DE JONGENSJAREN VAN JFK

JFK. Life and Death of an American President. Volume One: Reckless Youth door Nigel Hamilton 898 blz., geïll., Random House 1992, f 105,- ISBN 0 7126 2571 2

Volgens de catalogus van de Library of Congres zijn er sinds 1963 meer dan 450 boeken over John F. Kennedy verschenen. Veel daarvan gaan uitsluitend over de moord, maar de meeste serieuze biografieën kenmerken zich tegewoordig door een kritische analyse van zijn presidentschap. Na hagiografieën als The Thousand Days door hofhistoricus Arthur M. Schlesinger en John F. Kennedy door Hugh Sidey is de trend dat Kennedy's illegale praktijken jegens Cuba en Vietnam, zijn behoudende economische politiek, zijn geringe belangstelling voor het rassenvraagstuk, zijn vermeende banden met de mafia, alsmede zijn seksuele escapades onder het vergrootglas worden gelegd. Kennedy was, zo is de boodschap, beslist niet de "liberal' die hij wilde lijken.

Nog steeds blijkt er een onverzadigbare honger naar meer feit en fictie over Kennedy. Zo was de kritische biografie A Question of Character van Jim Reeves één van de best verkochte boeken in 1990 en leidde Oliver Stones film JFK een jaar later tot een nieuwe golf mythologie.

Ook Reckless Youth, het eerste deel van de tweedelige biografie JFK. Life and Death of an American President van de Britse historicus Nigel Hamilton, heeft opvallend veel stof doen opwaaien. Voor het eerst verwaardigde zelfs de Kennedy-familie zich te reageren op de publiciteit. In een ingezonden brief in de New York Times maakte zij gewag van haar afschuw, en dan niet omdat John wandaden in de schoenen geschoven krijgt, maar omdat de ouders van de clan, Joseph en Rose Kennedy, de zwarte piet krijgen toegespeeld. ""We laten ons niet onze ouders afnemen,'' briesten de overgebleven Kennedy's.

Volgens Hamilton is er een duidelijk verband tussen de liefdeloze opvoeding die John Fitzgerald in zijn ouderlijk huis kreeg en zijn koude, mechanische karakter. Toen hij in mei 1917 geboren werd, onderhielden zijn ouders al lange tijd een ijzige relatie. Vader Joseph Kennedy leefde in het openbaar met zijn vriendinnen en moeder Rose was verzonken in een katholieke devotie die, zoals Ted Kennedy eens opmerkte, ""zelfs niet door de paus geëvenaard werd''.

John ontving, zo betoogt Hamilton, weinig tot geen moederliefde en kreeg van zijn vader een ambitie opgelegd die hem dikwijls depressief maakte. Vooral Kennedy sr. moet het in dit boek ontgelden. Die wordt afgeschilderd als een mislukte Hollywoodproducent, goedkope scheepsbouwdirecteur, zwendelaar en marchanderende politicus.

KINDERLIJK

Door zijn slechte rug en een beginnende aandoening van zijn nieren was John F. in zijn jeugd vaak aan bed gekluisterd, hoewel hij een sterke drang had de wereld te ontdekken. In de jaren dertig trok hij met zijn vriend K. LeMoyne Billings door Europa, waarbij hij ook Amsterdam en Den Haag ("een saaie stad') aandeed. De verwondering die Kennedy tentoonspreidde over het opkomende fascisme en nationaal-socialisme in Europa doet nu enigszins kinderlijk aan. Aan zijn vader schreef hij dat de Italianen onder Mussolini ""een vrolijk volk'' waren, maar dat hij de Duitsers ""lomp en bekrompen'' vond, vooral omdat er geen meisjes op zijn hotelkamer mochten. Van enige zorg over de totalitaire regimes was nog geen sprake.

Vader Joseph, die intussen ambassadeur in Groot-Brittannië was geworden, had daarentegen wel een duidelijke visie op het nationaal-socialisme. Hij ondersteunde de appeasement-politiek van Neville Chamberlain zozeer dat de Duitse ambassadeur in Londen, Von Dirksen, aan Berlijn rapporteerde dat Duitsland in Kennedy zijn grootste vriend had. Churchill dacht daar net zo over.

Als student in Harvard deelde Jack de politieke denkbeelden van zijn vader. In het studentenblad The Harvard Crimson trad hij op als diens spreekbuis en stelde zelfs in een anoniem artikel voor Hitler tevreden te stellen met de Europese koloniën en met Oost-Europa.

Later nuanceerde John zijn standpunt in zijn als boek uitgegeven afstudeerscriptie Why England Slept. Hierin betoogt hij dat Chamberlain en de Tories niet als enigen verantwoordelijk gesteld mogen worden voor het falende beleid jegens Hitler. De les voor de VS was volgens John duidelijk: het isolationistische standpunt diende gehandhaafd en de strijdkrachten op peil gebracht. Behalve in deze visie verwijderde Kennedy jr. zich ook in een ander opzicht van zijn vader. Tegenwoordig wordt gaarne beklemtoond dat JFK in navolging van zijn vader een geweldige "womanizer' was, maar weinigen vermelden dan dat Jack in zijn jeugd een aantal vervelende liefdeservaringen opdeed. Tweemaal werden huwelijksaanzoeken van hem afgewezen, hetgeen volgens Hamilton een traumatiserende invloed had op zijn houding jegens het andere geslacht.

Gezien zijn zwakke rug, de steeds terugkerende ziekte van Addison en zijn gedeeltelijke invaliditeit was het een wonder dat John in 1941 door de marine als commandant werd aangesteld op een patrouilleschip in de Stille Oceaan. Toen zijn boot geramd werd door een Japans schip onderscheidde Jack zich door een buitengewone moed, en, althans volgens de lyrische Hamilton, dwong hij bij de matrozen een grote bewondering af voor zijn optreden. De wel eens gehoorde suggestie dat dit alles een opgeklopt verhaal is, acht deze biograaf pertinent onjuist.

Na de marine begon John uiteindelijk te lonken naar de politiek. Als 29-jarige werd hij in 1946 tot lid van het Congres gekozen. De verkiezingsoverwinning, waarmee Reckless Youth eindigt, verbaasde niemand, want Kennedy sr. had zoveel geld in de campagne gestoken dat zelfs ""zijn chauffeur ermee gekozen zou zijn''.