Kampementen...en campagne

IN 1968 VERBLEVEN er 43 personen in een rijkswerkinrichting, op 7 april 1973 werden er nog 12 geteld en dat is zo ongeveer het laatste wat er over is vernomen. Deze straf is geheel in onbruik geraakt (de inrichtingen zijn opgeheven) en in 1983 diende de minister van justitie het voorstel in om haar dan ook maar uit de wet te schrappen. En nu stelt premier Lubbers deze verslonsde strafsoort opeens model voor een verfrissend nieuwe aanpak van hardleerse jeugdige boefjes. Er is een inspirerender voorbeeld denkbaar.

Dat de categorie probleemjongeren groeit in tal en last en menige ouder doet klagen, is wel duidelijk. Het politiek signaal dat Lubbers als CDA-voorman eerder deze week in Almere gaf getuigde van dit besef. In de vervolgbrief die hij deze week als minister-president op verzoek van de afgevaardigde Wolffensperger deed toekomen aan de Tweede Kamer gaat het echter om de juridische en bestuurlijke merites. Op beide punten stelt het stuk van de premier teleur.

LUBBERS' benadering van de jeugdcriminaliteit - met name het gebruik van termen als "kampement' in Almere - doet denken aan de “short sharp shock” die de regering-Thatcher het afgelopen decennium in Groot-Brittannië heeft gepropageerd. De ervaringen zijn echter niet bemoedigend, zo werd onlangs nog weer in velerlei toonaarden vastgesteld tijdens de schokgolf die werd losgemaakt door de moord op de kleine James Bulger in Liverpool. Toch hield de Britse premier Major het erop dat “de maatschappij een beetje meer moet veroordelen en een beetje minder moet begrijpen”.

Wat is eigenlijk de tegenstelling tussen veroordeling en begrip? Laten we nu eens ophouden te doen alsof begrijpen gelijk staat met vergoelijken. Wel is het zo dat veroordeling zonder begrip een doel in zich zelf wordt en alleen maar averechts uitpakt. In een vraaggesprek met de Staatscourant merkte minister Hirsch Ballin (justitie) eerder dit jaar op dat “het agressieve en gewelddadige gedragspatroon van jongeren op een verharding duidt als gevolg waarvan de ander niet meer als mens wordt gezien”. Dit soort verschijnselen kunnen volgens hem alleen worden doorbroken “als mensen zich persoonlijk voor elkaar aansprakelijk gaan voelen”. Dit laatste is niet het punt waarop de rijkswerkinrichting zich heeft onderscheiden.

Het is ook de vraag of drugbestrijders blij moeten zijn met het voorstel van Lubbers minderjarigen de toegang tot gedoogde koffie-shops te ontzeggen. Deze overtreden nogal eens het verbod softdrugs te verkopen aan minderjarigen. Maar het kan toch ook niet de bedoeling zijn de opgroeiende jeugd naar de straat - beter gezegd: in de steeg en achter de bosjes - te drijven waar zij helemaal oncontroleerbaar is. Diverse gemeenten zijn bezig het regime voor koffie-shops te intensiveren, en dat is geen overbodige luxe. “Er valt te veel tussen het justitiële schip en de bestuurlijke wal”, klaagt de premier. Men zou zeggen: laat zijn kabinet daar eens iets aan doen.

IN BEIDE GEVALLEN is het grote gevaar dat Lubbers alleen maar een nieuw behangetje plakt over praktische problemen. Er is al een heel instrumentarium voorhanden. Dàt is niet het probleem, maar de benutting. Zo kent onze wet sinds 1929 de mogelijkheid naast de celstraf een boete op te leggen, zodat welgedane criminelen kunnen worden veroordeeld bij te dragen aan hun verblijf op staatskosten. Er is bovendien nieuwe "pluk ze'-wetgeving die zich uitstrekt tot de uit criminele winsten aangeschafte luxe huisinrichting.

Er zijn verschillende tekenen dat de criminele politiek onder Lubbers III bezig is een staccato te worden van verscherping van wetten en directieven waarbij de volgende niet wacht op wat de vorige eigenlijk uithaalt. Maar van zichzelf overschreeuwen is nooit iemand beter geworden.

... en campagne

EN ZO WERD dus deze week duidelijk wat het thema bij de komende verkiezingen zal zijn. Verkiezingen? Over veertien maanden wel te verstaan, maar de campagne is reeds in alle hevigheid losgebarsten. Het is te vergelijken met de valse start bij een zwemwedstrijd. Als één zwemmer voortijdig het water induikt, blijft de rest niet achter. Het beleid om de criminaliteit tegen te gaan, is zodoende veranderd in een veiling bij opbod. De kampementen van Lubbers, de resultaatscores voor de politie van de CDA-fractie, het initiatiefwetje van de VVD waarmee gedetineerden de rekening voor hun verblijf krijgen gepresenteerd, het aangescherpte softdrug-beleid van de PvdA, iedereen heeft opeens grote haast.

Het gaat om de ernst van het vraagstuk en niet om de verkiezingen, aldus Lubbers gisteravond voor de televisie. De man die een maand geleden zijn partijgenoot-ministers na politiek beraad in de CDA-top aanspoorde voor het einde van deze maand tien tot vijftien zeer aansprekelijke beleidsresultaten van kabinetsbeleid te formuleren. Bedoeld om tijdens de komende partijmanifestaties uit te dragen. De campagne is begonnen, maar mag alleen nog niet zo heten.

ER WORDT weliswaar geregeerd, maar vooral ook naar 1994 gekeken. Electoraal goed liggende ideetjes en wederzijdse plaagstoten beheersen van nu af aan het leven van de Haagse politici. Terwijl de oude bewoners van het huis nog moeten beginnen met inpakken, verdringen de nieuwe huurders zich ver voor de gesproken overdrachtsdatum bij de voordeur. Geen goed gesternte om een bezuinigingspakket van negen miljard gulden voor te bereiden. Elke stap zal van nu af aan worden beoordeeld in het licht van de komende verkiezingen. Gezien de huidige politieke verhoudingen kan dat haast niet anders dan leiden tot nerveuze en derhalve weinig daadkrachtige besluitvorming. De campagne is een jaar te vroeg begonnen. Daarmee dreigt voor het kabinet een verloren jaar.