Mária van Veen, voorzitter van de Vrouwenbond FNV; "Veel mannen leiden een schizofreen leven'

Mária van Veen (42) treedt binnenkort af als voorzitter van de Vrouwenbond FNV. Acht jaar lang bekleedde zij deze functie. Zij kreeg de reputatie van een gedreven behartiger van de belangen van vrouwen. Vaak moest zij tegen de stroom inroeien, zowel binnen als buiten de FNV. Wat werd wèl en - vooral - wat werd niet bereikt? Een interview met een vrouw die de confrontatie niet schuwt.

"Ik kom net van Kok af', zijn de eerste woorden van Mária van Veen tegen een zaaltje met FNV-dames in Arnhem. Het is de middag van 8 maart, de internationale vrouwendag. Vrolijk gelach is haar deel, want ook een gezonde vakbondsvrouw deinst niet terug voor enige dubbelzinnigheid. Maar zó had Mária van Veen het niet bedoeld en ze begrijpt de oorzaak van de hilariteit dan ook niet. ""Heb ik iets raars gezegd?'' reageert ze verbouwereerd, en dan stort ze zich meteen weer in het vuur van haar betoog.

Razendsnel uitgesproken mededelingen op een toon van verontwaardiging. De zaal wordt stil. Ze gesticuleert, roept, veroordeelt. Gedreven en onvermoeibaar. Als ik haar een paar dagen later thuis opzoek, klaagt ze over spierpijn in de schouders - de tol van een loodzware werkweek. Maar vervolgens praat ze urenlang over haar werk en over zichzelf zonder een spoor van een inzinking. ""Zo'n gesprek is na zulke drukke dagen eigenlijk wel ontspannend.''

Hoe was het bij Kok?

""Ik werd er een beetje treurig van. Hij had niet veel te zeggen. We waren met een brede delegatie uit de vrouwenbeweging en we legden hem een aantal verlangens voor op het gebied van inkomensverbetering voor vrouwen en de combinatie van arbeid en zorg. Er is geen geld - daar kwamen zijn antwoorden steeds op neer. Terwijl wij hem juist probeerden duidelijk te maken dat er meer geld komt naarmate de arbeidsparticipatie van vrouwen toeneemt. De afgelopen jaren heeft de regering al geld kunnen uitsparen aan kostwinnerstoeslagen juist doordat vrouwen vrij massaal de arbeidsmarkt zijn opgegaan.

""Kok kon nog niet eens over zijn lippen krijgen dat de 300 miljoen gulden, die onder deze regering eindelijk aan kinderopvang wordt gegeven, een terechte uitgave is. Die post staat nu weer ter discussie en we hadden daarom zo graag op dit punt voor de toekomst zijn steun gehad.''

Wat stemt u?

""Ik heb altijd gekozen tussen PvdA en links van de PvdA. Ik ben een zwevende kiezer. Ik beoordeel de partijen op wat ze voor vrouwen doen. Onze bond richt zich op vijf partijen: VVD, CDA, D66, PvdA en Groen Links.''

Wat hebben de vrouwen in deze regeerperiode kunnen bereiken?

""Dat er eindelijk geld voor de kinderopvang is gekomen. Daar hebben we zeven jaar voor geknokt. Bovendien is het zwangerschapsverlof van twaalf naar zestien weken uitgebreid, al voelde Ter Veld daar niet veel voor. Er is ook een wet op het ouderschapsverlof gekomen, maar daar zijn we niet enthousiast over.

""Nederland is wereldkampioen in het schrijven van fraaie emancipatienota's. In die nota's worden de taal en zelfs de analyses van de vrouwenbeweging overgenomen, maar daarbij blijft het. Men slaagt er onvoldoende in om het in conreet beleid om te zetten. Men ziet wel dat het profijtelijk is dat zoveel vrouwen de arbeidsmarkt zijn opgegaan, maar toch wil men niet de oude structuur van het kostwinnersmodel loslaten. Mannen en vrouwen moeten het maar individueel oplossen. Aan de keukentafel. Maar daar los je de structurele belemmeringen niet op. De belemmeringen die ingebakken zijn in de inrichting van onze arbeidsorganisaties en ons sociale zekerheidsstelsel. Heel trots wijst men op de toename van de arbeidsparticipatie door vrouwen....''

Die is toch ook gegroeid?

""Je moet achter de cijfers kijken. Wat houden ze in? In welk soort banen zijn die vrouwen terechtgekomen? Hoe is de waardering van die arbeid? Wat zijn de promotiekansen?''

Uit het blote hoofd: ""De participatiegraad van vrouwen op de arbeidsmarkt is inderdaad gestegen: in 1975 had nog maar 32 procent een betaalde baan buitenshuis, nu is het 55,5 procent tegen 81,6 procent bij de mannen. Er zijn 2,5 miljoen vrouwen buitenshuis werkzaam. Maar nu komt het: in totaal werkt 62 procent van alle buitenshuis werkende vrouwen in deeltijd tegen 15 procent van de mannen. Eén miljoen van deze buitenshuis werkende vrouwen werkt zelfs minder dan 25 uur - wat te weinig is voor economische zelfstandigheid. Dat betekent dat ze niet in staat zijn om 70 procent van het sociaal minimum te verdienen. Toch moeten een half miljoen vrouwen-zonder-partner van vooral vijftig jaar en ouder daarvan zien te leven.

""Kortom, de werkgelegenheidsgroei voor vrouwen zit 'm vooral in de kleine deeltijdbanen van minder dan 15 uur en van 15 tot 24 uur. In Europa is Nederland koploper wat betreft de kleine deeltijdbanen. Een derde van alle deeltijdwerkneemsters heeft een contract van minder dan 10 uur per week.''

Veel vrouwen hebben het dus financieel moeilijk?

""Er is veel stille armoe onder vrouwen. Op mijn spreekbeurten zeg ik altijd tegen de jongere generatie, dat het lot van de oudere generatie een waarschuwing voor haar inhoudt. Kijk eens naar de enorme pensioenbreuk voor herintredende vrouwen: ze houden weinig over als ze ophouden met werken. Helemaal onderaan de ladder staan de allochtone vrouwen, ook de tweede generatie met een redelijke opleiding. Ze krijgen gewoon geen kansen, er is pure discriminatie op de arbeidsmarkt. De werkloosheid onder hen beloopt de zestig procent. Toen de eerste allochtone vrouwen hun opleiding op de vrouwenvakschool achter de rug hadden, zeiden ze: eindelijk niet meer de schoonmaak in. Maar het lukt meestal niet. Het is opvallend hoe tegenwoordig het vuile werk weer aan Turkse en Marokkaanse vrouwen gegeven wordt.''

Ze staat aan het hoofd van de Vrouwenbond FNV, met negenduizend leden een kleine bond in dat grote vakbondsbolwerk. De Vrouwenbond komt vooral op voor vrouwen die onbetaald werk (huishoudelijke arbeid, vrijwilligerswerk) verrichten, voor degenen die willen herintreden op de arbeidsmarkt en voor vrouwen met geen of slechte arbeidscontracten, zoals oproepkrachten en thuiswerksters.

We praten over het boek "Fabrieksgeheimen' van Mirjam Elias over "De Industriebond FNV en het misverstand der seksen'. Daarin worden onthutsende voorbeelden gegeven van de bejegening van werkneemsters door mannelijke collega's. Bij Philips kregen ze condooms op de rug gespeld, bij de Hoogovens moeten ze "twee keer zo goed zijn als de man' om zich te handhaven. En ook in de bedrijfsledengroepen - vaste kern van vakbondsmensen in een bedrijf - moeten ze knokken.

""Vreselijk'', zegt ze. ""Dat soort vernederingen, zoals met die condooms, blijft het ergst. Daar kun je vrouwen het meest mee onderuithalen. Geen zakelijke strijd aangaan - dat vooral niet.

""Er zal ook in de vakbeweging een cultuuromslag moeten plaatsvinden. In de omgangsvormen in de breedste zin. In het hoofdkantoor van de FNV zijn de veranderingen al voelbaar omdat er veel vrouwen zijn komen werken. Maar je kunt je niet voorstellen hoe het is om met één of twee vrouwen in een bouwkeet te zitten, of in de haven, waar de mannen de normen bepalen.''

Wat heeft u er als bondsvoorzitter zelf van gemerkt?

""Ik sta niet toe dat iemand mij zó behandelt, dan is het meteen oorlog. Ik heb mijn ogen en oren goed open en ik reageer meteen. Ik hoef me niet op een krampachtige manier te handhaven. Je moet het wel met enige humor zien te redden, omdat je anders te zuur wordt. Ook bij ons is het immers steeds weer knokken voor de vrouwenbelangen die meer met de mond dan met daden worden beleden. Ik voel me binnen de FNV voldoende serieus genomen, maar dat komt ook omdat ik een bezoldigd bestuurder ben. De onbezoldigde vrouwen van de Vrouwenbond die op districtsniveau actief zijn, hebben het tegen die bezoldigde, mannelijke bestuurders veel moeilijker. Zij moeten echt knokken.''

Maar hangt die Vrouwenbond van u er niet een beetje bij? U strijdt immers vooral een principiële strijd. U kunt niet deelnemen aan CAO-onderhandelingen. Er gaan al stemmen op binnen de FNV om de Vrouwenbond maar op te heffen.

""Emancipatie is uit. Dat is een trend van de laatste twee jaar. Het is nog wel nodig, vindt men. Maar het kan ook wel zonder de Rooie Vrouwen en zonder de Vrouwenbond, en de Riaggs kunnen de hulpverlening aan vrouwen wel overnemen. De vakbeweging is heus geen paradijs in de samenleving, ze weerspiegelt wat er gaande is. En inderdaad tel je in de vakbeweging pas echt mee als je over CAO's mag onderhandelen. Hoe groter de CAO, hoe belangrijker je wordt. Daar moet ik wel om lachen.

""Lodewijk de Waal, toen nog voorzitter van de Dienstenbond FNV, heeft onze opheffing gesuggereerd. Daarbij zal het niet blijven, vrees ik. Het is kwalijk en enorm kortzichtig. Wij laten ons niet door Lodewijk de Waal terug naar de poef sturen. Laat ik héél duidelijk zijn: er is, buiten de Vrouwenbond, niemand die beslist over het bestaansrecht van die bond. Als de FNV de subsidie zou intrekken, gaan we als een pure vrijwilligersorganisatie door, zoals zoveel vrouwenverenigingen.

""Maar de FNV laat de Vrouwenbond niet vallen. De FNV heeft baat bij ons, het is goed voor haar imago. Onze successen met de vrouwenvakscholen en met de strijd voor een rechtvaardiger Nabestaandenwet zijn ook voor de FNV voordelig. Wij zijn weliswaar een kleine, armlastige organisatie, maar de leden hebben een grote betrokkenheid. Van de kleine bonden hebben wij de meeste invloed, zowel binnen als buiten de FNV. Het gaat niet meer alleen om CAO-onderhandelingen, als bond moet je ook een rol spelen in de discussie over arbeidsvraagstukken en over de sociale zekerheid.

""De ILO, de internationale arbeidsorganisatie, heeft op basis van allerlei trends berekend dat het nog 475 jaar zal duren voordat vrouwen op allerlei plekken zitten waar de economische en politieke macht wordt uitgeoefend. 475 jaar! Wat ouwehoeren ze dan nog in de vakbeweging over het bestaansrecht van de Vrouwenbond?''

Wat bewoog destijds een jonge, ambitieuze vrouw om zich in die nogal saaie, naar verschaalde sigarerook ruikende vakbondswereld te storten?

Ze begint over haar jeugd te vertellen. Ze is een van de acht kinderen van een Curaçaose moeder en een Nederlandse vader. Op Aruba en Curaçao groeide ze op. Haar vader, een personeelschef, was actief in het vakbondswerk. Na de MMS trok ze op haar achttiende naar Nederland om de Sociale Academie in Breda te volgen.

""Ik kende Nederland nauwelijks. Thuis spraken we wel Nederlands en we lazen de Volkskrant, maar het is heel anders om hier te leven. Ik vond de mensen nogal chagrijnig. Ik kan er nog steeds moeilijk tegen als mensen zich niet even verontschuldigen als ze je bijvoorbeeld per ongeluk hebben aangestoten. Maar ik heb me inmiddels aangepast. Aanvankelijk heb ik erg terugverlangd naar de Antillen, maar dat werd minder toen na anderhalf jaar ook de rest van het gezin naar Nederland overkwam.

""Ik kwam in 1968 op de Sociale Academie. Men stuurde die Antilliaantjes maar naar het zuiden, omdat ze anders in aanraking kwamen met de boefjes in het westen. Nou, hoe het op die Sociale Academie toeging, daar is de vakbeweging heilig bij. De jongens oefenden een ware terreur uit. Als je niet tot de marxisten behoorde, telde je niet mee. Ik mocht bij acties nooit het woord voeren van de leiders, want daar vonden zij zichzelf veel beter in - ik was te emotioneel.

""Ik heb in die tijd erg veel moeten verdragen aan opmerkingen over mijn uiterlijk en mijn temperament. Zigeuner, scholden ze. Ik maakte me op, want ik vond het leuk om er aardig uit te zien. Ik hield die jongens af, bij iedere toenadering van mannen dacht ik: zal wel geen zuivere koffie zijn. Maar ik liet me nooit in de hoek drijven. Als een jongen in een groep een al te vervelende opmerking maakte, trapte ik hem gewoon voor zijn schenen.

""Met een zus en een vriend heb ik in 1969 in Breda een afdeling van "Dolle Mina' opgericht. Zo kwam ik in aanraking met werkende jongeren. Bij hen voelde ik me veel meer op mijn gemak. Ik moest voor werkende meisjes een verhaal houden. Na afloop begonnen ze me vreselijke verhalen te vertellen over het werkklimaat in de confectie-ateliers. Ik dacht meteen: daar wil ik wat aan doen.''

Ze ging voor de KWJ (Katholieke Werkende Jongeren) werken, en kwam tenslotte via banen bij de gemeente Tilburg en de Hollandse Beton Groep in de top van de Vrouwenbond FNV. ""Ik werd in 1984 onbezoldigd vice-voorzitter op verzoek van de toenmalige voorzitter, Karin Adelmund.''

Ik leg haar een citaat voor uit een recente column van Dorien Pessers in de Volkskrant: ""De ergste mannen bevinden zich in de top van de politiek, de ambtenarij, het bedrijfsleven en het vrije beroep (...) Gestoken in grijze of blauwe uniformen, dragen ze uniforme brillen en uniforme aktentassen, spreken ze een uniforme taal, houden ze er uniforme ambities op na en lijden ze aan een uniforme onderlinge afgunst.'' Herkent zij dat beeld in de vakbeweging?

""Die grijze-pakkencultuur, ja. Een groot deel van de mannen heeft zich daar ook bij ons nog niet aan onttrokken. Toch is het beeld dat Dorien Pessers schetst, te veel een persiflage. Ik vind het te scherp. Met zo'n benadering krijg je zelfs de mannen die van goede wil zijn, niet meer mee. Ik probeer mannen ook persoonlijk aan te spreken, los van de groep waarin ze dat gedrag vertonen.''

Waarom vertrekt u binnenkort als voorzitter van de Vrouwenbond?

""Ik heb het inmiddels acht jaar gedaan. Acht jaar taaie strijd. Je moet steeds al je overtuigingskracht inzetten. Ik ben nog niet uitgeblust, maar toch is het goed als er een frisse kracht komt. Ik ga naar het dagelijks bestuur van de Voedingsbond, waar ik land- en tuinbouw in mijn portefeuille krijg. Ik vind het wel prettig om een tijdje geen voorzitter te hoeven zijn.''

Een constante in haar artikelen en toespraken: het verwijt aan het bedrijfsleven dat het vrouwen en mannen te weinig mogelijkheden biedt voor het combineren van betaalde arbeid en zorgtaken. ""Ondernemingen kunnen zeer inventief zijn als het gaat om vernieuwing van hun produkt, maar hier houdt hun inventiviteit op. De mannelijke norm om full-time beschikbaar te zijn, overheerst - vooral in sectoren waar weinig vrouwen werkzaam zijn. In dit land worden ondernemingen helaas nog voor meer dan 90 procent door mannen geleid. Dat zijn kennelijk mannen die zich totaal geen zorgen maken over wat er op het thuisfront gebeurt. Aan de mantelzorg - de onbetaalde hulp aan zieke familieleden, vrienden en buren - hebben ze al helemaal geen boodschap. Veel mannen leiden eigenlijk een heel schizofreen leven.

""Hèt vraagstuk van de komende tien jaar is: hoe kunnen we het aandeel van de mannen in de totale zorgarbeid vergroten? Dus niet alleen de zorg voor kinderen, maar ook de mantelzorg. Er is nu een beleid waarbij de vrouwen worden aangespoord om de arbeidsmarkt op te gaan, maar tegelijkertijd blijft de verwachting dat ze ook al die andere zorgtaken op zich nemen. Vrouwen kunnen dat steeds moeilijker opbrengen.

""Ik zie het om me heen. Bij iedere vergadering van de Vrouwenbond zijn er drie vrouwen in het bestuur afwezig omdat ze aan mantelzorg moeten doen. Er is altijd wel een ziek kind of een zieke ouder die geholpen moet worden. Waarom hoor ik die verhalen nooit als ik met mannen in de bond zit te vergaderen? Vrouwen nemen het leeuwedeel van de onbetaalde arbeid voor hun rekening. Dat geeft ze een heel ongelijkwaardige positie.

""Als ik zo'n Hillen van het CDA in Het Capitool hoor, dan denk ik: man, waar blijf je nu zelf? Hou toch eens op met dat hypocriete gedrag. Ja, hij werkte zeven dagen per week, en hij had het allemaal zo fijn met zijn vrouw doorgesproken, maar het had geen enkele consequentie voor hemzelf. Hij is het prototype van die mannen die alles in de schoenen van de vrouw schuiven. Hij zou tegen zichzelf moeten zeggen: wat ben ik toch een zàk.

""Het verhaal van Brinkman over de zorgzame samenleving maakt me ook woest. Hij doet net alsof mensen niet meer bereid zijn om voor elkaar te zorgen. Maar uit onderzoek blijkt dat de zorg voor de familie nog op een zeer hoog niveau staat. In de Nederlandse gezinszorg worden 55 miljoen betaalde uren gewerkt. De informele zorg is 400 miljoen. Bijna acht keer zoveel! En een groot deel van die informele zorg geschiedt door vrouwen.

""De vrouwen in onze bond krijgen brieven van verzorgings- en verpleeghuizen of ze vanwege de bezuinigingen niet wat meer hun familie willen opvangen. Wie krijgen dus de rekening gepresenteerd? De betaalde vrouwen in de thuiszorg, de wijkverpleegkundigen, die nu vijftien visites op een ochtend moeten afleggen. Plus de vrouwen wie gevraagd wordt het onbetaald te doen.

""Bij vrouwen voltrekken zich grote veranderingen. Tien jaar terug werkte slechts 13 procent van de vrouwen met een kind onder de vier jaar; nu is dat 40 procent. Helaas trekt na het tweede kind 80 procent zich van de arbeidsmarkt terug. Dan kunnen ze het niet langer combineren, wat te maken heeft met de slechte schoolkinderopvang. Bedenk daarbij dat mannen de afgelopen tien jaar maar twee uur per week méér in het huishouden zijn gaan doen.

""Toch is er ook aan het mannenfront beweging. De FNV vond bij een onderzoek dat 60 procent van de mannen korter zou willen werken, en zeker als hun partner daardoor meer kans op de arbeidsmarkt zou krijgen. In die huishoudens ontstaat gedonder, omdat ook daar de vrouwen zitten die willen herintreden. Ze zijn boven de veertig, hebben voor hun kinderen gezorgd en merken nu dat de arbeidsmarkt is afgegrendeld. Het zijn zeer gemotiveerde vrouwen, maar ze kunnen meestal hooguit een tijdelijk contractje krijgen - een klap in hun gezicht, die leeftijdsdiscriminatie.

""Dan merk je hoe weerbarstig het maatschappelijk systeem is. Een werknemer bij Hoogovens wil in deeltijd gaan werken, maar zijn voorman draait het na een jaar terug. De strijd rond de deeltijdbanen zal heel belangrijk worden. De positie van de deeltijdwerker moet verstevigd worden, zodat hij niet zijn promotiekansen hoeft op te offeren. Deeltijd mag nooit betekenen: slechtere arbeidsvoorwaarden.

""Er moet een combinatie komen van regelingen die de zorgtaken voor kinderen, ouderen en zieken betreffen. In 52 procent van de CAO's zijn al afspraken over kinderopvang gemaakt, dat was vijf jaar geleden nog ondenkbaar. Het is ook van groot belang dat er voor langere tijd betaald ouderschapsverlof komt. De ambtenaren hebben dat al, nu de marktsector nog.

""Ik heb het laatst nog tegen Rinnooy Kan gezegd: we zullen naar een heel andere arbeidssamenleving toe moeten. Een systeem waarbij de mensen eventueel tot hun zeventigste kunnen blijven werken, maar in bepaalde perioden van hun leven - als ze voor anderen moeten zorgen - ook korter kunnen werken. Dit moet gerealiseerd worden via collectieve arbeidstijdverkorting in combinatie met deeltijdbanen.''

Stel, vraag ik haar, dat u verliefd wordt op een man die van u verlangt dat u uw werk op een lager pitje zet om voor uw kind te zorgen - zou u dat accepteren?

Gedecideerd: ""Dat kan niet bij mij. Ik zou mezelf verloochenen. Zodra een man dergelijke dingen zegt, is mijn verliefdheid op slag over. Ik ben wel een romantica, maar ik heb tegelijkertijd enige nuchterheid. Ik heb al als meisje nooit het beeld gekoesterd van de prins op het witte paard, de man die voor me zorgde. Ik moet voor mezelf zorgen - dat gevoel heeft altijd sterk overheerst. Dat komt ook doordat mijn vader onze ambities probeerde aan te wakkeren. Hij vond het belangrijk dat we leerden en iets wilden bereiken in het leven.

""Mijn moeder heeft zelfs laten blijken dat ze geen kinderen meer zou nemen als ze het kon overdoen. Ze is dol op ons, maar ze praat nog altijd over de tijd dat ze als jonge vrouw zulk leuk werk had in de Kamer van Koophandel op Curaçao. Maar ze werd verliefd op mijn vader en binnen negen maanden was het gedaan. Zo is het zoveel vrouwen vergaan. Toen ik tot voorzitter werd gekozen, zei ze: "Daar had ik ook kunnen staan'.

""Ik heb vijf jaar samengewoond en mijn partner deed van alles in huis. Hij kookte en hij stofzuigde. De strijd ging meer over de normen. Ik ben nogal een Pietje Precies, en ik vond dus dat het vaak moest gebeuren. Ik heb in Tilburg in een huis met vijf mannen en twee vrouwen gewoond. Daar heb ik ook altijd bepleit dat het huis iedere week werd schoongemaakt. Ik baalde van al die studententehuizen waar het één grote varkenskot is.

""Ik woon alleen, maar ik voel me niet eenzaam. Ik onderhoud een goed georganiseerd sociaal netwerk met veel waardevolle mensen. Ook dàt laten mannen vaak te veel aan hun vrouw over. Als ze in de WAO komen of met pensioen gaan, komen ze in de kou te staan.''