maar beter niet schrijven meneer”, zegt de stem aan de telefoon. “Geeft alleen problemen.”