In Amsterdam 200 cellen extra voor straatcriminelen

AMSTERDAM, 20 MAART. Amsterdam krijgt binnenkort tweehonderd extra cellen beschikbaar voor de zogenoemde straatcriminaliteit, zoals tasjesroof, inbraken in auto's en winkeldiefstallen. Politie en justitie beter zullen hierdoor in staat zijn de snelrechtprocedure toe te passen.

Dit is gisteren bekendgemaakt door de Amsterdamse hoofdofficier, mr. J. Vrakking, en hoofdcommissaris Nordholt. De extra celruimte ontstaat vooral door gedetineerden over te plaatsen naar huizen van bewaring buiten de hoofdstad. Op het ogenblik heeft Amsterdam de beschikking over zevenhonderd cellen. Vrakking noemde de uitbreiding van de cellen “enkele druppels op een gloeiende plaat'. Volgens de hoofdofficier zouden er vijf- tot zeshonderd extra cellen meer nodig zijn om het tekort werkelijk op te heffen.

De extra celcapaciteit zal vooral benut worden om het aantal heenzendingen van verdachten te beperken. Het gemiddelde percentage heenzendingen in Amsterdam is op dit moment ongeveer 40 procent. De cellen zullen vooral worden benut voor verdachten die voor snelrecht in aanmerking komen. Gedurende de komende paasdagen - waarbij traditioneel veel toeristen het slachtoffer worden van straatcriminaliteit in de hoofdstad - zullen rond de zeventig cellen beschikbaar zijn voor het toepassen van speciaal geplande zittingen van de politierechter waarbij snelrecht zal worden toegepast.

Hoofdcommissaris Nordholt nam de persconferentie te baat om uit te halen naar de Tweede Kamer. Vooral Kamerleden van het CDA moesten het daarbij ontgelden. Eerder deze week zei een CDA-woordvoerder dat de politie onevenredig veel tijd besteedt aan bureauwerk, waardoor de aanwezigheid op straat in het gedrang komt. Hoewel hij zei verheugd te zijn over de belangstelling voor de effectiviteit van het politiewerk, toonde de hoofdcommissaris zich “minder vrolijk” over de bron van de kritiek. “Dat komt dan uit de mond van parlementariërs die het er zelf jarenlang volstrekt bij hebben laten zitten door ons de middelen te onthouden”, aldus Nordholt.

Volgens de hoofdcommissaris doen de betrokken parlementariërs er goed aan eens een tijdje uit de Kamer te treden om eens rond te kijken wat er op dit moment zoal gaande is in de samenleving. “Ik denk daarbij aan de TUT, de tijdelijke uitreding. Ze worden dan pas weer herkozen als alles is uitgevoerd wat nodig is”, aldus Nordholt, die niet uitsloot dat een en ander wel eens tot een flinke opruiming onder de parlementsleden zou kunnen leiden. “Voor veel Kamerleden betekent het waarschijnlijk de DUT, dat staat voor definitieve uittreding”, aldus de hoofdcommissaris.