"Eindelijk weer een weekeinde vrij'; Afgetreden wethouder Henderson van Rotterdam blijft aan als raadslid; "Fraude-onderzoek was in strijd met privacy-reglement'

ROTTERDAM, 20 MAART. “In Bram Peper ben ik zeer teleurgesteld. Warme of intieme gevoelens hebben we nooit voor elkaar gekoesterd, hij was een collega. In het collegeberaad van deze week hebben we het over zijn uitspraken in uw krant gehad. Ik ben de vergadering uitgelopen en heb een uur lang recreatief gewandeld door het stadhuis voordat ik weer tot mezelf kwam. Excuses heeft hij niet gemaakt, natuurlijk niet. Dan stort het stadhuis in.”

De Rotterdamse wethouder Johan Henderson (sociale zaken) steekt op het oog redelijk ontspannen een sigaar op. In hemdsmouwen. “Eindelijk weer eens een weekend vrij”, zegt hij, een dag na het meest dramatische moment in zijn politieke loopbaan. Donderdagavond maakte hij, met een rode roos in zijn knoopsgat, zijn aftreden bekend, toen duidelijk was dat coalitiegenoten VVD en CDA een motie van wantrouwen van D66 steunden.

Over veertien dagen heeft Henderson zijn bureau ontruimd en mag een nieuwe wethouder zijn portefeuille overnemen. Of, wat waarschijnlijker is, zullen zijn collega's zijn portefeuille verdelen. Zelf gaat hij door als gemeenteraadslid. Vanuit de raadszaal zal hij tegenover burgemeester Peper geen blad voor de mond nemen, belooft hij. “Maar zonder rancune.”

Het was Peper, in 1984 nog door Henderson gered van een motie van wantrouwen van de PvdA, die drie dagen voor het debat nog even stemming maakte tegen hem. In deze krant verweet de burgemeester Henderson indirect het achterhouden van de rapportage over bijstandsfraude in de wijk Beverwaard.

Die rapportage was donderdag de aanleiding voor Hendersons val. Hieruit zou zijn gebleken dat 69 van 96 onderzochte bijstandsgerechtigden onjuiste opgave deden van hun woonsituatie. In november had de wethouder al een deel van zijn portefeuille moeten inleveren, toen de raad meende onvoldoende op de hoogte te zijn gehouden van de budgetoverschrijdingen bij de fusie van twee ziekenhuizen. Hardnekkige geruchten willen dat de burgemeester indertijd het rapport over die overschrijdingen heeft laten uitlekken.

Het was allemaal zeer emotioneel donderdagavond. Je bent bijna geneigd te vragen: wat ging er door u heen?

“U had die ochtend op dit kantoor moeten zijn. Dan had u een wethouder aangetroffen die heen en weer liep tussen zijn bureau en het toilet om over te geven. Ik vond het vreselijk moeilijk om mijn betoog op een rij te krijgen. Eerder deze week, toen het me duidelijk werd dat de coalitiepartners het vertrouwen zouden opzeggen, heb ik al per brief mijn ontslag willen vragen. Daar ben ik vanaf gehouden door fractieleider Janse en de gewestelijke voorzitter van de PvdA. Zij wilden in ieder geval duidelijk maken dat er inhoudelijk niets mis was met mijn beleid. Het debat was een klus die geklaard moest worden en ik denk dat ik het er goed vanaf heb gebracht. Maar het duurde tot vannacht twee uur voordat ik weer een beetje op adem was gekomen. Ergens was er toch ook hoop dat de coalitiepartners het niet konden maken met een motie van wantrouwen van de oppositie mee te gaan.”

Waar komt volgens u die gretigheid vandaan om u ten val te brengen?

“Van D66 vind ik het normaal, een oppositiepartij moet iedere kans grijpen. In 1986, toen ik lijsttrekker was, heb ik een college gevormd met onder meer D66. Vier jaar later zaten daar heel nieuwe mensen. De formateur van toen - wethouder Vermeulen - zag in dat met hen geen zaken was te doen. Maar de VVD heeft politieke regels geschonden waar je je als coalitiepartner aan hebt te houden. Het VVD-raadslid mevrouw Korthuis had eerst even langs kunnen komen voordat ze in de kranten mijn hoofd eiste. Maar goed, in 1990 was ik de zesde PvdA-wethouder in het college, misschien vond men dat de PvdA op te grote voet leefde. En ze konden kennelijk niet wachten tot de volgende verkiezingen.”

“Ik heb nooit moeilijkheden gehad tot de lente van vorig jaar, toen ik in het ziekenhuis lag voor een operatie aan mijn voeten. Op dat moment heb ik een aantal beslissingsmomenten gemist. Toen ik terugkwam was de stemming omgeslagen. Eerst kreeg ik de ziekenhuisaffaire, nu dit. Kennelijk heeft het idee zich in de hoofden vastgezet dat ik alles alleen wil doen. ”

Vindt u dat u donderdag een eerlijke kans kreeg?

“Vooral na de eerste termijn was het weinig inhoudelijk. Ze gingen niet op argumenten in, het enige wat ze nog zeiden was: Henderson, we vertrouwen je niet.”

U gaf toe dat u de raad frauderapportages heeft onthouden.

“Die Beverwaard-rapportage niet, dat was niks. Dat was slechts verslaglegging van uitvoerend werk. Wel de uitvoerige frauderapportage die ik wel in het colllege heb besproken. De raad verwijt mij niets te hebben gezegd over bijstandsfraude, maar ze mogen zich afvragen of ze de samenleving wel kennen. Als ze de wekelijkse berichten van de Sociale Dienst hadden gelezen, was Beverwaard niet bepaald een verrassing geweest.”

U achtte de tijd niet rijp om de raad op de hoogte te stellen, maar toch zei u dat de rapportage-Beverwaard voor u een signaal was om in Den Haag te pleiten voor bijstelling van de Algemene Bijstandswet.

“Dat is niet erg handig geweest. In de raad heb ik uitgelegd hoe moeilijk samenlevingsfraude hard te maken is, als je het al fraude mag noemen. De Sociale Dienst moet bewijzen dat er een economische binding is tussen partners. Wanneer je dat als bijstandsgerechtigde verstandig aanpakt, ga je scheiden, zeg je de gezamenlijke bankrekening op, neemt een eigen telefoonnummer en zoekt je partner een postadres. Probeer maar te bewijzen dat er nog een economische binding is. Ze zeggen dat een basisinkomen duur is, maar dit soort structurele fraude, en de controle die je nodig hebt om het tegen te gaan, dat is pas duur. Zelfs van die mensen die in de Beverwaard overgehaald zijn hun uitkering op te geven, hebben sommigen met succes een nieuwe uitkering aangevraagd. Hoeveel weet ik niet, de dossiers zijn vervangen.”

“Het Beverwaard-geval was geen onderzoek, maar een methode om mensen te pressen hun uitkering op te geven. Een dubieuze methode: gesprekken met buren, het lezen van de kilometerteller van de auto van de vriend van een bijstandsmoeder, om te kijken of hij die nacht nog naar huis was gegaan. Ook inhoudelijk was het twijfelachtig: er is gedurende twee jaar sprake van 96 mensen, niemand is kennelijk verhuisd of heeft de uitkering opgezegd. Gezien de mutaties in de adresbestanden van de Sociale Dienst is dat nogal ongewoon. De hele methode strookte niet met het privacy-reglement, waar juist meneer Linschoten van de VVD in 1987 in de Kamer een amandement over indiende. In 1987 is de operatie begonnen, in 1989 werd ik er mee geconfronteerd. Ik heb toen gezegd: stoppen, dit is niet volgens de wet.”

Ziet u nog een toekomst in de politiek?

“Ik blijf in de gemeenteraad, in elk geval tot de volgende verkiezingen. In welke commissie ik ga zitten, weet ik niet. In elk geval weet ik iets van sociale zaken. Als het aan mij ligt, sta ik volgend jaar ook weer op de kieslijst van de PvdA. Ik ben nog lang niet uitgekeken op de politiek. En zeker niet op de PvdA. Zij hebben me donderdag overeind gehouden, je stapt toch niet gauw uit zo'n club. Het is nu een partij van mensen die vriendelijk met elkaar om kunnen gaan, die harde vergadercultuur is weg.”

“We komen straks niet meer als grootste partij uit de bus. Misschien is het goed om op krachten te komen in de oppositie - zowel in Rotterdam als in Den Haag. D66 moet de boel maar eens besturen. Het lijkt me bijzonder leuk om oppositie te voeren tegen de mensen die nu in de raad zitten. En misschien zoek ik ergens een joppie. Want ik wil niet in de bijstand terecht komen.”