Geen 50 procent, dan tweede ronde

PARIJS, 20 MAART. Zondag kunnen 38 miljoen Fransen hun stem uitbrengen op 5.319 kandidaten voor de 555 zetels in de Nationale Vergadering, de Franse Tweede Kamer, die uit 577 afgevaardigden bestaat (22 worden gekozen in de Franse overzeese gebiedsdelen). Volgens een peiling van het bureau Ifop op 13 maart zou 26 procent van de kiesgerechtigden niet van plan zijn te gaan stemmen.

Een kandidaat in een kiesdistrict die zondag meer dan vijftig procent van het aantal uitgebrachte stemmen krijgt, is direct gekozen. In districten waarin geen enkele kandidaat een absolute meerderheid behaalt, volgt op 28 maart een tweede stemronde. Daaraan mag worden deelgenomen door de kandidaten (gewoonlijk twee of drie) die in de eerste ronde minimaal 12,5 procent van de stemmen hebben gekregen. Wie dan de meeste stemmen krijgt, is gekozen. Dit zogeheten meerderheidsstelsel werkt sterk in het voordeel van grote politieke partijen.

Per kiesdistrict kan gemiddeld uit negen kandidaten worden gekozen. In alle districten zijn kandidaten gesteld door de nationale partijen: de gaullistische RPR en de liberale UDF (met vrijwel overal een gemeenschappelijke kandidaat), de socialistische partij, de communisten, het Front National van Le Pen en de twee Groene partijen (Génération Ecologie en de Groenen), die ook vrijwel overal met een gemeenschappelijke kandidaat aantreden.

Na de eerste stemronde trekt een kandidaat die geen kans heeft op de overwinning zich vaak terug, meestal vergezeld met een oproep aan de kiezers een overblijvende, politiek verwante, kandidaat te steunen. Naar schatting zullen zondag niet meer dan een goede honderd rechtse afgevaardigden rechtstreeks worden gekozen. In de overige districten zal de strijd vervolgens worden uitgevochten door een kandidaat van rechts (RPR/UDF) en links. De socialisten zullen in de tweede ronde de kandidaten terugtrekken die in de eerste ronde na een van de twee "Groenen' zijn geëindigd.

De Groene partijen hebben verklaard dat zij hun kandidaten voor de tweede ronde zullen handhaven (en dus niet terugtrekken ten behoeve van een socialist of communist). Ook het Front National handhaaft zijn kandidaten.

Aangenomen wordt dat zondag enkele bekende rechtse leiders rechtstreeks zullen worden gekozen: Jacques Chirac, de leider van de RPR (in Corrèze), UDF-leider Valéry Giscard d'Estaing (in Puy de Dôme), Edouard Balladur (RPR) in Parijs en oud-premier Raymond Barre (UDF) in Lyon.

Onzeker is de herverkiezing van Georges Marchais, de leider van de Franse communisten (in Villejuif nabij Parijs), van de socialistische oud-premier Michel Rocard (in het departement Yvelines) en mogelijk van Michel Noir, de partijloze burgemeester van Lyon, wiens naam is genoemd in een financieel schandaal rondom zijn schoonzoon.

Volgens opiniepeilingen zouden de twee grote conservatieve partijen op 28 maart 400 tot 440 zetels krijgen, met de RPR als grootste van de twee. De socialisten zouden ongeveer honderd afgevaardigden (tegen thans ruim 200) in de Nationale Vergadering krijgen, de communisten minder dan twintig. Het Front National en de twee milieupartijen zouden een à twee zetels winnen. Deze verwachting kan nog beïnvloed worden door politieke akkoorden na de eerste stemronde.

Begin januari zeiden 38 tot 42 procent van de Fransen op RPR/UDF te zullen stemmen. De verkiezingscampagne heeft daarin nauwelijks wijziging gebracht. De socialisten, die begin januari ongeveer 18 procent van de kiezers achter zich hadden, zouden nu op bijna 20 procent mogen rekenen. De "ecologen' zouden van circa 18 procent tot 14 of 12 procent zijn teruggevallen. Het Front National krijgt 9 à 10 en de communisten 8 procent van de stemmen.