Geelhoed: Voorrang aan economische integratie EG

DEN HAAG, 20 MAART. De Europese Gemeenschap moet haar taak van economische integratie naar behoren vervullen, voordat sprake kan zijn van uitbreiding met nieuwe beleidsterreinen of met nieuwe lidstaten. De hoofdtaak van de EG is te komen tot een goed functionerende interne markt.

Dit betoogde gisteren mr. L.A. Geelhoed, secretaris-generaal van het ministerie van Economische Zaken, op een studiedag over de toekomst van Europa georganiseerd door het instituut Clingendael. De EG is volgens hem op het ogenblik niet in staat “een eerlijk speelveld” te garanderen voor alle deelnemers aan de interne markt en verzaakt daarmee zijn belangrijkste opdracht.

Geelhoed kreeg bijval van VVD-fractievoorzitter Bolkestein, die zei dat de EG zich tot haar kerntaken moet beperken. Dit betreft volgens Bolkestein de interne markt, het anti-kartelbeleid, de gemeenschappelijke handelspolitiek en de toekomstige gemeenschappelijke munt. “Tot die doelstellingen zijn verwezenlijkt, kan de Europese Politieke Unie in de ijskast worden gezet”, aldus Bolkestein. Hij keerde zich in het bijzonder tegen nieuwe EG-bevoegdheden op het gebied van onderwijs, gezondheidszorg, harmonisatie van sociale zekerheid en industriepolitiek.

Geelhoed en Bolkestein leverden beiden felle kritiek op het voorgestelde cohesiefonds voor de arme lidstaten. Dit fonds is bedoeld om in het kader van de economische en monetaire unie de kloof tussen de noordelijke en zuidelijke lidstaten te verminderen en komt bovenop de bestaande regionale en sociale structuurfondsen. Bolkestein wees op het voorbeeld van Ierland, waar de EG-hulp over enkele jaren tien procent van het bruto nationale produkt zal bedragen. “Dat creërt geen ontwikkeling maar hulpverslaving”, zei hij.

Geelhoed noemde de structuur- en cohesiefondsen “onzin om de welvaartsverschillen in de EG te verminderen”. Doorslaggevend daarvoor is volgens hem de kwaliteit van het bestuur en het gevoerde beleid.

De hoogste ambtenaar van Economische Zaken liet zich eveneens kritisch uit over de besluitvormingsprocedures in de Gemeenschap. “Het is angstaanjagend dat in het verdrag van Maastricht zeven of acht verschillende vormen van besluitvorming zijn opgenomen”, zei hij.