Lotgenoten; Een goede Rus is nooit tevreden

De snelle maar democratische hervorming van Rusland is mislukt. Wat in augustus 1991 nog een doorbraak leek, is weggezogen in een moeras van conflicten tussen president Jeltsin en het parlement van Roeslan Chasboelatov. Steeds algemener wordt intussen het idee dat de democratische Russische burger helemaal niet kan bestaan. Die conclusie is niet nieuw. Al in de jaren twintig werd de basis gelegd voor het euro-azianisme, een eclectisch soepje van emoties en fantasieën, dat nu weer opbloeit. Tegen de tsaar, tegen de bolsjewieken, tegen de democraten en tegen de slavofielen. Het grote trefwoord van de euro-aziaten is "de staat', een machtig begrip dat vele Russische harten sneller doet kloppen.

De vrolijke Russische vrachtwagenchauffeur en Mongoolse veeboer in zijn tent begrijpen elkaar. Ze hebben elkaar toevallig ontmoet. De Russische trucker is achter het stuur in slaap gevallen en in de sloot gereden. De veeboer is hem te hulp gekomen. De conversatie verloopt aanvankelijk moeizaam. De Rus is bang voor de Mongool, de Mongool op zijn beurt vindt de Rus maar een rare druif. Bovendien spreken ze elkaars taal niet. Maar dat blijkt onbeduidend. Ze beleven in de steppen van Azië uiteindelijk toch hetzelfde.

De Russen uit Europa zijn hier de boel op hun manier een beetje aan het moderniseren. De chauffeur kent dat proces. Hij zag het vanuit zijn cabine. De Mongool in zijn tent weet niet eens dat er zoiets gaande is. Als ze in de grote stad komen, de één per auto en de ander op z'n paard, en daar geconfronteerd worden met liederlijke drank en wereldlijke vrouwen komen beide milieus samen. Na deze spoedcursus modern materialisme keren ze terug naar de steppe. De Rus in de onvermijdelijke staat van alcoholische ontbinding, de Mongool met een Japanse televisie omdat hij denkt dat het zo hoort. Eenmaal thuis in de tent onderkennen beiden het misverstand. In deze eindeloze ruimte voelen ze dat vooruitgang er nauwelijks toe doet. De Rus beseft dat de stad een anomalie is. De Mongool realiseert zich dat die stomme televisie hem opzadelt met Amerikaanse tinnef, die even boeit maar uiteindelijk niets met het leven te maken heeft.

De film Oerga, prostrantsvo ljoebvi (Oerga, ruimte van liefde), die deze ontmoeting in beeld brengt, is een belangrijk document. Oerga (de oude naam van Oelan Bator) is amper een jaar oud, maar de Russische cineast Nikita Michailkov borduurt voort op een oude traditie. Zijn film reflecteert het gedachtengoed van een der hardnekkigste politiek-culturele stromingen in het twintigste-eeuwse Rusland: het euro-azianisme.

Haat en liefde

Oerga, prostrantsvo ljoebvi is in zekere zin een artistieke vertaling van het politieke programma van de euro-aziaten. ""De macht in het hedendaagse Rusland kan alleen die macht zijn, die in staat is aan te geven wat we liefhebben en wat we haten, die in staat is om de massa die haat en liefde in te prenten.'' Dat wil zeggen: ""Haat tegen die binnenlandse onderdrukkers die de nationale energie omzetten in bloed, verblinding en inhalig sektarisme. Haat tegen die buitenlandse vijanden die Rusland, in alliantie met deze binnenlandse onderdrukkers en gebruik makend van zijn slapte, willen onderwerpen aan Europa. Liefde in de eerste plaats voor het moederland, voor het Russische volk. En in de tweede plaats, niet minder belangrijk, liefde voor alle misdeelde volkeren van de wereld, de rode, de zwarte en de gele, die zijn geknecht en onderworpen aan het romaans-germaanse juk. De bevrijdersrol van Rusland in de wereld is niet beëindigd, ze is pas begonnen''.

Dit programma dateert weliswaar uit 1923, maar zeventig jaar later wordt er weer driftig uit geciteerd. Dat is niet verwonderlijk. Het euro-azianisme is een typisch crisisverschijnsel. Het komt op zodra de Russische staat op zijn knieën ligt. Want de staat is heilig in Rusland. Het euro-azianisme keert zich dan ook niet alleen tegen de huidige machthebbers, maar evenzeer tegen de vorige elite die het zover heeft laten komen. Het beschouwt zich als "derde weg'. De enige weg die Rusland kan en mag gaan, omdat de Russische staat Europees noch Aziatisch is. ""Eurazië is een unieke geopolitieke beschaving. De geopolitieke krachten van de geschiedenis, het klimaat, de topografie, de vegetatie en het ras, die het Russische Rijk en nu Sovjet-Rusland hebben gevormd, vormen een continentale euraziatische civilisatie'', aldus Pjotr Savitskij, een invloedrijke euro-aziatische filosoof die dertien jaar geleden als balling in Frankrijk stierf.

Dit betekende in de jaren twintig dat de euro-aziaten hun pijlen moesten richten op zowel de "rode' bolsjewieken als de "witte' tsaristen. De bolsjewieken, die in de eerste jaren na de Oktoberrevolutie nog redelijk zuiver in hun leer waren, dienden bestreden te worden omdat hun internationalistische opvatting over de klassenstrijd een uiting was van de Verlichting. Met de "witten' kon geen gemene zaak worden gemaakt omdat die zich, in hun nostalgie naar het gesneefde ancien regime, hadden verbonden met het "katholieke' Westen en zich bovendien in de burgeroorlog als "mislukkelingen' hadden geprestenteerd.

In de jaren twintig leidde dit specifieke "messianisme' tot een dubbelzinnige houding jegens de revolutie. Een houding die zich het best laat illustreren via de biografie van Dmitri Svjatopolk-Mirskij, een der voornaamste euro-aziatische denkers van zijn tijd. Deze in 1890 geboren zoon van een tsaristische minister binnenlandse zaken, streed in de burgeroorlog mee met de "witte' generaals. Na de nederlaag week hij uit naar Engeland. Gedreven door afkeer en haat jegens de Britse bourgeoisie werd hij daar in 1930 lid van communistische partij en twee jaar later keerde hij naar sovjet-Rusland terug om het "socialisme in één land' op te bouwen. In 1938 werd hij het slachtoffer van Stalins terreurcampagne in eigen gelederen en vlak voor de oorlog kwam hij om in de Goelag van Kolyma.

Universum

Anno 1993 begint exact dit schizoïde patroon zich te herhalen. Ook de hedendaagse euro-aziaten keren zich niet alleen tegen de "uitverkoop' die de "democraten' op touw hebben gezet maar evenzeer tegen het brezjnevistische bewind dat de ondergang van Rusland mogelijk maakte. Het euro-aziatische gedachtengoed is het afgelopen jaar daarom hét brandpunt geworden van hen die zich niet kunnen verenigen met de Westerse koers die de regering van president Boris Jeltsin vaart en zich evenmin kunnen vinden in een klassiek marxistisch wereldbeeld.

En dat zijn er, sinds het een jaar geleden begon met glasharde fascisten en stalinisten, steeds meer. Het spectrum begint zich namelijk te verbreden. Ook gematigde conservatieven en zelfs nationalistische democraten schuiven aan. Dat de meesten onder hen een verleden hebben in de communistische partij doet er weinig toe. Dat hebben bijna al hun tegenstanders in het "westerse' kamp immers ook.

Essentieel in het gedachtengoed van de radicale euro-aziaten is het unieke geografische karakter van het Russische Rijk, eenzesde van het totale aardoppervlak. Rusland is een "universum', zeggen deze euro-aziaten in navolging van Katherina de Grote. ""De Russische kosmos bestaat uit drie componenten: de ruimte van de kosmos, de sacrale en geestelijke kosmos, verbonden met het geheim van elke menselijke ziel, en de sociale kosmos. Het huidige conflict is niet alleen een conflict tussen het materiële en het geestelijke, het is een conflict tussen waarden, het is een conflict binnen de melkweg'', aldus Aleksandr Pochranov, hoofdredacteur van Den (De Dag) en een van de woeste ideologen van de beweging. ""Daarom zijn we nu nonconformisten. Maar we zijn er klaar voor om conformisten te worden, om superconservatieven te worden, geheel in overeenstemming met de natuur, met het moederland.''

Dat betekent volgens de politicoloog Vadim Sjtepa dat Rusland de bakermat moet worden van ""een conservatieve revolutie tegen de eigentijdse wereld''. Zij het nu niet tegen Europa maar samen met Europa. ""Conservatieve revolutionairen steunen de idealen van de traditie, de hiërarchie, het étatisme, het nationalisme alsmede van de innige band tussen grond en geest. Anderzijds hebben ze wel de ambitie om deze waarden in hun gehele omvang te herstellen. Ze zijn niet tevreden met het compromis. Daarom zijn ze revolutionairen. In principe interesseert de zogenaamde morele kant van het vraagstuk ons niets. Onze derde weg kan vernietigend zijn maar ook constructief, parlementair dan wel totalitair, elitair én massaal. Kort gezegd, het bevat alle varianten van linkse en rechtse ideeën'', aldus Aleksandr Doegin, een van de nijverste filosofen uit de radicale hoek, die zichzelf zonder omwegen "metafysicus' noemt.

Het bijzondere van deze stroming is dat haar nationalisme zich niet louter en en alleen baseert op raciale of etnische vooringenomenheid. Rusland is volgens de euro-aziaten namelijk eerst en vooral een "ruimte' die door de "staat' bijeen wordt gehouden. De euro-aziaten onderscheiden zich daarin van de pure "slavofielen' én de "westerlingen'. Voor de euro-aziaten is het Russische Rijk namelijk niet alleen het resultaat van de kerstening van Rusland (ruim duizend jaar geleden), het expansionisme van Ivan de Verschrikkelijke in de zestiende eeuw dan wel het rationalistische hervormingsbeleid van tsaar Peter en Katherina de Grote. Het is evenzeer de erfenis van Dzjengis Khan, die ""grote veroveraar en geniale bestuurder'', zoals prins Nikolaj Troebetskoj in 1921 schreef. De Tataarse "horden', die voor zowel de "westerlingen' als "slavofielen' nog altijd het grote schrikbeeld zijn, kunnen derhalve keurig hun eigen plaatsje in het palet innemen. Een Tataar als Sjamil Soeltanov mag in deze kring zijn partij meeblazen zolang hij van leer trekt tegen de ""decadente, hypocriete en atheïstische consumptiemaatschappij.''

Melancholie

Stelt dit allemaal wel iets voor? Of is het niet meer dan een achterhoedegevecht dat in de jaren negentig geen kans heeft, omdat Europa deze eeuw al genoeg traumatische ervaringen met de fascistische en stalinistische "levensruimte' heeft opgedaan? Aleksej Nalepin, historicus en uitgever van het Rossiskij Archiv dat zich de laatste jaren bezighoudt met de publikatie van het klassieke bronnenmateriaal dat in de sovjet-periode altijd ondergronds moest blijven, relativeert de betekenis vooralsnog. ""Het euro-azianisme is geen school. Het is een stemming, het is vooral een humeur dat reageert op de krach. Zoals het in de jaren twintig opdook als reactie op de ondergang van het Russische Rijk, zo komt het nu op als antwoord op het verval van de Sovjet-Unie. Euro-azianisme is vooral droefheid, melancholie. Het is geen realiteit''.

Maar Nalepin, de lichtvoetige "slavofiel', behoort tot de weinigen die de kracht van de euro-aziatische gedachte zo bagatelliseren. Hij gelooft heilig in de immanente traagheid van het maatschappelijke proces in zijn land.

In "westers' democratische kring windt men zich meer op. Sterker, daar wekt menigeen de indruk zich al bijna te hebben neergelegd bij de loop der dingen. De Historikerstreit over de vraag of de sovjet-macht nu een uitzonderlijke periode in de geschiedenis is geweest dan wel een radicale voortzetting van de Russische traditie met twintigste eeuwse middelen, lijkt in die kring al afgelopen voordat die goed en wel is begonnen.

Het somberste beeld over de kansen van de hervormers is onlangs geschetst door de "democratische' historicus en parlementariër Joeri Afanasjev. In het essay De oneigentijdse eigentijdsheid van Rusland betoogt hij: ""Het jaar 1917 heeft geen radicale en volledige verandering betekend. Als we vanuit een lange-termijnperspectief naar de Oktoberrevolutie kijken, dan blijkt 1917 een episode: een cataclysme, dat het sociale leven niet radicaal heeft veranderd maar de archaïsche en traditionele structuren juist heeft versterkt.'' ""Dat Rusland in 1917 heeft afgezien van een eigentijdse ontwikkeling was niet nieuw. Toen aan het begin van de zestiende eeuw Europa de weg insloeg van de secularisatie en zich afwendde van de mystiek en toverij, is Rusland doorgegaan zich te voeden met een absolute en totale staatswaarheid. Oog in oog met alternatieven heeft Rusland ook daarna altijd de weg van het traditionalisme gekozen'', aldus Afanasjev. ""We staan nu weer voor die keuze. Al voor de vierde keer proberen we het traditionalisme te boven te komen. Maar uitgaande van het feit dat in onze geschiedenis de vrijheid als categorie afwezig is, ben ik niet erg optimistisch, althans niet voor komende twintig tot dertig jaar. (...) Hyperinflatie, massawerkloosheid, verscherping van de nationale conflicten: dat alles stimuleert slechts een primitieve economie op regionaal niveau en op basis van ruilhandel, stimuleert dus machtsmisbruik, schending van de wet, zwakke instituties en corruptie.''

Andere intellectuelen in de "westerse' hoek laten zich de laatste maanden in vergelijkbare, hoewel minder wilde bewoordingen uit. ""Nergens en nooit heeft de politieke democratie zichzelf de overgang naar een markteconomie en privébezit als doel gesteld. Autoritarisme is in ons geval geen verlangen, maar helaas een objectief onvermijdelijke vorm van bestuur'', schrijft Vladimir Mezjoejev, lid van de Academie der Wetenschappen, deze week in het vakblad Voprisi filosofi (Vraagstukken der filosofie). Democratie is immers altijd het resultaat geweest van een burgerlijke economie, nooit omgekeerd.

Er zijn volgens de socioloog Igor Kljamkin daarom maar een paar alternatieven voorhanden. Herstel van de Sovjet-Unie, terugkeer naar het pre-communistische imperium dan wel de opbouw van een Rusland dat de rol op zich neemt van politie-agent in de hele voormalige Sovjet-Unie, het zal allemaal ""tot oorlog leiden''. ""En ik ben er niet van overtuigd dat de Russische Federatie deze oorlog zal winnen, waarschijnlijk integendeel. (...) We hebben hooguit een zeer minimale, zeer zwakke variant over voor een democratische marsroute. Er is nu alleen nog zo'n droeve realiteit als het Gemenebest van Onafhankelijke Staten''.

Moreel gelijk

Afanasjev, Mezjoejev, Klajmkin en de anderen, ze lijken het morele gelijk aan hun zijde te hebben. Ze spreken in onze taal onze angsten uit. Maar op de keper beschouwd, prikken deze "westerse' intellectuelen met hun benaderingswijze precies in de harde kern van het euro-azianisme. Of beter, ze gaan eigenlijk uit van dezelfde analyse als hun euro-aziatische tegenstanders. Ze verbinden er slechts andere doelstellingen aan. Zo zei de jonge nationalist Sergej Baboerin, een van Jeltsins serieuze opponenten die bovendien regelmatig in het euro-aziatische kamp bivakkeert, ruim een jaar geleden: ""Rusland is de voormalige Sovjet-Unie. De Russische Federatie is de vrucht van bolsjewistische experimenten, een onnatuurlijke formatie.'' ""Rusland is niet deze Russische Federatie. Rusland is het Russische Rijk dan wel zijn erfgenaam, de Sovjet-Unie'', zei de liberale econoom Otto Latsis hem een half jaar later bijna na.

De reden voor deze analytische lotsverbondenheid is tweeërlei. Ten eerste omdat het begrip natie niet van toepassing is op Russische volk. Ten tweede omdat beide intellectuele stromingen een vergelijkbare opvatting hebben over de rol die de intelligentsia dient te spelen.

Russen zijn eerst en vooral de onderdanen van een staat, beweren ook de "westerlingen'. ""De Russen hebben zich nimmer ontwikkeld tot een natie. Ze wisten nooit waar de grenzen van hun staat lagen en weten dat nog steeds niet'', aldus de schrijver Boris Vasilev. De historicus Joeri Artjomov, lid van een gematigd nationalistische organisatie, heeft het op een conferentie van de Gorbatsjov-stichting vorig najaar helder geformuleerd. ""In de geschiedenis van Rusland en het Russische volk heeft de staat altijd het nationale gedomineerd. Het Russische nationalisme heeft nooit een territorium als zodanig gehad, nooit een ideologie. Pas nu begint zich het proces te voltrekken waarin dit nationalisme zich formeert.''

Er is nu dus een ""nieuwe elite nodig'' om dit te verijdelen. Een elite ""die puur zal moeten zijn'', is zijn antwoord. Maar ongewild legt Artjomov hiermee vooral een vinger op de zere plek: namelijk op de tweede overeenkomst die de "westerlingen' en "euro-aziaten' verbindt. Met dat verlangen naar een nieuwe elite illustreert Artjomov dat ook de "westerse' intellectuelen nog altijd voortborduren op de manicheïstische traditie die de radicaal-conservatieven nu zo lustig exploiteren, met andere woorden, op een manier van denken waarin permanent zwart en wit dan wel goed en kwaad onverzoenlijk tegenover elkaar staan.

Staatsgreep

Het euro-aziatische denken sijpelt langzaam maar zeker naar het midden door, al is het in verdunde vorm. Dmitri Lichatsjov, een der meest gezaghebbende filologen van Rusland, heeft dat recent in het laatste nummer van het maandblad Novi Mir via een omtrekkende beweging erkend. ""Als het om de cultuur gaat, zijn er nauwelijks verschillen te vinden tussen het westerse Petersburg en het oosterse Vladivostok. Qua cultuur onderscheidt Rusland zich niet meer van het Westen dan Engeland van Frankrijk en Holland van Zwitserland. Juist hierin, en niet in een of andere gedachte, moet het huidige idee van Eurazië begrepen worden'', aldus Lichatsjov.

Tegen wil en dank geeft Lichatsjov zo keurig aan waarom het euro-aziatische denken niet genegeerd kan worden. Anatoli Loekjanov, voormalig parlementsvoorzitter ten tijde van Gorbatsjov en nu wachtend op zijn strafproces wegens zijn mogelijke betrokkenheid bij de staatsgreep van augustus 1991, heeft deze week in een interview met het liberale weekblad Novojo Vremja (Nieuwe Tijd) uiteengezet waarom de huidige "westerse" koers tot niets leidt. ""Deze euro-aziatische staat heeft altijd een eigen paternalistisch karakter gehad. Leiders hebben hier een eigen rol. Publiek bezit speelt ook een aparte rol. Parlementarisme, scheiding van machten en de rechtstaat: dit euro-aziatische superetnos heeft dat allemaal op zijn eigen manier opgekookt. Een westerse systeem bij ons is onnatuurlijk. Bij ons is de staat niet zoiets als een wet. De staat is een gebruik, een traditionele conceptie. Het recht is de belichaming van de politiek, van de staatspolitiek. Daaraan kunnen we ons niet onttrekken, dat had je verdomme toch niet gedacht''.

Wat je ook van zijn politieke opvattingen mag vinden, Loekjanov is geen idioot. Opiniepeilingen laten zien dat veel burgers daar net zo over denken. Bijna de helft van de bevolking meent dat het hele strafproces tegen de putschisten zelfs maar beter afgeblazen kan worden.

Dat zijn allemaal trends, vaak niet kristalhelder maar daarmee nog niet verwaarloosbaar. Want ook in de democratische kringen rond Jeltsin of de gematigd-conservatieve oppositie manifesteren ze zich. Jeltsin bijvoorbeeld spreekt over Rusland als "het universum', wil een sterke staat en heeft de Verenigde Naties een paar weken geleden opgeroepen hem aan te stellen als dé politieman in de hele voormalige Sovjet-Unie, een idee dat geheel tegemoet komt aan de wens van de buitenlandcommissie van de Opperste Sovjet nu eindelijk eens een Russische Monroe-doctrine te formuleren. Dat wil zeggen: voor Jeltsin is het huidige Rusland niet het echte Rusland.

Zijn vice-president Aleksandr Roetskoj, die weliswaar opponeert tegen het in zijn ogen te liberale beleid van Jeltsin maar desondanks tweede man mag blijven, is nog explicieter. De keuze gaat volgens hem tussen "eenheid' of "ruïne'. ""Het historische bewustzijn van de Russen zal niet toelaten dat wie dan ook de grenzen van Rusland automatisch gelijk stelt aan die van de Russische Federatie, dat wie dan ook weg zal nemen wat de glorieuze Russische geschiedenis heeft geschapen.''

En wat te denken van parlementsvoorzitter Roeslan Chasboelatov - de man die door alle "westerlingen' als dé kwaaie pier wordt gezien maar desondanks serieus moet worden genomen, al was het maar omdat hij succes op succes boekt - die een week geleden in zijn slottoespraak tot het Congres van Volksafgevaardigden eveneens de Russische snaar van trots beroerde? ""Wij hebben onze deuren geopend. Maar we hebben nog steeds geen serieuze conceptie over de samenwerking met het Westen. De heren Reagan en Bush, die uitstekende lieden en sympathieke politici, hebben Gorbatsjov en Sjevardnadze veel beloofd. Het resultaat: verval en ontbinding van de Comecon, van het Warschaupact en daarna ook van de Sovjet-Unie.''

Een paar dagen na deze uitsmijter van Chasboelatov zitten we ergens in Moskou aan de keukentafel. Met Oleg en Olga. Oleg beschouwt zichzelf als een "wereldburger', Olga als een "oosterse vrouw'. Het gesprek gaat al na vijf minuten niet meer over politiek. Dat is "klein geld'. Fjodor Dostojevski is het onderwerp en met name zijn romanfiguur Raskolnikov uit Misdaad en Straf, de verscheurde ziel die in deze roman een woekeraarster en haar zuster om het leven brengt. Niet uit vulgair winstbejag maar uit een ongearticuleerd idealisme. Volgens Olga is Raskolnikov een gewone crimineel. Maar volgens "kosmopoliet' Oleg is Raskolnikov een "vrije Rus', die de straf die de staat hem oplegt als vanzelfsprekend aanvaardt maar innerlijk eigenlijk geen wroeging kent.

Ziedaar de "emotie' van het euro-aziatische zelfbeeld. ""Het is een droom, zoals een man soms van een mooie vrouw op hoge hakken droomt, en als droom dus reëel'', aldus Aleksej Nalepin. Maar als Afanasjev gelijk heeft, kan die droom de Russische burgerij nog drie decennia uit de slaap houden. Niet voor niets is de vroeg twintigste-eeuwse aforist Vasili Rozanov dezer dagen weer razend populair. Zijn adagium luidt: ""Misschien is ons volk wel slecht. Maar het is ons volk. En dat is allesbepalend''.

Bronnen: Vasili Rozanov, Opstellen (Moskou, 1990); Nikolaj Troebetskoj, The legacy of Genghis Khan (Ann Arbor, 1991); Programma Euroaziaten d.d. 1923

Dagbladen en tijdschriften: Sovjetskaja Rossia, Izvestia, Pravda, Nezavisimaja Gazeta, Elementi, Rossia, Novi Mir, Nasj Sovremennik, Voprosi Filosofi, Novojo Vremja.