Humor bij cursus Consument en milieu

Consument en milieu, zondag, Ned.2, 19.18-19.33u.

'Milieu' is wel gedefinieerd als dat deel van de omgeving waarmee de mens betrekkingen onderhoudt. Voor 1880, toen nog nauwelijks drinkwater uit grondwater werd bereid, viel het grondwater dus nog buiten het milieu zoals de interstellaire ruimte en de vloeibare aardkern er nog steeds buiten vallen. Maar overigens is het milieu in de loop van de jaren almaar groter geworden en daarom is het jammer dat het tegelijk zo achteruit ging.

Gelukkig wordt nu hard aan verbetering gewerkt. Bij het minis- terie van VROM bruist het van de goede ideeen. Men sluit er convenanten dat het een aard heeft en steunt elk initiatief dat het milieu ten goede komt. Ook de twaalfdelige Teleaccursus Consument en milieu, waarvan zondag het eerste deel wordt uitgezonden, kreeg geld en vriendelijke woorden mee op weg naar de tv-kijker.

De educatieve omroep heeft dan ook gekozen voor een humoristische benadering, voor het soort geestigheden waarvan reclamemakers zoveel effect noteren: Nederland is een volk van grappenmakers.

Teleac toont ons twee vrienden, Dolf Hoeksteen (een echte 'consument') en Arie Groenstrook (met sik en geitenharensokken) die in afwezigheid van hun vrouwen proberen milieuvriendelijk te leven. In een levendige afwisseling van oerkomsiche scenes komt men spelenderwijs allerlei nuttigs over het milieu aan de weet.

Zo krijgt de cursist in het filmpje over het voor en tegen van elektrische keukenapparatuur, te horen dat de gemiddelde Amerikaan per jaar 150 kilo graan rechtstreeks verorbert maar daar via zijn hamburgers nog eens 100 kilo indirect aan toevoegt.

En dat lege batterijen niet bij het 'GFT' (het groente-, fruit- en tuinafval) mogen maar bij het 'KCA' (klein chemisch afval) horen. Bovendien dat oplaadbare batterijen 'niet zo giftig' zouden zijn. Dat laatste is een vergissing. De introductie van de oplaadbare nikkel-cadmium batterij, die veel giftiger bleek dan de meeste wegwerpbatterijen, is gerust een blunder te noemen.

Het verschil tussen de tv-beelden en het cursusboek schuilt niet alleen in het ontbreken van de grappen. Ook het cursusboek is laagdrempelig en hier en daar licht debliserend, maar biedt toch ook veel interessante wetenswaardigheden. Het hoofdstuk over verpakkingen helpt het misverstand de wereld uit dat aluminium blikjes gerecycled worden (dat is niet zo, al suggereert het vignet anders) en geeft een aardige test voor het herkennen van de verschillende soorten plastic.

Anderzijds zijn de opmerkingen over PVC, hoewel feitelijk juist, nogal ongenuanceerd. PVC draagt, in verbrandingsovens, bij tot de vorming van dioxinen, maar zonder PVC zou de produktie van dioxinen in die ovens waarschijnlijk niet minder zijn. Te ingewikkeld, natuurlijk, voor de cursisten.