De twee gevaarlijkste beroepen in New York

Te-Amo heet de sigarenboer op de hoek van de 23ste straat en Third Avenue. Eén raam is geblindeerd door een vandaalbestendig rolluik, permanent, omdat het vastzit. In de etalage achter een ander raam ligt veel stof, soms een stel stropdassen voor een dollar per stuk en er hangt een plakkaat met daarop het bedrag van de lottohoofdprijs. Deze week was dat 24 miljoen dollar omdat de hoofdprijs een paar weken lang is blijven staan. Vandaar dat het de laatste dagen drukker is dan anders. “Dit is nog niks”, zegt Ronny Zvi, de 31-jarige verkoper. “Een paar jaar geleden stond de rij in weken dat de prijs zo hoog was tot om de hoek van de 22ste straat.”

Kaartjes voor de bus naar Atlantic City kun je ook in Te-Amo kopen. Naar Atlantic City ga je om te gokken op fruitautomaten, die in New York verboden zijn maar in New Jersey niet. Daar zijn de gokpaleizen van Donald Trump, de onroerend-goedmagnaat. De bus vertrekt elke ochtend om acht uur. Een retourtje kost 14 dollar en daar krijg je ook nog een paar fiches voor. Het is de laatste tijd slecht gesteld met de kaartverkoop voor de bus. “Het komt door de recessie”, zegt Ronny.

Te-Amo is een belangrijk samenscholingspunt in de buurt. Zwervers brengen er hun zojuist bijeengebedelde geld heen, scholieren verspelen hun zakgeld op de speelautomaten achterin en sommige mensen zeggen alleen maar even gedag. De winkel is elke dag open van zes uur 's ochtends tot middernacht, al houdt de dienstdoende verkoper het meestal om half twaalf voor gezien.

Ronny Zvi (31) komt uit Israel en staat vier dagen per week in de winkel. “Ik ben hier nu ongeveer negeneneenhalf jaar. Ik kwam hier als toerist nadat ik mijn militaire dienst in Israel had gedaan. Ik trouwde met een Amerikaanse dus toen kreeg ik een "green card'. Na vijf jaar heb ik staatsburgerschap aangevraagd. Nu ben ik een gescheiden Amerikaan.”

De ouders van Ronny zijn in 1950 uit Irak gevlucht. Na het begin van de joodse staat Israel werden de Arabieren zeer vijandig tegen joden. Ronny: “Mijn ouders zijn gevlucht naar Israel toen ze werden beschuldigd van spionage.” Ronny heeft vier zussen en twee broers, van wie er één nu ook in New York is. De broer staat af en toe ook een paar uur achter de toonbank.

Ronny is de vriendelijkste verkoper van de winkel. Hij maakt met iedereen grapjes en de klanten waarderen dat. Hij is net terug uit Mexico, waar hij met zijn broer op vakantie is geweest. Het toeristenvisum van de broer was verlopen, daarom ging hij even het land uit en weer in. “Ik moest de meisjes van me afslaan”, zegt Ronny tegen een oudere klant, die schatert van het lachen.

Tot voor kort hielp Don af en toe in de winkel met het aannemen en sorteren van de nieuwe kranten en bladen. Don is een zwerver die een jaar of tien geleden nog vast in de winkel werkte. Volgens Ronny heeft Dons vriendin hem eerst verlaten en is ze daarna aan kanker overleden. Toen is Don stevig aan de fles gegaan en heeft hij zijn huis verloren. 's Nachts was hij op een bank in Madison Park te vinden. “Wij gaven hem af en toe wat voor zijn hulp”, vertelt Ronny, “maar hij liep er meteen mee naar de slijter. Daarna kwam hij terug en begon hij klanten uit te schelden. Hij was niet te handhaven dus toen hebben we na vaak opnieuw proberen uiteindelijk zelfs de politie moeten roepen.” Don zwerft volgens Ronny nu ergens op de Bowery rond.

Voor de 40 uur die hij in Te-Amo werkt, beurt Ronny zo'n 400 dollar per week. Daarom rijdt hij op vrijdag taxi. “Ik heb gelezen dat taxi-chauffeur het op één na gevaarlijkste beroep is in New York. Mag jij raden wat het gevaarlijkste beroep is. Verkoper in een kleine winkel! En ik doe ze alletwee!”

Jaren geleden was Ronny nog full time-taxichauffeur. “Ik begon in 1986 en reed drie maanden lang zes nachten per week, maar dat was te veel. Ik ben toen dagdiensten gaan draaien. Je kunt als taxichauffeur in New York goed verdienen als je hard rijdt, beleefd bent en niet te veel pauzes neemt. Dat heb ik een jaar of drie gedaan, nu doe ik het alleen nog op vrijdagen, van 5 uur 's ochtends tot 5 uur 's middags.” Alles bij elkaar zit hij op ongeveer 2.200 à 2.300 dollar per maand. De huur voor zijn éénkamerwoning is 600 dollar.

Zaterdag is Ronny's vrije dag. Dan maakt hij huiswerk want hij zit op de Borough of Manhattan College, waar hij woensdagavond en donderdag in totaal 14 uur college loopt. Hij doet sinds drie jaar de opleiding "televisieproduktie'. Door zijn werkweek van 65 uur blijft er weinig tijd over voor afspraakjes. Laatst belde Ronny een vriendin van hem op en die zei: “O, ben jij die jongen die altijd belt maar nooit tijd heeft.”

Terug naar Israel wil Ronny niet meer. Hij heeft het wel geprobeerd, maar na drie maanden gaf hij het op. “Ik miste New York zo erg. Ik was eraan gewend te doen wat ik wilde, op elk uur van de dag. Je bent hier zo vrij - dat is New York. Ik ben verslaafd aan New York.”